De beste weg naar geluk is die van vrije mensen. Met de naamgeving die ze zelf kiezen.

Meer keuze brengen in de naamgeving van pas geboren kinderen is gaan voor keuzevrijheid en meer overleg tussen gelijkwaardige partners. Zoals het vrije mensen betaamt.

‘The choice for mankind lies between freedom and happiness and for the great bulk of mankind, happiness is better’, zo zei Winston Smith, het centrale personage van George Orwells 1984. Smith is de man die in het verzet gaat tegen de totalitaire maatschappij, en die zich op een bepaald moment inbeeldt wat zijn tegenstanders zullen zeggen, om hem te overtuigen dat hij fout zit. Mensen willen geen vrijheid, ze willen geluk, zo luidde de redenering van het regime van Big Brother. En laat het dus aan verstandige mensen over om hen dat geluk te schenken.

Ik heb daar vaak moeten aan denken, tijdens de discussie over de introductie van meer keuze in de naamgeving van pas geboren kinderen. Mijn poging om een discriminatie op te heffen, zoals het internationaal recht ons vraagt en zoals onze buurlanden al toepassen. Een keuze voor keuzevrijheid en meer overleg tussen gelijkwaardige partners. En met evenveel respect voor het verlangen om de dingen te laten zoals ze waren. Hoe paradoxaal overigens dat velen zich in hoge mate opwinden over een onderwerp dat ze tegelijk als futiliteit afdoen.

Uitschelden

Hoe paradoxaal dat velen zich in hoge mate opwinden over een onderwerp dat ze tegelijk als futiliteit afdoen.

Vandaag reizen velen onder ons de wereld af, kiezen ze uit honderden tv-kanalen, krijgen ze negentig soorten kaas of yoghurt voorgeschoteld in het grootwarenhuis. Ze studeren ver buiten onze grenzen, rijden met een auto die evengoed in Gent als in Seoul kan zijn gemaakt, kiezen straks via webstream zelf de camerahoek in de Scala of bij de uitreiking van de Academy Awards.

We leven in democratieën waarin we via twitter elke minister kunnen uitschelden en via de stembus zelfs de meest volslagen idioot naar het parlement kunnen sturen als we zo onverantwoordelijk wensen te zijn. We kiezen vandaag zelf onze partner. De tijd dat onze vaders dat in onze plaats deden, is gelukkig al lang voorbij.

Het fundamentele verschil van onze tijd met die van onze grootouders is dat we keuzes hebben, immense keuzes zelfs. Kunnen kiezen is het fundament voor vrijheid. Kunnen kiezen vereist ook een vermogen tot verantwoordelijkheidszin, laat dat duidelijk zijn. Verre van mij om de keuzevrijheid en de vrijheid tout court tot verabsoluteerde waarden te maken.

En ik weet ook dat voor nog te veel mensen die mogelijkheden tot keuze beperkt zijn. Maar armoede veroordeelt je niet tot onmondigheid. Voor mij is het de evidentie zelf dat de mate waarin een mens zelf kan kiezen hoe hij of zij zijn leven inricht, de belangrijkste factor op weg naar echt geluk is.

Pijnlijk

Life in freedom is not easy, wist president Kennedy al. Zelf verantwoordelijk zijn voor de keuzes die je geluk moeten oriënteren is moeilijker dan die keuzes door een externe instantie te laten maken voor jou. Maar precies daarom hebben onze grootouders toch die strijd tegen de onmondigheid gevoerd, voor onderwijs voor iedereen, voor algemeen stemrecht, voor vrijheid van meningsuiting en vereniging, voor de rechtstaat en de mensenrechten.

Kunnen kiezen is het fundament voor vrijheid. Kunnen kiezen vereist ook een vermogen tot verantwoordelijkheidszin, laat dat duidelijk zijn

In de arme samenleving van onze voorouders waar schaarste de norm was, was er geen keuze, of maakten hogere standen de keuzes. Vandaar dat ik het zo pijnlijk vond vanmorgen een pleidooi te lezen van een jonge, vermoedelijk zelfs progressieve Vlaamse journaliste die al dat kiezen stilaan heel vermoeiend begint te vinden.

Misschien wordt dit wel de grote maatschappelijke strijd van de eenentwintigste eeuw in ons vermoeide Europa: kunnen we, dankzij de ontvoogding en het goede onderwijs, een samenleving op wereldschaal aan, waarin veel meer keuzes, veel meer verandering, maar ook veel meer mogelijkheden ontstaan? En waarin de overheid, zowel de Vlaamse als de Europese, niet voortdurend regelt voor de mensen wat ze in se perfect zelf kunnen regelen?

Of vinden we dat te ingewikkeld, te onzeker? Hebben we genoeg vooruitgang gehad, nu we de barbecue, de BMW en de betaaltelevisie hebben? En kruipen we onder het warme deken waarbij het geluk wel weer van bovenaf zal neerdalen, liefst in een niet te ingewikkelde, kleinschalige staatsstructuur met veelal mensen van dezelfde huidskleur?

Blijven we investeren in vooruitgang die bepaalde delen van de samenleving en zeker nog grote delen van de wereld hard kunnen gebruiken? George Orwell, in nochtans veel moeilijker tijden, kende het antwoord: de beste weg naar echt geluk is die van vrije mensen.

Opiniestuk van Annemie Turtelboom verschenen in De Tijd, 21/03/2013, p 13

Share on:

Leave a comment