Erfrecht wordt gemoderniseerd

Minister van Justitie Annemie Turtelboom wil het erfrecht verder moderniseren. De hervorming van het erfrecht werd eind vorig jaar ingezet. In november keurde het parlement een eerste aanpassing goed. “Het erfrecht werd nooit aangepast aan de maatschappelijke evoluties waardoor het systeem niet meer overeenkomt met onze huidige vormen van samenleven,” aldus Turtelboom. “Erfenissen op maat en meer flexibiliteit voor de burger, wordt het nieuwe leitmotiv.” Nog dit jaar zullen een reeks gedetailleerde wetteksten aan het parlement worden voorgelegd en er zijn reeds enkele wetten van erfrecht goedgekeurd eind vorig jaar.

1. De eerste hervormingen van het erfrecht eind 2012

Erfenissprong
Goedgekeurd door kamer op 29 november 2012 (Wet van 10 december 2012, zou op 11 januari 2013 in het Staatsblad verschijnen)
 De nieuwe wet op het erfrecht voert voor het eerst een zogenaamde “erfenissprong” in. Daardoor kunnen kleinkinderen rechtstreeks van hun grootouders erven, als de ouders dit toelaten. Daardoor erven de kleinkinderen veel eerder, op een leeftijd waarop ze die erfenis harder nodig hebben dan hun ouders, en in één enkele overgang, zodat er ook maar één keer successierechten moet betaald worden. Voor de eerste keer is er nu een gewilde erfenissprong of generatiesprong bij erfrecht mogelijk.
 Het begrip plaatsvervulling wordt nog verder verruimd: niet alleen de kinderen van een overleden erfgenaam, maar ook de kinderen van een onwaardige erfgenaam, zullen, net zoals de kinderen van een verwerpende erfgenaam, voortaan zijn plaats kunnen innemen.

Erfelijke onwaardigheid

 De nieuwe wet voert een nieuwe, duidelijke, eerlijke regeling over de erfrechtelijke onwaardigheid in. Waar vroeger iemand enkel onwaardig werd om te erven indien hij veroordeeld werd voor moord of doodslag, wordt dit met de nieuwe wet ook van toepassing bij slagen en verwondingen, vergiftigingen of verkrachtingen die de dood tot gevolg hadden.
 Dit gaat gepaard met een coherente regeling van alimentaire onwaardigheid en verlies van huwelijksvoordelen voor wie zich onfatsoenlijk heeft gedragen ten opzichte van de erflater

Gezinsdrama’s  Onwaardigheid wordt nu ook uitgebreid: iemand die niet strafrechtelijk veroordeeld kan worden voor de feiten die tot de dood hebben geleid, maar ze wel degelijk gepleegd heeft, kan voortaan postuum onwaardig worden verklaard– dit gebeurt wanneer de dader bijvoorbeeld zelfmoord pleegt na de feiten en dus niet veroordeeld kan worden. Zo kan de dader voortaan de erfenis van zijn slachtoffer niet aan zijn familie doorgeven, ten nadele van de familie van het slachtoffer.

 Ook wanneer iemand schuldig is bevonden aan gezinsgeweld, kan de strafrechter beslissen een bijkomende straf op te leggen, waardoor de dader niet meer kan erven van het slachtoffer, ook al is het slachtoffer niet meteen overleden. Bijvoorbeeld wanneer een vader zijn dochter verkracht, kan de rechter die hem daarvoor veroordeelt ook beslissen dat de vader niet van de dochter zal erven, als ze later overlijdt.
 Omdat er nogal wat tijd kan verstrijken tussen de feiten, zou het kunnen dat het slachtoffer de dader vergiffenis schenkt: dan zal de dader, bij later overlijden van het slachtoffer, er toch van kunnen erven.

2. Hervormingen van het erfrecht in 2013

Landverzekeringsovereenkomst

 De ongrondwettig verklaarde bepaling van artikel 124 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst is herschreven, zodat ze nu grondwetsconform is. Ze gaat ook daadwerkelijk het misbruik van levensverzekeringen om voorbehouden erfgenamen (kinderen in het bijzonder) te benadelen, tegengaan.
 Ook de artikelen 127 en 128 van diezelfde wet, die ook ongrondwettig zijn verklaard, zullen worden aangepast. Het gaat om het lot van levensverzekeringen die door een gehuwde persoon zijn aangegaan.
 De regeling die in overleg met de pensioenminister wordt uitgewerkt moet coherent zijn met het huwelijksstelsel van de verzekeringsnemer, en mag hem niet toelaten hetgeen de huwelijksgemeenschap toekomt aan de huwelijksgemeenschap te onttrekken.
 Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de individuele levensverzekering en de collectieve levensverzekering, waarmee een aanvullend pensioen wordt opgebouwd. Manifeste ongelijkheid in pensioenopbouw van de echtgenoten moet door een duidelijke, billijke en hanteerbare financiële regeling gecompenseerd kunnen worden. Daar wordt in overleg met de pensioenminister aan gewerkt.

Huwelijkscontract
 Het huwelijkscontract is het instrument om goede vermogensrechtelijke afspraken tussen echtgenoten vast te leggen. De mogelijkheden daartoe moeten worden uitgebreid, in het bijzonder om in het huwelijkscontract een goede regeling van de nalatenschap uit te werken, waartoe de echtgenoten zelf en op maat van hun eigen familiale en vermogensrechtelijke situatie kunnen beslissen, met behoud van de mogelijkheid om ze in geval van nieuwe omstandigheden verder aan te passen.
 Gehuwden moeten meer ruimte hebben om te beslissen hoe ze onder mekaar de huwelijksaanwinsten verdelen (al hetgeen tijdens het huwelijk als spaarvermogen is opgebouwd, ook het huis dat tijdens het huwelijk is gekocht en betaald bijv.); als ze dat wensen, dan moeten ze dat aan mekaar kunnen laten, zonder dat de kinderen hiertegen kunnen opkomen of daar een deel van kunnen eisen.

Erfovereenkomsten
 Het thans geldend verbod om overeenkomsten te sluiten over een niet opengevallen nalatenschap (verbod van erfovereenkomsten) is aan herziening toe. De burger wil meer ruimte om zelf te regelen, in overleg met zijn erfgenamen, hoe zijn nalatenschap zal worden verkregen en verdeeld. In overleg met de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat wordt onderzocht op welke wijze dit op de meest efficiënte wijze kan worden ingevoerd, met voldoende aandacht voor een billijk evenwicht tussen de belangen van de ouders en die van de kinderen, ook en in het bijzonder wanneer het gaat om zorgenkinderen (kinderen met een mentale handicap bijvoorbeeld).
 Ten slotte moeten de oude, traditionele regels van het Burgerlijk Wetboek in verband met de verdeling van de nalatenschap, en dan vooral in verband met het tijdstip van waardering zowel van de te verdelen goederen als van de bij leven geschonken goederen herzien worden om billijker en beter bruikbaar te zijn. Deze regels zijn meer dan 200 jaar oud, en dus bezwaarlijk ‘actueel’ te noemen.

Share on:

Leave a comment