Een poging om ietsjes meer mens te worden

Het wetsontwerp over euthanasie voor minderjarigen heeft niet zozeer met zelfbeschikking te maken, zo stelt minister van Justitie Annemie Turtelboom in reactie op het pleidooi van René Stockman. Het gaat om betrokkenheid bij één van de meest pijnlijke keuzes die een mens moet maken.

‘Waarom blijven zoveel mensen angst hebben voor zelfbeschikking?’, zo vroeg ik me gisterenmorgen af bij het lezen van de Vrije Tribune van broeder René Stockman over het wetsontwerp over euthanasie voor minderjarigen. Ik vermoed dat het argument maar een sublimering is, van een begrijpelijke angst voor het onbekende.
In de Kamer, waar ik dit wetsontwerp van een groep senatoren in de Commissie Justitie heb ingeleid en verdedigd, zeg ik dat dit gaat over wat ons het meest dierbaar is, onze kinderen, en over het meest pijnlijke moment van ons en hun leven, de dood. Daarbij is niets zo moeilijk als (wettelijke) besluitvorming over adolescenten waarvan artsen unaniem zeggen dat ze niet meer zullen genezen. In het wetsontwerp zijn vele waarborgen ingebouwd, met vooral de beslissingsmacht van het kind en elk van beide ouders, zonder wie de keuze voor euthanasie nooit kan plaatsvinden. Er is bovendien opvolging en evaluatie voorzien die permanent zal gebeuren. Bovenal geldt dat dit enkel een bijkomende keuze mogelijk maakt naast de bestaande, een keuze waartoe noch kind, noch ouders, noch arts verplicht kunnen worden.

Ook dan nog begrijp ik de commotie, de weerstand, de angst. Maar dan denk ik aan het handvol adolescenten die zich nu al elk jaar in een dergelijke situatie bevinden. Ik heb zo’n groot vertrouwen in onze zorgsector dat ik er zeker van ben dat zij in de best denkbare omstandigheden opgevangen worden. En ik vermoed dat velen onder ons dat zo willen houden. Toch knaagt bij mij, volwassen, mondige mens van de 21ste eeuw, het gevoel: mag ik iets exacter weten wat precies de opties zijn, en wanneer, en met welke alternatieven? Mag ik daar als ouder, of in naam van mijn kind, iets meer bij betrokken worden? Of houden we dat in de sfeer van informele afspraken, met veel onuitgesproken woorden?

Natuurlijk is dat onbekend terrein, natuurlijk zijn daar risico’s in, hoe klein we die ook trachten te houden. Ongetwijfeld kennen we met de nieuwe wet grote verantwoordelijkheden toe aan artsen, ouders en bovenal de adolescent zelf, die ze nu in stilte en discreet aan de zorgverleners overlieten. Maar is het niet precies dat wat de mens tot mens maakt, dat hij die verpletterende verantwoordelijkheid niet schuwt en doorgeeft, maar opneemt, hoe aarzelend ook?
Ik neem de euthanasiewet van tien jaar geleden tot doorslaggevend voorbeeld. Ik zie vandaag hoeveel mensen bewust de keuze voor euthanasie maken. Ik zie diep-gelovige katholieken die keuze overwegen, en nemen. Ik heb al een uitvaart meegemaakt waar de pastoor het verhaal van de keuze van de overledene, zelf een gelovige oude man die zijn vrouw aan kanker had verloren en die nu zelf ongeneeslijk was verklaard, in alle sereniteit vertelde. Ik denk dat zelfs de hevigste voorstanders van 2002 nooit gedacht hadden dat euthanasie zo snel zo breed ingeburgerd zou geraken.

Ik heb ook de tweet van advocaat Fernand Keuleneer gelezen, waarin hij zijn afschuw uitsprak over het mediagebeuren rond de met champagne afscheid nemende 95-jarige atleet Emiel Pauwels, die voor euthanasie koos na de diagnose van kanker. Ik heb daarover nagedacht, maar finaal was mijn conclusie: was dit niet Pauwels’ eigen keuze, moest ik me niet eerder verheugen dat een mens op zijn 95ste – en wetende dat zijn 96ste en mogelijk laatste levensjaar pijnlijk zou worden – in volle geluk en fysieke paraatheid zelf besloot heen te gaan?

Ik wil daarbij het woord zelfbeschikking niet eens in de mond nemen. Het gaat er om dat we dankzij de medische vooruitgang op een punt zijn gekomen waar we de grens van leven en dood zover hebben opgeschoven, dat het begrip ‘natuurlijke dood’ (die vaak pijnlijk was) achterhaald is geraakt, en er steeds meer keuzemomenten ontstaan. En dan moet je als wetgever in de 21ste eeuw ook de wettelijke bescherming creëren voor processen waarbij patiënten en hun omgeving mee kunnen nadenken en beslissen over die keuzes, als ze dat zelf wensen.

Ik ga dus niet polemiseren over Stockmans betoog, zelfs niet over de manier waarop hij dat opentrekt tot een nieuwe rauwe invraagstelling van abortus. Ik begrijp dat hij argumenten voor een dagelijkse reële problematiek zoekt in hogere principes, en wil zelfs begrijpen dat men de wet verdacht tracht te maken als slordig en snel gestemd, ook al is er al zolang over gepraat en uitgepraat. Maar begrijp ons ook ten volle als we toch doorgaan met een bescheiden poging om ons leven – en dat van ons ziek kind – een ietsje menswaardiger te maken, en om zo een ietsje meer mens worden.

Share on:

Leave a comment