Efficiëntere wetgeving om faillissementen te voorkomen

De wet op de continuïteit van ondernemingen wordt verbeterd. Deze wet, in voege sinds april 2009, moet ondernemingen in moeilijkheden de mogelijkheid bieden om een faillissement te voorkomen en hun continuïteit te verzekeren. “Dankzij een aantal nieuwe voorwaarden die worden opgelegd zal de wet nog meer zijn nut kunnen bewijzen voor bedrijven die een goede kans hebben op herstel. Zowel de bedrijven in moeilijkheden, de schuldeisers als de werknemers hebben baat bij deze aanpassingen die de uniformiteit en transparantie van het systeem versterken terwijl de knelpunten worden weggewerkt,” aldus minister Turtelboom.

In 2011 maakten 1389 bedrijven gebruik van deze wet, in 2012 waren dat er 1537. De wet kent een gunstige evolutie met jaar na jaar een stijging van de aanvragen. Om de procedure te verbeteren werden een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo beoogt het wetsontwerp een betere preventie en opsporing van bedrijven in moeilijkheden. De rol van de beoefenaars van cijferberoepen (boekhouders en auditbedrijven) wordt hiertoe versterkt. Indien zij menen dat een bedrijf in moeilijkheden zou kunnen geraken zijn ze verplicht dit te melden, bij het bedrijf zelf en indien geen maatregelen getroffen worden kunnen zij dit melden bij de Rechtbank van Koophandel. Hierdoor kunnen bedrijven bijgestaan worden van zodra er aanwijzingen zijn dat moeilijkheden zich kunnen voordoen en wordt een opstapeling van problemen vermeden.

Daarnaast hebben de aanpassingen ook tot doel de toegang tot de procedure beter af te stemmen op bedrijven die een mogelijkheid op herstel hebben. Eén van de maatregelen bestaat erin dat alle stukken bij het inleidend verzoekschrift moeten gevoegd worden, zodat de rechter zich meteen een goed beeld kan vormen van de situatie. Indien blijkt dat verkeerde informatie werd gegeven, kan de rechter beslissen de procedure stop te zetten. Hij kan ook in de loop van de procedure deze stopzetten als blijkt dat de schuldenaar er niet in slaagt de onderneming terug leefbaar te maken. De rechter krijgt dus veel meer controlemogelijkheden waardoor eventuele misbruiken vermeden kunnen worden.

Het systeem wordt uniformer en eenvoudiger. Een vaste kostprijs wordt vastgelegd voor de volledige procedure van bij de start tot het einde voor de rechtbank en dient op voorhand betaald te worden. Het ontwerp voorziet ook een betere bescherming van alle schuldeisers, onder meer door een minimumbetaling van 15 procent te garanderen in het reorganisatieplan. De schuldeisers zullen beter geïnformeerd worden naar de doelstelling van de reorganisatie, de duur en de positie van de andere schuldeisers. Bij een overname hebben zowel de overnemer als de werknemers baat bij de nieuwe regeling aangezien zij over meer informatie zullen beschikken en dat er op voorhand duidelijkheid gecreëerd wordt. Ondernemingen die diensten en goederen leveren aan bedrijven die deze procedure volgen worden door deze aanpassingen beter beschermd.

“30 % van de ondernemingen die in deze procedure terecht komen, raken uit het dal”, aldus minister Turtelboom. “De nieuwe aanpassingen zijn beter voor het economisch klimaat, omdat voornamelijk bedrijven die effectief kans maken op herstel nog in aanmerking komen voor deze procedure.”

De knelpunten van de oorspronkelijke wet werden aangepakt in overleg met de verschillende middenveldorganisaties. Karel Van Eetvelt: “UNIZO is steeds voorstander geweest van deze wet, maar we hebben een aantal noodzakelijke wijzigingen geformuleerd. Volgens UNIZO werd er nog te laat gebruik gemaakt van de wet en werd de wet misbruikt door sommige ondernemers om hun schuldeisers te ontlopen. Ook de beperkte controlemogelijkheden van de rechter werden in vraag gesteld. Deze bezorgdheden worden nu aangepakt door de wijzigingen.”

Share on:

Leave a comment