Borrelnootjes

De Tijd bracht zaterdag uit welke berekeningen de voorbije week de doorslag gaven in de mislukking van de opdracht van Wouter Beke. Wie de cijfers leest beseft dat het gaat om een discussie over borrelnootjes. En dat men na 336 dagen nog altijd de essentie moet aansnijden.
Beke slaagde er blijkbaar in na weken sleutelen een scenario te bedenken dat Vlaanderen tegen 2025 0,12 % bbp extra middelen zou geven. Dat gaat dus om een kleine 400 miljoen euro. De Franse Gemeenschap mag op 200 extra miljoen hopen, het Waals Gewest op 35 miljoen.
De Tijd verwees tegelijkertijd naar de cijfers die het Planbureau deze week bekendmaakte. Daaruit blijkt dat federale overheid en sociale zekerheid samen de komende jaren met een deficit blijven zitten van 4 % bbp, ofte minstens 14 miljard euro (en waarschijnlijk meer). Dankzij het scenario-Beke zou daar tegen 2025 nog één miljard bijkomen, om zo te beletten dat de gewesten ‘verarmen’.
Zelfs een blinde ziet het verschil in marge: minstens 14 miljard euro enerzijds, te vinden in minder dan vier jaar, en 400 miljoen extra voor Vlaanderen tegen …2025. Men is bezig piepkleine spaarpotjes voor de deelstaten op te bouwen, terwijl men volop in het financieel ravijn van de federale overheid staat. Ik moet meteen weer aan dat ene zinnetje denken: ‘Als den Elio België wil laten failliet gaan, wie ben ik om hem dan tegen te houden.’ 
Meer dan ooit is duidelijk zijn dat de sociaal-economische hervormingen minstens gelijk met het communautair dossier moeten aangepakt worden: de concurrentiekracht, de pensioenen, de arbeidsmarkt, migratie, de hervorming van de ambtenarij, een nieuw justitiebeleid.
Daar zal automatisch een staatshervorming bij zijn, vanwege de cijfers die ook het Planbureau op tafel legt. De kern van die staatshervorming is het creëren van een verregaande financiële verantwoordelijkheid van de deelstaten, opdat iedereen verantwoordelijk zou worden voor de eigen centen. Dat is het punt dat men aan Franstalige kant zal moeten aanvaarden, ook al kan het via de weg van de geleidelijkheid worden gerealiseerd.
Omgekeerd zal men aan Vlaamse kant moeten aanvaarden dat er een compromis komt rond Brussel en BHV. De verkrampte houding van Vlaanderen heeft het internationaal geïsoleerd. Bovendien laat het gebrek aan stabiele regelingin de rand de deur open voor een verdere verfransingsdruk. Dus is het best stabiliteit te creërn. Een oplossing voor BHV en Brussel is belangrijk als signaal, maar is nietbde kern van de hervormingen die ons land nodig hebben.

  In de sociale zekerheid kan men veel scenario’s bedenken voor decentralisering, en arbeidsmarkt is zeker één van de hoogste prioriteiten. Maar het belangrijkste voor die sector is de financiële bijsturing, die enkel maar haalbaar is, als ze gebaseerd is op toekomstgerichte hervormingen, zoals het omvormen van de uitkerings-welvaartstaat naar een herinschakelings-welvaartstaat, of het vrijmaken van de arbeidsmarkt voor gepensioneerden.
Dat kan even goed federaal doorgevoerd worden, samen met de verbetering van de concurrentiekracht, in overleg met de sociale partners, niet noodzakelijk in één groot pakket, maar stap voor stap. Waarschijnlijk duiken daar dan ook hervormingen bij op, die best decentraal worden aangepakt. Hierover zijn nog maar weinig voorstellen gepasseerd, behalve dan het in mijn ogen toch naïeve idee dat het na de staatshervorming allemaal zoveel vlotter zal gaan.
De aanslepende complicaties in het formatieberaad mogen ons inderdaad niet in verwarring brengen. Wat er moet gedaan weet iedereen. Compromissen daarover zoeken kan men altijd, als men het wil. En ik ben ervan overtuigd dat de politieke leiders die dat akkoord verwezenlijken ook geapprecieerd zullen worden door de kiezer, zoals dat in het verleden ook is gebeurd.

Share on:

Leave a comment