Groene energie, zelfs oliesjeiks geloven erin

Zo’n 30 kilometer buiten Abu Dhabi verrijst de groenste stad ter wereld uit het woestijnzand. Is dit de toekomst? Of een gekke droom van sjeiks die geen blijf weten met hun fortuin? Vlaams energieminister Turtelboom ging het uitzoeken. Haar conclusie: dit moeten we ook doen – maar wel in het klein.

Bron: De Morgen, dinsdag 19 januari 2016

Beeld u even in: het is 1940, u woont in een vissersdorp, u graaft een put in de tuin en u vindt er iets waardevols. Neem nu 10 procent van de olievoorraden op de planeet. Dat is Abu Dhabi. De hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) zou een logische verdediger van het status quo in de energiewereld moeten zijn. Hoe meer olie iedereen blijft verbranden, hoe rijker de sjeiks worden. Klimaatopwarming weglachen lijkt dan ook de beste optie. Zoals veel andere landen met olievoorraden doen.

Maar in Abu Dhabi wordt er, zeker de laatste jaren, meer en meer gekozen voor een andere weg. Wie de wolkenkrabbers en shoppingcenters achter zich laat en de woestijn intrekt, stoot daar plotseling op Masdar City. Sinds 2007 wordt er gebouwd aan deze ecotopia, de groenste stad ter wereld, eentje die eigenhandig meer stroom opwekt dan ze verbruikt, dankzij de nieuwste groene technologieën.

De toegang tot Masdar City zegt genoeg. In een ondergrondse stationshal staan elektrische wagentjes te wachten, zonder chauffeur, die bezoekers via magnetische sporen naar het centrum rijden. Een damesstem spreekt iedereen bij aankomst toe: dank u voor uw reis. In het Arabisch daarna: as-salamu aleikum.

Vlaams energieminister Annemie Turtelboom (Open Vld) kijkt geamuseerd als ze uitstapt. “Wanneer kunnen wij zo’n stad bouwen bij ons.” (lacht) De liberale minister is voor een paar dagen naar Abu Dhabi afgezakt om er deel te nemen aan een wereldwijde conferentie rond groene energie. Die geldt als de eerste top na die van Parijs afgelopen maand. De debatten zijn best interessant, maar zoals Turtelboom zelf aangeeft: soms krijg je de indruk dat het om een samenkomst van een groene fanclub gaat. “Ik ga daarom graag op verkenning. Het feit dat net oliesjeiks de overstap maken naar hernieuwbare energie is zeker een onderzoek waard.”

Tochtgaten

Abu Dhabi heeft een betere naam dan andere emiraten zoals Dubai. Er is meer olie, meer geld en minder geldingsdrang. Het land investeert 15 miljard dollar, een fractie van zijn fortuin, in Masdar City. Ongetwijfeld voor de eigen glorie. Maar ook om zich voor te bereiden op de dag dat de olie weg is door zichzelf op te werpen als een koploper op het vlak van hernieuwbare energie. Masdar City is het startpunt.

Om het met de woorden van ‘zijne hoogheid’ premier sjeik Mohammed te zeggen in de lokale krant The Khaleefi Times: “Onze kinderen zullen feestvieren als we ons laatste vat olie verkopen.”

Vandaag is ongeveer een zesde van de stad klaar, wat neerkomt op ruim een vierkante kilometer aan appartementen, winkels, kantoorruimten en een universiteit. Alles is gebouwd om verspilling van stroom en water zoveel mogelijk tegen te gaan. Hier dus geen marmer en blingbling maar zonnepanelen, waterafstotende muren, hyperslimme netwerken: een ‘groene big brother’, die ieders verbruik intensief opvolgt.

Om de stad te koelen tijdens de verschroeiende zomers, worden auto’s geweerd, zijn de daken en overkappingen zo gevormd dat ze de wind de straten in leiden, geven alle gebouwen elkaar slagschaduw. En het werkt: als Abu Dhabi vergaat in temperaturen van 50 graden, is het hier hoogstens 35 graden.

De reactie van Turtelboom: “En dat dankzij een paar ‘tochtgaten’. (lacht) Zo zie je hoe simpele ingrepen ook een effect kunnen hebben. duurzaam, goed en slim is lang niet altijd gelijk aan mega.”

Is Masdar City dan het stichtend voorbeeld voor de rest van de wereld? Toch even afwachten tot het project helemaal klaar is, in 2030. Hoe aangenaam het ook is in de smalle straatjes, de enige mensen die er nu rondlopen zijn de 400 studenten van de universiteit. Daar zouden er in theorie binnenkort nog 45.000 moeten bijkomen. Maar de vraag blijft of de rijke sjeiks hun luxe gaan inruilen voor duurzaamheid.

De parking net buiten de stad geeft een aanwijzing. Daarop staan drie Maserati’s te blinken, een Lamborghini en zes jeeps. Ahmed al-Awadi, een van de directeur van Masdar City: “Meer en meer mensen zien echt wel in dat onze olie eindig is. Maar auto’s, dat is iets anders.” Zelf is hij fan van BMW.

Turtelboom ziet ook dat een bouwwerf in de woestijn niet zomaar valt om te toveren tot een bruisende omgeving. Sowieso: onze stad van de toekomst heeft al een naam. De minister noemt Brussel, Antwerpen, Gent. Oliesjeiks kunnen zomaar een woestijn afgraven voor hun ecotopia. De rest van de wereld heeft die weelde meestal niet. Er is geen plaats voor. Laat staan dat de staatskas vol zit met oliemiljarden. Het komt er bijgevolg op aan om de eigen steden te transformeren tot groene metropolen. En het liefst snel.

In dit opzicht is de echte waarde van Masdar City dat het als een levend lab dient, een wetenschappelijke speeltuin waar groene innovaties wat uitgebreider getest kunnen worden in de werkelijkheid.

Turtelboom: “Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in de steden. Er zijn een heleboel mogelijkheden om die te vergroenen. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie tussen zonnepanelen en batterijen. Het probleem is dat we voorlopig niet weten of die combinatie ook steek houdt. Je kunt daar principieel voor zijn, maar je moet wel maken dat gezinnen nog stroom hebben tijdens een lange winter. Daarom is het noodzakelijk om ook bij ons living labs te hebben, zoals Masdar City maar dan op veel kleinere schaal.”

Regelluwe zones

Volgens de minister is het nu vaak te moeilijk om uitvindingen tot in de huiskamer of bedrijfsvloer te krijgen. “Op Linkeroever in Antwerpen staat

een windmolen die aangesloten is op de koelinstallatie van LuikNatie. Als er overaanbod aan stroom is op een winderige dag, kan deze windmolen toch nog draaien omdat zijn stroom gebruikt wordt voor de koelcellen. Dit is een heel interessant project. We willen dit systeem graag onderzoeken op grotere schaal, maar de wetgeving laat dit niet toe. Wel, aan zulke gevallen moet je iets doen.”

Concreet is de bedoeling om in Vlaanderen ‘regelluwe zones’ aan te leggen. Versta: plaatsen waar de reglementitis minder in de weg staat. “Maar het zal gaan om kleine plekken. Een wijk, een appartementsgebouw, een instelling – niet meer. Afhankelijk van de noden kunnen we dan de wetgeving wat versoepelen.”

In Scandinavië bestaat dit systeem al langer. Silicon Valley in Los Angeles werkt op een gelijkaardige manier. Voor start-ups kan en mag er eigenlijk alles. Turtelboom: “We moeten ervoor zorgen dat innovaties van onze onderzoeksinstellingen en bedrijven een eerste stap kunnen zetten. In Vlaanderen hebben we een kleine oppervlakte voor veel inwoners, met bovendien een hoog energieverbuik. Er is veel werk te doen.”

Als Masdar City iets aantoont, dan is het dat de uitdagingen enorm zijn, maar de mogelijkheden evenzeer. Directeur Al-Awadi denkt er trouwens aan om een elektrische sportauto te kopen. “Maar wel een BMW.”

Share on:

Leave a comment