Speech – 160ste verjaardag Katoen Natie

Dames en heren, beste vrienden, beste Fernand Huts,

Ik moet toegeven dat het een eigenaardig gevoel geeft om hier in Doel deel te nemen aan je festiviteiten.
Op sommige plaatsen hier voel je nog de grandeur van een mooi verleden.
Tegelijkertijd kan je er niet omheen dat Doel iets heeft van een verlaten spookstad.

Ik heb overigens nog een vreemd gevoel.
Mijn grootouders, hogerop in het Scheldebekken, waren allemaal boeren.
En ik beweerde dus altijd dat ik in de natuur ben grootgebracht.
Nu leer ik hier in Doel dat dit landschap, dat gekneed is door landbouwers – let op de etymologie van het woord: land-bouwers –  hier geen natuur zou zijn.
Dat men daarom hier de natuur gaat herstellen.
Ik zal het daar dadelijk over hebben.

Fernand,

Met uw fijne neus van ondernemer, van cultuurmens en van levensgenieter.
Hebt gij gedetecteerd dat hier iets loos is.
Spreken over Doel is inderdaad spreken over iets wat ons allen raakt.
Want Doel gaat over strijd.
Tussen mensen onderling.
Tussen tegenstrijdige gevoelens in elk van ons.
Tussen verleden en mogelijke toekomst.
Tussen werk en vrije tijd.
Tussen stad en dorp.
Tussen water en land.
Tussen geld verdienen en het zoeken naar het onbetaalbare.

Ik ga geen hier vlammend betoog houden.
Ik ga doen wat ik als politica meestal nastreef: oplossingen zoeken.

Laten we vertrekken van het nieuw Beleidsplan voor het ruimtegebruik in Vlaanderen.
Een visie op lange termijn over hoe we de ruimte in Vlaanderen gaan gebruiken.
Welke uitdagingen wachten ons?
Hoe gaan we daar mee om?

Ik ga daar ondubbelzinnig in zijn.
Wat voor mij voorrang heeft is dat mensen kunnen werken, geld verdienen, de economie kunnen doen draaien.
Is dat er niet, dan is de rest immers onbetaalbaar: van scholen over natuurgebieden tot uw pensioen.

Mijn eerste realiteit is dus:
een haven IS tewerkstelling, en dus welvaart.
Wie dat ontkent, ontkent duizend jaar geschiedenis van de Lage Landen.
De haven van Antwerpen is de motor van onze economie hier.
Wil de welvaart hier groeien of zelfs maar gehandhaafd blijven, moet ook de haven kunnen groeien.

Tweede realiteit: naar alle waarschijnlijkheid blijft de scheepvaart op wereldschaal groeien.
Er zijn daar afwijkingen op denkbaar, natuurlijk.
Dat de Chinese economie instort.
Dat de wereldzeeën onveilig worden.
Dat de schepen te groot worden voor Antwerpen.

Maar de meest logische toekomstscenario’s voor de volgende decennia wijzen nog altijd in de richting van verdere vrijmaking van de wereldhandel,
van nog goedkoper scheepstransport
en dus van altijd maar verder groeiende wereldhavens.

In die context zal de Delta van de Lage Landen nog een hele poos de grote en groeiende toegangspoort van Europa blijven.
En moet Antwerpen mee in de groei,
of het moet afgebouwd worden.
Er is amper een tussenweg.

Ik kom tot een eerste conclusie, hoe hard ze ook klinkt:

  1. Er is een grote kans dat de haven van Antwerpen ruimtelijk blijft uitbreiden, en dat is te verantwoorden en zelfs aan te moedigen.
  2. Wie de kaarten en plannen bekijkt ziet meteen dat de plaats waar het Saeftinghedok is voorzien, de meest logische en zelfs de enige plaats is waar nog een grote uitbreiding van die haven mogelijk is.
  3. Er is dus weinig kans dat Doel-dorp behouden zal blijven.

Ik zei het: die realiteit is hard om onder ogen te zien, maar daarom is ze niet minder realiteit.
Ik ga echter meteen wat nuances aanbrengen.

Vrienden,

Infrastructuurwerken in Vlaanderen gaan gepaard met oneindige inspraakprocedures.
Dat is een goede zaak voor de mensen die nadeel dreigen te ondervinden van die infrastructuurwerken.
Maar dat heeft als belangrijk neveneffect dat je veel vroeger infrastructuur moet beginnen plannen, omdat je weet dat je eerst door een jarenlang gevecht door de inspraak moet, alvorens de spreekwoordelijke spade in de grond gaat.
Daarom ben je verplicht veel vroeger de principiële beslissing over een Saeftinghedok te nemen.
Nog voor er zekerheid is, dat die capaciteitsuitbreiding onvermijdelijk is.

Maar dat betekent ook dat op het moment dat we de principiële beslissing nemen.
Die eventueel als omkeerbaar kan worden ingevuld.
Er nog een flink aantal jaren verstrijken alvorens we operationeel zijn.
En van die speelruimte moeten we gebruik maken om een aantal dingen te doen.

Het eerste wat we moeten doen is meer zekerheid creëren rond de nood aan het Saeftinghedok, en aan de havenuitbreiding.
Uitbreiding van de haven op zich is geen norm.
De vraag is wat die uitbreiding aan meerwaarde oplevert aan blijvende tewerkstelling.
Volume aan containertrafiek kan dus niet de enige maatstaf zijn.

Veel meer moeten we streven naar het aantrekken van sectorenclusters met een innovatieve meerwaarde en de impuls van een investering die over decennia reikt, zoals we dat nu al met de chemie hebben.
Het dok is minder belangrijk dan wie het aantrekt.
Voor mij hoeven er geen grenzen aan de groei te zijn, maar groei is geen fetisj, geen afgod.
Groei moet maatschappelijk rendabel zijn.
Ik wil ook als samenleving spijkerharde dividenden op mijn investering.

In die zin moeten we dus drie dingen nagaan:

  • of het Deurganckdok efficiënt gebruikt wordt
  • of de mobiliteit de groei aan containertrafiek kan volgen
  • of we alle inbreidingsmogelijkheden benutten

Het tweede wat we moeten doen is nagaan of we wel maximaal de verzoening tussen ecologie en economie nastreven.
Het feit dat de beslissing om Doel op te geven nu al twintig jaar geleden werd genomen doet me twijfelen of we daar in het begin niet te bruusk zijn te werk gegaan.
Moeten we met de mensen van Doel en de gehuchten trouwens niet eens in Rotterdam gaan kijken.

Ik weet dat ze daar midden in de haven toch woonwijken hebben gehandhaafd.
Goed bereikbaar, en blijkbaar willen de mensen daar ook wel blijven.
Uiteraard zijn dat dan geen landelijke dorpjes meer, maar voorsteden.
Versta me niet verkeerd: ook in Rotterdam zijn, zoals in elke haven, dorpen verdwenen vanwege de gebiedsuitbreiding.

Met het derde punt, vrienden, kom ik bij mijn roots als boerenkleindochter.
Ik ben, ik zei het al, opgegroeid tussen het groen en de natuur.
Tenminste, dat dacht ik.
Nu verneem ik dat ik ben opgegroeid in landbouwgebied.
Zoals hier in Doel.
En dat men hier en elders dat landbouwgebied wil vervangen door wat men echte natuur noemt.
En nou breek me klomp.

Doel en omgeving zijn een landschap gekneed door boeren.
Honderden jaren geleden gecreëerd en moeizaam gewonnen op de zee en de stroom.
Met dijken en inpoldering.
Daarom uitstekend voor de teelt.
Geen wonder dat er verzet is om dat terug te geven aan de natuur, dus de zee en de stroom.

Vlaanderen is sinds 1000 jaar een van de dicht-bevolktste gebieden van Europa.
Alle ruimte is er door de mens gekneed.
Vruchtbare grond maakte de Vlaming tot akkerland.
Nattere grond – en die was talrijk – tot grasland.
Minder vruchtbare grond tot bos.

Enkele decennia geleden is er, onder impuls van Europa, gestart met een natuurbeleid.
Habitats en soorten kregen bescherming.
Kostbare natuurgebieden werden aangekocht en ondersteund.
Dat was allemaal terecht.
Maar vandaag slaat de slinger door.
En willen sommige partijen alle landschappen in Vlaanderen vervangen door natuur.

Op welke basis verplichten we ook landbouwgrond om te turnen tot oorspronkelijke natuur?
En wat is oorspronkelijke natuur?
Die van de polder honderd jaar geleden.
Die van de zee duizend jaar geleden?
Die van het woud ten tijde van de dinosaurussen?
Of die van de Big Bang veertien miljard jaren geleden?

Ik vind het Verdronken Land van Saeftinghe een prachtig natuurgebied.
Het herinnert ons constant er aan hoe het land aan de zee eruit zag voor er dijken waren.
Maar ik lees ook dat dit Verdronken Land vandaag al het grootste in zijn soort is (namelijk dat van de brakwaterschorren) in Europa.
Ik pleit dus voor bezinning in deze problematiek.
Waarom kunnen we, zeker hier op deze plek, het bestaande landschap, gekneed als het is door generaties van boeren, ook niet als natuur beschouwen?

Blijkbaar ligt dat trouwens minder moeilijk met de kerncentrale.
Want nu zegt men dat Rapenburg en Oude Doel ook moeten verdwijnen omdat ze te kwetsbaar zullen zijn tussen twee getijdengebieden, het natuurgebied en het Saeftinghedok.
Dat klinkt aanvaardbaar – tenminste als men de uitbreiding van het natuurgebied kan verantwoorden – maar wat dan met de kerncentrales van Doel, die ook tussen het dok en de onder water te zetten Prosperopolder komen te liggen?
Ik heb zelf, als minister van Binnenlandse Zaken, na de tsunami in noord-Japan in maart 2011, ervaren hoe delicaat de problematiek van de beveiliging van kerncentrales in een potentieel rampgebied is.
We hebben toen voor alle zekerheid beslist de beveiliging van Doel tegen de zee – die al bij de installatie van de centrales in de jaren zeventig van vorige eeuw werd verhoogd tot 4 meter boven het ramppeil van 1953 – nog te versterken.
Al weet U dat ik de voorkeur geef aan windmolens en zonnepanelen.
Waarvan ik blijf hopen dat ze zowel in natuurgebied als op landbouwgrond welkom zijn.
Want we zullen ze nodig hebben.

Vrienden,

Tenslotte is er de toekomst.
Het Saeftinghedok is in principe het eindpunt van de beslissing die twintig jaar geleden werd genomen om Doel te doen verdwijnen.
Dus moeten we ongetwijfeld ook al de vraag aansnijden wat over twintig jaar nodig zal zijn.
Daarbij valt meteen één ding op als je de kaart bekijkt: de haven in haar huidige structuur botst tegen haar geografisch plafond.
Het Saeftinghedok grenst al aan Nederland, zoals overigens het Kanaaldok op rechteroever.
En de dorpjes om te doen verdwijnen zijn op.

Om verder uit te breiden gaan we dus met onze noorderburen moeten praten, stroomafwaarts de Schelde over de grens.
Gaan we moeten samenwerken met andere havens.
Vlissingen misschien, zeker ook Gent en Zeebrugge.
Zeker bij de bestaande problematieken van mobiliteit en groeiende diepgang van de schepen.
Het is voor Antwerpen waarschijnlijk het voornaamste kanaal om te groeien.

Hoe evolueert de economie, op wereldschaal, de scheepvaart, de containervaart, en wat is de impact daarvan op Antwerpen?
Laten we daarbij ook naar het verleden kijken.
Er zijn nog projecten geweest, die zijn afgevoerd omdat ze te groots bleken, zoals het rechttrekken van de Schelde tussen Oosterweel en Kruisschans voor de Eerste Wereldoorlog, het Baalhoekkanaal dat in de jaren zestig werd uitgedacht doorheen wat nu het Verdronken Land van Saeftinghe is, of nog sterker: het Doeldok, dat in de jaren zeventig werd aangelegd, nutteloos bleek en 15 jaar geleden gedempt werd met de grond die uitgegraven werd voor het Deurganckdok.

In een verdere toekomst kan de nood aan groeiende havencapaciteit trouwens ook stoppen.

Laat dit daarom mijn conclusie zijn:
ruimte in Vlaanderen is altijd schaars, en dus kostbaar.
Laten we er dus uitermate zorgvuldig mee omspringen.

De Vlaamse regering is verplicht in deze problematiek blijk te geven van heel goed bestuur.
Ze moet alle aspecten met een open geest bekijken, en pas dan beslissen.

Een aanpak waarbij we voor duurzame groei gaan, zoals dat hoort in de 21ste eeuw.
Een aanpak waarbij we economie bekijken in functie van wat ze oplevert voor ieder van ons, in de brede zin van een kwaliteitsvol leven waar we recht op hebben.
Een aanpak waarin mens en milieu verzoend zijn.

Beste Fernand en Karine,

Met je initiatief rond dit Oratorium voor Doel heb je de zaken weer scherp gesteld.
En terecht.
Je dwingt iedereen, en dus ook wij, beleidsmakers, kritisch na te denken.
Terug te kijken op de gemaakte keuzes.
Lessen te trekken voor de toekomst.
Daarom wilde ik hier vandaag als viceminister-president ook zijn

Ik heb dat vandaag ook uitdrukkelijk willen doen.
Omdat we enkel zo een betere toekomst kunnen uittekenen.
Ook voor de mensen van Doel.

 

Share on:

Leave a comment