Speech – 10 jaar windturbines van Wase Wind

Ik ben blij dat ik hier sta. Als minister van Energie uiteraard, maar nog het meest van al als grote believer in de toekomst van hernieuwbare energie.

Ik moet zeggen dat ik de indruk krijg dat we in Vlaanderen op dreef aan het geraken zijn. Enfin, dat leid ik toch af uit mijn agenda. De openingen van de windmolenparken volgen mekaar snel op. Op drie weken tijd was ik op bezoek bij evenveel windparken: bij de opening van de eerste slimme windmolen in Vlaanderen, in Kallo/Beveren, ook bij de opening van de XANT-windturbine bij DEME in Zwijndrecht, en nu dus hier. Eén windpark per week. Ik kan niet zeggen dat ik daar treurig van word. Integendeel.

En wat mij nog vrolijker maakt is dat daarmee elke week het bewijs wordt geleverd dat er draagvlak is voor windenergie. En iedereen hier weet hoe: door windturbines op de gepaste plek te plaatsen, en door de omwonenden voldoende te informeren en betrekken in het project.

Vandaag ‘openen’ we geen windmolenpark, maar ‘vieren’ we 3 windturbines. Atlas, Mercator en Cosmos. 10-jaar oude windturbines die al even lang stroom leveren.

Dit project, het project van Wase Wind, is een coöperatieve vennootschap. Iedere geïnteresseerde heeft de mogelijkheid te participeren en zo meester te worden van de eigen energievoorziening. Meer zelfs. Alle projecten van Wase Wind zijn volledig in handen van de participerende burgers. Jullie waarden zijn ‘goede communicatie’ en ‘het creëren van betrokkenheid’. Niet alleen met de burgers, maar ook met de gemeenten. Die samenwerking is cruciaal.

Daarom ben ik blij om hier vandaag te zijn. Jullie bewijzen dat er draagvlak voor windenergie is in Vlaanderen. En dat al 14 jaar lang. In 2001 richtten jullie de coöperatieve Wase Wind op. Hier, in het Waasland. Mag ik jullie early believers noemen? In een tijd waarin windenergie nog heel onbekend was en de klassieke banken geen lening wilden verstrekken aan zo’n ‘onzeker avontuur’, hebben jullie toch de sprong gewaagd. Een gedurfde maar juiste keuze nu blijkt dat het draagvlak voor windenergie in Vlaanderen toeneemt. Sterk toeneemt.

Een studie van de VREG in het kader van de Marktmonitor maakt dit duidelijk. Op vraag van het VEA polsten zij bij 100 huishoudens naar de toekomst en de acceptatie van windturbines in Vlaanderen. En de resultaten zijn duidelijk: in Vlaanderen is er een draagvlak voor windenergie.

Bijna 3 op 4 geeft aan een voorkeur te hebben voor hernieuwbare energie als doelstelling in onze energievoorziening. Ook al gaat dit vandaag gepaard met extra kosten. Het weegt niet op tegen de nadelen voor het milieu bij fossiele energie of de veiligheidsrisico’s bij nucleaire energie.

70 procent van de gezinnen is pro de plaatsing van windmolens. En zelfs 78 procent van de Vlaamse huishoudens ziet geen graten in de plaatsing van een windturbine binnen een straal van 5 kilometer. Hoe komt dit? Door windturbines op de gepaste plek te plaatsen en door de omwonenden voldoende te informeren en betrekken in het project. Zo creëer je draagvlak. Hier moeten we op blijven inzetten en dit mee ondersteunen.

Uit de studie van de VREG blijkt ook dat 1 op 2 zowel geïnformeerd als actief betrokken wenst te worden bij de zoektocht naar de ideale locatie voor de windturbine. Goede communicatie en het creëren van lokale betrokkenheid werkt. Zoveel is duidelijk. Communicatie en betrokkenheid werkt om projecten te realiseren.

Ook hier. Voor elk windpark waarvoor de coöperatieve een vergunning aanvroeg, heeft ze ook een vergunning gekregen. En dit zonder protest van de buurtbewoners.

Ook zou 6 op 10 gezinnen waarschijnlijk tot zeker financieel willen bijdragen in windturbineprojecten. Waarom? Mensen krijgen een aanbod. Niet alleen een aanbod om te participeren, maar ook de mogelijkheid om aandelen te kopen en zo meester te worden van zijn eigen energievoorziening.

Ook hier bij Wase Wind. Inwoners van de gemeenten in het Waasland en in het Scheldeland konden de afgelopen 10 jaar voor een klein bedrag en tegen een laag risico participeren. Maar met een groot rendement. Zeker als je de vergelijking maakt met je spaarboekje. De voorbije 9 jaar kon Wase Wind telkens 5,5 procent dividend uitkeren.

Waar het op neerkomt is dat participatiemogelijkheden van omwonenden duidelijk het draagvlak vergroten. Dat is belangrijk en daar moeten we aandacht voor hebben in de toekomst.

Ik ben als minister zeer ambitieus. En ik ben ervan overtuigd dat we ook ambitieus moeten durven zijn in ons beleid. Ik ben een groot voorstander van participatieprojecten, voor mij is dat een vorm van derde partijfinanciering. Ik geloof ook zeer sterk dat participatie moet groeien vanuit de lokale context, een goede samenwerking tussen de lokale overheden, de projectontwikkelaars en de omwonenden. In mijn beleidsnota staat dat ik met een open vizier wil kijken naar deze projecten, deze moeten alle kansen krijgen. Hernieuwbare energieprojecten moeten alle kansen krijgen. Ik geloof dat participatie kan helpen bij het vormen van een maatschappelijk draagvlak. Dat is essentieel voor windmolenprojecten.

Zeker omdat we nog een weg af te leggen hebben. Vlaanderen telt op dit moment zo’n 300 windturbines, goed voor het jaarverbruik van 250.000 gezinnen. In 2015 kwamen er 80 windmolens bij. Een snelle evolutie, een nooit gekende evolutie. En ik geloof dat we dit record in 2016 en in de jaren erna nog kunnen en zullen verbreken. En dat is nodig.

Om de Europese 2020-doelstellingen te halen op de meest rendabele manier. Tegen 2020 moet 10,5 procent van ons energieverbruik uit hernieuwbare bronnen komen, 19,5 procent van onze elektriciteit moet groene stroom worden. Vandaag zitten we aan 5 procent hernieuwbare energie, aan 10,5 procent groene stroom.

En ook omdat we in vergelijking met de rest van Europa nog wat onder moeten doen. We zijn natuurlijk een kleinere, dichtbevolkte regio, maar toch is het mijn overtuiging dat we beter kunnen. Er is ruimte, er is wind, en er is ambitie.

Vlaanderen behoort tot de dichtstbevolkte gebieden van Europa, met meer dan 450 inwoners per km2. Maar er is nog plaats op de Vlaamse 13.682 km2. Het Vlaams Gewest bezit zelf behoorlijk wat percelen. Ik refereer naar de Vastgoedwijzer. Het grootste aantal percelen – 21.256 in totaal – ligt in Oost-Vlaanderen. De grootste oppervlakte – 148 km² – situeert zich in Antwerpen. Het overzicht van de gronden legt perspectieven bloot om naast elkaar liggende gebieden te detecteren. Dat biedt kansen voor het ontwikkelen van windmolenparken. En er is veel meer ruimte, dan de ruimte waar het Vlaams Gewest eigenaar van is.

Door een slimme inplanting van windturbines kunnen we onze ambities waarmaken. Slim, omdat ze neergeplant worden op plaatsen waar ze weinig overlast veroorzaken, bijvoorbeeld in een havengebied. Slim ook, omdat ze op een plaats komen te staan waar nu eenmaal veel wind is. Als je naar de windkaarten kijkt, bezit deze regio een heel interessante troef.

Stuk voor stuk elementen die we vandaag aan het bekijken zijn in ons fast lane-project. De 80 nieuwe windmolens die er dit jaar bijkwamen, zetten ons op de goede weg, en nu moeten we snelheid maken. En daar wil ik samen met jullie aan werken.

 

Share on:

Leave a comment