Nieuwe rondzendbrief verduidelijkt het tijdelijk huisverbod in geval van huiselijk geweld

Vicepremier, minister van Binnenlandse Zaken en van Gelijke Kansen, Joëlle Milquet, minister van Justitie, Annemie Turtelboom en het College van Procureurs-Generaal hebben zopas gezamenlijk een rondzendbrief ondertekend met betrekking tot tijdelijk huisverbod bij huiselijk geweld. De rondzendbrief, die in werking treedt op 1 januari 2013, heeft betrekking op de wet van 15 mei 2012 betreffende het tijdelijke huisverbod bij huiselijk geweld die op dezelfde dag van kracht zou worden.

1. Inleiding: de wet op het tijdelijk huisverbod

Om in de eerste plaats de strijd tegen intrafamiliaal geweld te versterken, heeft de wetgever met de wet van 15 mei 2012 (betreffende het tijdelijk huisverbod in geval van huiselijk geweld, het openbaar ministerie een extra instrument willen aanreiken.

Concreet kan de procureur des Konings een tijdelijk huisverbod bevelen, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat de aanwezigheid van een persoon in een verblijfplaats een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meerdere personen op de dezelfde verblijfplaats. Vooraleer de procureur de Konings beslist, zal hij de nodige informatie krijgen van de politie, zoals onder meer de elementen en omstandigheden, op basis waarvan hij kan oordelen over de samenlevingssituatie. De politie zal ook de beoogde plaats ook zeer precies moeten omschrijven. De beslissing van de procureur des Konings zal de vorm aannemen van een met redenen omkleed bevel en betekent voor de “uithuisgeplaatste” de plicht om onmiddellijk de gemeenschappelijke verblijfplaats te verlaten, het verbod tot het betreden van, zich op te houden bij of aanwezig te zijn in die verblijfplaats evenals het verbod om contact op te nemen met de personen aangeduid in het bevel en die met hem de verblijfplaats betrekken.

De beslissing tot huisverbod zal in principe pas genomen worden nadat de betreffende persoon gehoord zal zijn.

2. Een uitzonderlijke maatregel

Het tijdelijk huisverbod betreft een uitzonderlijke maatregel die enkel in acute crisissituaties kan worden toegepast en is preventief. Zo is het doel van de wet onder meer een periode tot afkoeling op te leggen, eventueel om het plegen van misdrijven te voorkomen en diegenen te beschermen van wie de veiligheid bedreigd is. Het wordt bij voorkeur enkel aangewend wanneer een contactverbod onontbeerlijk lijkt om de veiligheid van de personen te garanderen.

Indien er dus een andere manier is om het vertrek van de bedreigende persoon
te bewerkstelligen, moet deze eerst overwogen worden; het huisverbod
wordt bij voorkeur slechts aangewend wanneer een contactverbod onontbeerlijk lijkt. Er zullen ook bijzondere maatregelen met betrekking tot slachtofferzorg voorzien worden.

Het huisverbod kan bijvoorbeeld worden aangewend om geweld tegen vrouwen, partnergeweld. In dat geval moeten de onderrichtingen uit de omzendbrief (COL 4/.2006) betreffende het strafrechtelijk beleid inzake partnergeweld gevolgd worden. Het gaat daarbij met name om de deelname aan een responsabiliseringsprogramma voor geweldplegers, op vrijwillige basis of in het kader van een bemiddeling in strafzaken.

Het tijdelijk huisverbod kan ook geweld betreffen tegen mensen die slechts tijdelijk “verblijven” op een bepaalde plaats. Enkel feiten die de lichamelijke of psychische veiligheid van de medebewoners in het gedrang kunnen brengen worden beoogd. Bedreigingen die enkel betrekking zouden hebben op financiële of materiële veiligheid worden uitgesloten.

3. Een beperkte duur van het huisverbod

De tijdelijke huisverbodsmaatregel kan de procureur des Konings enkel in dringende gevallen opleggen en geldt gedurende maximaal tien dagen. De vrederechter heeft de mogelijkheid de termijn verlengen tot drie maanden. Het vonnis van de vrederechter is vatbaar voor hoger beroep of verzet.

De politie vervult in dit tijdelijk huisverbod de facto een belangrijke rol en zal, dankzij haar centrale positie met alle betrokkenen in contact staan, zowel met de rechtzoekende las met het parket. Zo wordt de lokale politie van de verblijfplaats van het verbod op de hoogte gebracht, opdat die volledig geïnformeerd zou zijn en snel en met kennis van zaken kan antwoorden op de oproepen van de beschermde bewoners.

In de praktijk zullen de procureurs des Konings geconfronteerd worden met wettige verzoeken van de “uithuisgeplaatste” die noodzakelijke persoonlijke bezittingen wensen terug te krijgen. In eerste instantie zal daarvoor een beroep worden gedaan op een derde.

4. De doelstellingen van deze gemeenschappelijke rondzendbrief

Deze rondzendbrief heeft tot doel:

– De wet van 15 mei 2012 te verduidelijken
– De toepassing van de wet eenvormig maken, door de invoering van een kader dat geval per geval zal moeten worden toegepast.
– De rol van de verschillende actoren (parket, politie en dienst slachtonthaal) en de modaliteiten van hun optreden verduidelijken.
– De parketmagistraten zal overigens worden uitgenodigd om met de nodige omzichtigheid te handelen en deze uitzonderlijke maatregel enkel weloverwogen te nemen op basis van ingewonnen ernstige elementen.

Share on:

Leave a comment