Groene warmte wordt volwaardig onderdeel van Vlaamse energiepolitiek

Met de eerste buislegging is de uitbouw van het project Warmtenet Nieuw Zuid vanochtend van start gegaan. De Vlaamse Regering wil van groene warmte en warmtenetten in het algemeen een volwaardig onderdeel maken van de energiepolitiek in de toekomst.

Vanochtend liet minister van Energie Annemie Turtelboom de eerste buis van het warmtenet in de wijk Nieuw Zuid in Antwerpen in de grond zakken. Een grootschalig, toekomstgericht project voor de stad maar ook voor Vlaanderen. “Vijfduizend inwoners op Nieuw Zuid zullen zich in 2025 kunnen verwarmen via dit nieuwe, grootschalige net”, zegt Annemie Turtelboom. “Tegen 2020 zullen al een kleine 1000 woningen aangesloten zijn op dit warmtenet. Ik geloof heel hard in dit soort toekomstprojecten, zeker in steden zoals Antwerpen. Het is ook een goedkope manier om onze doelstellingen rond hernieuwbare energie te halen. 6 tot 14 keer goedkoper dan via groene stroom. We willen in Vlaanderen tegen 2020 22 procent meer groene warmte dan vandaag. Vandaag gaat ook nog veel te veel restwarmte verloren, warmte die onder meer wordt geproduceerd in industriële sectoren. Het is dan ook het doel om in de toekomst dit warmtenet dan ook te voeden met honderd procent restwarmte uit de industrie.”

De Vlaamse Regering heeft in het verleden drie oproepen gedaan om projecten in te dienen voor warmtenetten, die op financiële ondersteuning konden rekenen vanuit de overheid. Dit met matig succes. Vlaams minister voor Energie Annemie Turtelboom wil de komende jaren de uitbouw van warmtenetten steviger stimuleren, en opnemen als een volwaardig onderdeel van de Vlaamse energiepolitiek. Het budget van de volgende call zal dan ook hoger liggen dan die van de vorige calls

Bij de volgende call groene warmte in augustus zal een hoger budget worden voorzien ter ondersteuning van dergelijke projecten. In totaal 10,25 miljoen euro. In tegenstelling tot 8,2 miljoen euro bij de vorige groene call. Maar ook in de toekomst zal meer budget worden voorzien om warmtenetten te ondersteunen. Een heel bewuste keuze, aangezien groene warmte een belangrijke rol kan spelen in het behalen van de doelstellingen 2020.

Groene warmte wordt voortaan als een volwaardig onderdeel van de Vlaamse energiepolitiek gezien. Om het potentieel in Vlaanderen te benutten, de ambities waar te maken en de achterstand met andere (hoofdzakelijk Scandinavische) landen voor een stuk te verkleinen, is het noodzakelijk om groene warmte als een volwassen energiebron te aanzien, met de nodige ondersteuning. Daarbij hoort een financiering op maat, in de vorm van investeringssteun.

Groene warmte kan tegen 2020 een derde tot de helft van die Belgische doelstelling invullen, en dit op een goedkopere manier dan via groene stroom: 6 tot 14 keer goedkoper. Gaat Vlaanderen voor één procent meer groene warmte, dan hoef je eigenlijk twee procent minder groene stroom te hebben voor de doelstelling. In het Vlaams Gewest dient ongeveer 55 procent van het totale bruto finaal warmteverbruik voor verwarming en koeling. Elektriciteit heeft een aandeel van 22 procent. Vandaag gaat nog veel restwarmte verloren, warmte die onder meer wordt geproduceerd in industriële sectoren.

Ook wordt in de toekomst de steun voor groene warmte uitgebreid naar projecten die daarvoor in het verleden nog niet in aanmerking kwamen. Zo zal het voor de volgende call groene warmte mogelijk zijn om projecten in te dienen die gekoppeld zijn aan geothermie. Wie warmte uit de diepere aardlagen haalt en daarmee gebouwen en woningen verwarmt, zal dus in de toekomst ook op steun kunnen rekenen van de Vlaamse overheid.

Vlaanderen heeft momenteel een achterstand in vergelijking met andere buurlanden als het over warmtenetten gaat. Denemarken bijvoorbeeld heeft 30.000 kilometer aan warmteleidingen en twee derde van alle warmte verbruikers zijn er op aangesloten. De bestaande warmtenetten worden momenteel in kaart gebracht door VITO. Deze kaart zal eind dit jaar klaar zijn. Momenteel zijn er concrete plannen in Antwerpen, Kortrijk en Menen voor de uitbouw van nieuwe warmtenetten. Daarnaast wordt een warmteatlas ontwikkeld, die moet aantonen waar de aanleg rendabel kan.

Share on:

Leave a comment