70 jaar geleden … arrestatie verzetstrijders Zwarte Hand

Dames en Heren,

Ik wil iedereen bedanken die de schouders zette onder deze herdenking van de 70ste verjaardag van de arrestatie van de verzetsorganisatie De Zwarte Hand. Ik kan dit initiatief, waarmee jullie een vreselijke episode uit de Tweede Wereldoorlog in Klein-Brabant in de herinnering willen houden, alleen maar ten zeerste toejuichen en ondersteunen.

De Tweede Wereldoorlog vormt onmiskenbaar één van de donkerste pagina’s uit onze recente geschiedenis. Nooit eerder was oorlog zo bruut en alomvattend: nooit eerder werden massaal en gericht zoveel burgerslachtoffers gemaakt, nooit eerder kregen we te maken met regimes die de eigen burgerbevolking systematisch en op industriële schaal uitmoordden, nooit eerder werden kernwapens gebruikt. De trieste balans is dan ook onbevattelijk: 50-70 miljoen mensen zouden gedood zijn. De grote meerderheid van hen waren burgers…

De oorlog en de bezetting hebben ook in ons land een zware tol geëist en diepe wonden geslagen. Dit was in onze eigen streek niet anders. Toch heeft Klein-Brabant een wel erg hoge prijs betaald. Een prijs die we betaald hebben omdat vele mensen hier kozen niet aan de zijlijn te blijven staan. Mensen als Marcel De Mol, koster van Tisselt, zijn broer Remi, Staf Vivijs, Albert De Bondt, Clement Dielis, Louis Hofmans, ik zou ze alle 111 willen noemen, mensen die niet werkloos wilden toezien hoe België bezet werd door een misdadig regime en hoe sommige landgenoten hierin meestapten.

Al zeer vroeg, in begin augustus 1940, een periode dat een groot deel van de Belgische bevolking een nog afwachtende of zelfs welwillende houding had tegenover de bezetter,  komen tien mensen samen in Tisselt om een verzetsgroep op te richten. De Zwarte Hand is geboren. In een jaar tijd telt deze groep meer dan 100 leden in een netwerk verspreid over heel Klein-Brabant en omstreken. De activiteiten van deze groep idealisten waren zeer divers: van het opstellen, drukken en verspreiden van anti-Duitse vlugschriften, het kalken van de V van victory op gevels van zogenaamde ‘zwarten’, over het zenden van inlichtingen over militaire infrastructuur naar Engeland tot het plegen van sabotagedaden tegen militair materieel.

Een hedendaags observator zou kunnen zeggen dat het al bij al geen ‘zware’ feiten zijn die de groep pleegde, maar laten we vooral niet vergeten in welke omstandigheden dat gebeurde. Voor de  Duitse bezetter stonden op dergelijke politieke ideeën en gedragingen de doodstraf en zij die zich hieraan schuldig maakten werden genadeloos opgejaagd.  Het duurde dan ook niet lang voor het noodlot toesloeg. In september 1941 werden de eerste leden van de Zwarte Hand aangehouden en een maand later op 28 oktober 1941, nu bijna dag op dag 70 jaar geleden, zijn 109 van de 111 leden van de Zwarte hand in Duitse handen gevallen. De lijdensweg was begonnen: van Belgische gevangenissen ging het naar de Duitse gevangenis in Wuppertal. Daar worden 12 leden van de Zwarte Hand op bevel van een Duitse rechter gefusilleerd. Anderen beginnen een martelgang langs gevangenen- en concentratiekampen. Gevangenen van de Zwarte Hand hebben de verschrikkelijkste concentratiekampen gekend: Buchenwald, Dachau, Dora, Flossenburg, Mauthausen, Sachsenhausen,…

Slechts 37 mensen keerden terug en zij die terugkeerden zouden voor altijd ‘overlevenden’ zijn.

Dat onverwerkt oorlogsverleden heeft hun leven en dat van hun families en naasten blijvend getekend. De nood om terug te kijken is bij hen die het meegemaakt hebben dan ook groot. De eerste naoorlogse generaties zijn opgegroeid in families getekend door de oorlog, met verhalen van ‘zij die erbij waren’ en veel vragen over wat er gebeurd is met degenen die het niet overleefden.  Zo zijn hele generaties doordrongen van de idee van die verschrikkelijke oorlog en het besef van de gruwel die nooit meer mocht (of mag) gebeuren.

Nu de overlevers van de oorlog stilaan minder talrijk worden, zullen die verhalen ook steeds minder verteld worden. Tegelijkertijd is voor hen die het niet meemaakten de neiging om zich af te keren van een pijnlijk en gruwelijk verleden erg sterk. De wereld draait verder, we moeten vooruit kijken, enz. Het risico bestaat dat de komende generaties, steeds minder zullen (willen) weten over deze donkere episode uit onze geschiedenis.

Daarom vind ik een initiatief als dit ook zo belangrijk.

Het helpt mee de herinnering levend te houden, de herinnering aan de gruwel die zich heeft afgespeeld in naam van een ideologie, de herinnering aan de misdadige excessen van een dictatoriaal regime. Een criminele staat die zulke extreme omstandigheden schiep die gewone mensen ertoe aanzetten om misdadiger te worden en die anderen bijna geen keuze liet dan in het verzet te gaan.

“Wie zich het verleden niet herinnert, is gedoemd het opnieuw te beleven” luiden de woorden van Georges Santayana. Het is onze democratische en menselijke plicht dat we zorgen dat ook zij die na ons komen achterom kijken en lessen trekken. De geschiedenis moet een waarschuwing zijn voor de gevolgen van totalitarisme en extremisme. ‘Nooit vergeten om nooit te herhalen’ zoals op het programma van deze herdenking staat.

Hier ligt een belangrijke taak weggelegd voor de overheid. Zij moet blijven investeren in herinneringseducatie en in goed onderwijs.

Op dat vlak zijn er al heel wat initiatieven ontplooid:  Flanders Fields in Ieper, het Fort van Breendonk, de Dossin-kazerne in Mechelen en het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) in Brussel hebben tot doel de komende generaties uit te leggen waartoe discriminatie, uitsluiting, racisme en onderdrukking kunnen leiden.

Maar het is ook belangrijk dat zo’n initiatieven op lokaal vlak ontplooid worden. Het maakt de gevolgen van een ‘groot’ historisch feit veel tastbaarder en reëler. De oorlog is ineens veel dichterbij en veel minder ver-van-mijn-bed. Het moet de jongeren én volwassenen van vandaag duidelijk maken dat ook mensen uit hun dorp, gewone mannen en vrouwen;  jongens en meisjes van hun leeftijd; cafébazen, timmerlui, metsers, arbeiders, boerenknechten, bedienden, studenten,… gevochten hebben en gestorven zijn voor vrijheden en rechten die zij vandaag vanzelfsprekend beschouwen.  

Bovendien kan herinneringseducatie gestoeld op wetenschappelijk onderzoek jongeren een genuanceerder beeld geven van het verleden. Een beeld dat niet vertroebeld is door emoties of persoonlijke belangen. Een beeld van het verleden dat toont dat er tussen zwart en wit ook nog veel verschillende tinten grijs waren. Er bestond immers niet zoiets als hét verzet of dé collaboratie. Er is enkel de vraag: hoe reageren gewone mensen in een ongewone tijd? De meerderheid van de bevolking probeerde de bezettingstijd zo goed mogelijk te overleven: ze stonden niet achter de bezetter en zijn maatregelen maar pasten zich aan: ze ondergingen de oorlog. Een minderheid maakt echter een bewuste keuze: steun aan of verzet tegen de bezetter. Die laatste bewuste keuze hebben de leden van de Zwarte Hand gemaakt en voor dat engagement droegen en dragen zij en hun naasten nog steeds de gevolgen. Daarvoor kunnen we alleen het allergrootste respect hebben.

Dat respect moet ons inspireren om nooit te vergeten wat er gebeurd is. Maar een genuanceerd beeld moet ook verhinderen dat die herinnering verdeeldheid zaait. Integendeel, de herinnering moet ons samenbrengen rond de les dat dit nooit meer mag gebeuren.

Dat kan het beste als we onze jongeren goed opleiden en van hen kritische, zelfstandig denkende volwassenen maken die weerbaar zijn voor extremisme en radicalisme.

Onderwijs alleen is echter niet voldoende. Welk nut heeft onderwijs als blijkt dat de rolmodellen in een maatschappij – ouders, politici, …- zelf niet leven naar deze lessen?

Als ik rond me kijk, mensen hoor spreken, kranten lees,… overal valt op hoe de samenleving  verhardt: hoe we spreken over andere gemeenschappen, andersdenkenden; hoe een toenemend aantal mensen zonder nuance zij die anders zijn/denken/handelen, verwijten/stigmatiseren/aanvallen en tenslotte al hun haat op groepen of individuen dreigen te projecteren..

Dagelijks nog worden mensen gediscrimineerd omdat ze een donkere huidskleur hebben, homoseksueel zijn, een ander geloof of andere overtuigingen aanhangen. Het is onze taak hier waakzaam tegen te blijven en op te treden tegen racisme, uitsluiting, en intolerantie. Dat is ook iets wat ik als minister van Binnenlandse Zaken wil doen, door kordaat op te treden tegen radicalisering, racisme en haatpredikers.

We moeten ons ten allen prijze verzetten tegen dergelijke demonisering van andersdenkenden, we moeten vermijden dat ons wereldbeeld vernauwt tot een wij-zij, zwart-wit, goed-fout -tegenstelling. Want als we één les uit de Tweede Wereldoorlog onthouden is het dat een gesloten wereldbeeld de voedingsbodem was voor collectieve waan, en dat precies dit gesloten wereldbeeld de legitimatie was voor ondenkbare misdaden.

Wij, en vooral zij die na ons komen moeten goed beseffen hoe teer onze democratie is. We moeten ervan doordrongen zijn, en dat weten jullie overlevenden veel beter dan wie ook, dat democratie geen vanzelfsprekendheid is maar een verworvenheid; dat de vrijheid waarin wij leven ook een opdracht inhoudt. Want velen van jullie, dappere oudstrijders en verzetslui hebben geleden voor onze vrijheid, jullie makkers zijn gestorven voor onze toekomst. Vandaag zijn nog enkele levende leden van de Zwarte Hand in ons midden, ik zou hen en hun overleden makkers bij dezen eer willen bewijzen.

Dankzij jullie leven wij in een maatschappij waar mensen vrij kunnen geloven, zeggen, denken wat ze willen. Dankzij democratie leven wij in een maatschappij waar je niet vervolgt, onderdrukt of vermoord wordt omwille van je geslacht, je huidskleur, je afkomst, je politieke overtuiging, je seksuele voorkeur of je levenswijze.

De mensen die hier 70 jaar geleden gearresteerd werden hebben meegemaakt wat het betekent als deze rechten je ontnomen worden.  

Laten we hen niet alleen gedenken en eren met een monument en een herdenkingsplechtigheid maar ook in ons dagelijks handelen, in onze houding tegenover elkaar, tegenover onze kinderen en tegenover de samenleving. Pas dan zal herinnering echt zinvol zijn.

Ik dank u

Share on:

Leave a comment