“Ouderenzorg, hoe tomorrow landen?”

Speech gegeven op de academische zitting van Vlozo ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan, op 14/03/2017.

Geachte Voorzitter, Geachte Gedelegeerd Bestuurder,
Geachte collega’s, dames en heren,

Vooreerst wil ik VLOZO bedanken voor de uitnodiging om als keynote speaker op deze academische zitting ter viering van het 25-jarig bestaan te mogen aantreden. VLOZO, voorheen FOS, heeft in die 25 jaar een steeds toenemende rol gespeeld in de Vlaamse zorgsector, en dit als een uitgesproken onafhankelijke speler, niet evident in een Vlaanderen waarin verzuiling nooit ver weg is.

Het groeiende aantal voorzieningen die zich aansluiten bij dit zorgnetwerk illustreert dat VLOZO een geloofwaardige, betrouwenswaardige en constructieve speler is die op een consequente manier de belangen weet te verdedigen van vele initiatiefnemers/ondernemers in onze Vlaamse ouderenzorg. Ook de Vlaamse overheid kan alleen maar tevreden zijn dat ze met VLOZO een partner heeft die als vertegenwoordiger kan spreken namens een belangrijk deel van de sector.

Daarom ook vanwege mezelf: oprecht gefeliciteerd met jullie werking en 25-jarig bestaan, doe zo verder en alle succes gewenst voor de toekomst!

Heel wat sprekers zullen hier na mij nog volgen en zullen ongetwijfeld elk binnen hun domein van expertise ingaan op een aantal specifieke thematieken vanuit hun achtergrond als beleidsmaker, academicus of belangenorganisatie. Ik wil daarom eerder een algemene insteek meegeven, vertrekkende vanuit de uitdagingen die zich stellen, rekening houdende met de inspanningen die al zijn geleverd vanuit het beleid, maar ook met een vooruitblik op de toekomst.

Het is een open deur intrappen natuurlijk: de vergrijzing stelt ons voor heel wat uitdagingen. In 2020 zal één Vlaming op vijf 65 jaar en ouder zijn. In 2030 zal dit 1 op 4 zijn. In 2010 bedroeg het aantal 80-plussers 5% van de totale Vlaamse bevolking, in 2040 zal dat bijna het dubbel zijn (9%). We worden dus alsmaar ouder en dat is een goede zaak natuurlijk laat dat duidelijk zijn. Maar de stijging van de gemiddelde leeftijdsverwachting maakt ook dat er een toename is van chronische aandoeningen en het hebben van meerdere chronische aandoeningen tegelijkertijd (multimorbiditeit).

Het Vlaamse beleid stelt – terecht – voorop dat ouderen met (toenemende) noden aan zorg en ondersteuning zo lang mogelijk moeten kunnen verblijven in de thuisomgeving. Dat is wat ouderen ook zelf het liefst willen. Daarbij wordt beleidsmatig ook het principe van vermaatschappelijking van de zorg naar voor geschoven: in eerste instantie willen we onze zorgbehoevende ouderen omringen met steun vanuit gezin, familie, vrienden, buren. Mantelzorg en vrijwilligerszorg zullen aangesproken worden vooraleer een beroep te doen op reguliere zorgdiensten zoals thuiszorg. Maar, zoals zonet vermeld, gegeven de toename van (een combinatie van) chronische zorgaandoeningen maakt de complexiteit van de zorg op een bepaald moment residentiële zorg en dus opname in een centrum voor kortverblijf of in een woonzorgcentrum veelal onvermijdelijk. Het is dan ook noodzakelijk om als overheid te blijven investeren in een sterk uitgebouwde residentiele zorgcapaciteit.

De budgettaire impact van de vergrijzing is enorm. Niet alleen voor wat de pensioenen betreft, maar uiteraard ook voor wat de zorg en gezondheidszorg betreft. Nu al zien we dat de Vlaamse overheid jaarlijks vele tientallen miljoenen euro’s extra pompt in de zorg voor onze ouderen. Binnen een dergelijke context is het nodig een duidelijk kader te creëren waarbinnen groei van het aanbod kan verzekerd worden met respect voor budgettaire beheersing.

De erkenningskalender voor rustoordbedden heeft in die zin mogelijk gemaakt dat tegen het einde van deze legislatuur bijna 10.000 vergunde bedden zullen omgezet zijn naar erkende bedden. Samen met de toewijzing van extra middelen om de stijgende zorgzwaarte op te vangen, met name 2.200 extra RVT-bedden vorig jaar en dit jaar, betekent dit voor Vlaanderen een budgettaire inspanning van ongeveer 200 miljoen euro.

En dan hebben we het nog niet over de groei van het budget voor de zorgverzekering, de tegemoetkoming hulp aan bejaarden, het hulpmiddelenbeleid en de middelen die uitgetrokken worden voor infrastructuurfinanciering, waarbij de vroegere VIPA-financiering trouwens omgevormd werd naar een nieuw forfaitair financieringsmodel. Een hervorming die meer dan nodig was.

Minister Vandeurzen wordt vandaag vertegenwoordigd door mevrouw Bernadette Van den Heuvel van het kabinet. Ik denk dat ook zij straks ongetwijfeld deze beleidsmaatregelen zal benadrukken, maar ze illustreren dus wel heel goed hoe de Vlaamse regering, ondanks de moeilijke budgettaire omstandigheden zware inspanningen heeft geleverd voor deze bevoegdheden, waarvan de meeste bovendien pas sinds de 6de staatshervorming zijn overgekomen.

De boodschap mag echter niet herleid worden tot “meer geld voor meer van hetzelfde”. Iedereen hier aanwezig is het er ongetwijfeld met mij over eens dat de organisatie van onze zorg en het zorglandschap zelf ook in verandering zijn. De zorgvernieuwing zet zich onvermijdelijk door.

De volgende sprekers zullen daar ongetwijfeld dieper op ingaan, maar ik denk dat één van de belangrijkste ontwikkelingen toch is dat we vaststellen dat de burger en dus ook de oudere mondiger is dan vroeger. Hij of zij laat zich niet snel meer in een bepaalde richting duwen of sturen op zoek naar de gepaste zorg- en dienstverlening. Hij of zij wil vooral zelf aan het stuur zitten. De regie in handen houden. Ik kan vanuit mijn liberale overtuiging alleen maar een versterking van individuele zelfbeschikking toejuichen.

Van de sector zal dit vereisen dat een omslag wordt gemaakt naar meer vraaggestuurde zorg. Zorg op maat ook. Idealiter koppelen we dit aan een andere financieringswijze, met name persoonsvolgend. Ik verwijs naar de sector van de personen met een beperking waar sinds 1 januari dit jaar persoonsvolgende financiering (pvf) werd ingevoerd. Natuurlijk besef ik dat je beide sectoren niet zomaar met elkaar mag vergelijken en dat de ouderenzorg zijn eigen traject naar een eigen pvf-model zal volgen in de jaren die komen. Het Vlaamse regeerakkoord geeft alleszins aan dat concepten pvf zullen uitgetest worden.

Persoonsvolgende financiering, vraagsturing, zorg op maat, regie in handen van de oudere, vanuit Open VLD juichen we dit ten volle toe. We zien er een maatschappelijke bevestiging in van onze ideologische principes, waarbij we willen investeren in mensen in plaats van structuren en waarbij we het individu zoveel mogelijk zelf keuzes willen laten maken over zijn leven. Koppel daaraan ook de technologische innovaties die zich in razendsnel tempo voltrekken, in het bijzonder met betrekking tot digitale zorg, zoals het eHealth verhaal maar ook mobile health, en je krijgt de ideale voedingsbodem voor een transformatie in de ruime zorgsector, en dus ook in de ouderenzorg, en dit zowel op middellange als lange termijn.

Dat brengt me dan bij jullie hier aanwezig: initiatiefnemers op het terrein. Ondernemers in zorg. Voor jullie ligt een unieke opportuniteit om die transformatie mee te sturen en vorm te geven. Niet dat we de rol van de overheid hierin miskennen, zeer zeker niet. Zoals reeds aangegeven zal die rol essentieel blijven, op vlak van financiering van de zorg, maar bijvoorbeeld ook voor het voorzien van een digitaal netwerk voor gegevensdeling en vooral ook om het kwaliteitskader (en de controle erop) te bieden waarbinnen de zorgverlening kan tot stand komen.

MAAR, en dat is wat ik hier wil benadrukken naar jullie als leden van VLOZO toe: de overheid zou in de eerste plaats faciliterend moeten optreden. Het is een illusie om te denken dat publieke middelen alleen zullen volstaan om de noden te lenigen. In plaats daarvan moet ze meer de hand reiken naar de private sector, zowel profit als non-profit, naar sociaal ondernemers die eigen kapitaal investeren in gloednieuwe gebouwen en diensten, volledig conform de normeringen, en daarmee maatschappelijke noden lenigen zonder één cent bouwsubsidie en vooral zonder verlies in de uitbating. Mijn partij heeft steeds gepleit voor een level playing field in de ouderenzorg en heeft die woorden ook omgezet in daden in de Vlaamse regering, denken we maar aan de animatie- en infrastructuurfinanciering die nu ALLE spelers ten bate komt.

In antwoord op de linkse oppositie: de uithalen naar het zogenaamde winstbejag van private initiatieven zijn niet alleen grotesk en getuigend van een manifest wantrouwen in ondernemerschap,  ze zijn ook misplaatst gegeven het feit dat heel wat openbare rusthuizen (de uitzonderingen bevestigen de regel) met verliezen draaien. Die worden vervolgens verhaald op gemeentefinanciën en dus de belastingbetaler. Dat kunnen vzw’s en vennootschappen zich niet veroorloven.

In plaats van doembeelden op te roepen over de zogenaamde commercialisering van de zorgsector zou men beter lessen trekken uit wat sociaal ondernemerschap kan bieden: een zekere marktwerking, efficiënt beheer en management, een modern personeelsbeleid en het inzetten op technologische innovaties zijn een meerwaarde, geen bedreiging. De realiteit demonstreert trouwens heel goed wat er aan de hand is: daar waar het aandeel van de private woonzorgcentra zich consolideert en verstevigt, zien we dat meer en meer lokale besturen vragende partij zijn geworden om hun woonzorgcentra te verzelfstandigen en/of samen te werken met private partners. Het mag duidelijk zijn: de private woonzorgcentra hebben een respectabel marktaandeel in de sector verworven als volwaardige partners naast de openbare en vzw-initiatieven. En dat is een goede zaak.

En daarmee besluit ik dan ook.

Dames en heren, leden van VLOZO, de toekomst in de ouderenzorg biedt vele uitdagingen, maar dat zijn telkens ook opportuniteiten. Jullie bij uitstek weten dat zorg en ondernemerschap niet contradictorisch hoeven te zijn, dat je én sociale en maatschappelijke noden kan leningen én tegelijkertijd ook een economische meerwaarde kan realiseren op de investering van particuliere middelen. Met die mindset en met de overheid als bondgenoot – en die hebben jullie aan Open VLD, ligt de toekomst in de ouderenzorg voor jullie, voor VLOZO open. Veel succes toegewenst.

Ik dank u.

Share on:

Leave a comment