Speech – Inhuldiging XANT-turbine bij DEME

Ik zal meteen heel eerlijk zijn: ik ben blij dat ik hier sta. Als minister van Energie uiteraard, maar evengoed als inwoner van de stad Antwerpen. En misschien nog het meest van al als grote believer in de toekomst van hernieuwbare energie.

En dan vooral wind en zon. Onuitputtelijke energiebronnen. Het zijn vandaag de meest rendabele manieren om onze 2020-doelstelling te bereiken. Het zijn de twee technologieën die vandaag het verst staan in hun ontwikkeling, en die tegelijkertijd ook nog de grootste ontwikkeling kunnen doormaken. Windturbines worden hoger, de diameter van de rotors wordt groter, en de rendementen stijgen uiteraard mee.

Vandaag betalen alle Vlamingen samen zo’n 90 miljoen per jaar voor windenergie. Dat is veel geld, maar we krijgen er heel veel voor terug. Door de technologische vooruitgang krijgen we ook steeds meer voor steeds minder. De minimumsteun voor energie zakt. In de periode 2010-2013 betaalden we nog een minimumsteun van 90 euro per MWh, elk jaar zakt dit. In 2013 was dat nog 83 euro, in 2014 74 euro, en vandaag 66 euro. Gezien de technologie nog matuurder wordt, zullen deze cijfers nog zakken.

En dat mag ik vandaag ook aankondigen. De financiële steun voor windenergie daalt. En daalt fors. Sinds 2013 herberekent het VEA jaarlijks de certificatensteun die nodig is om nieuwe installaties rendabel te maken. En ze hebben net hun definitieve rapport klaar voor nieuwe installaties met startdatum vanaf 2016.

De minimumsteun voor windenergie zakt tot onder de 60 euro per MWh. Tot 59 euro per MWh om precies te zijn. Een daling met meer dan 10 procent. Dit bewijst dat de trend van de laatste jaren zich blijft doorzetten. Dat de nodige financiële steun voor hernieuwbare energieprojecten jaarlijks blijft afnemen.

De gemiddelde windturbine met startdatum in 2016 zal zo 36.252 euro per jaar minder initiële certificatensteun krijgen dan de gemiddelde turbine kreeg met startdatum in 2015. In 2015 lag die steun al 15 procent lager dan in 2014, en zelfs 40 procent lager dan in 2012. Fenomenale cijfers. En ik ben dan ook blij dat ik vandaag een bijkomende daling van financiële steun kan aankondigen.

Het is een van de grootste uitdagingen van ons energiesysteem. Een gezond, stabiel investeringsklimaat dat op kostenefficiënte wijze tot meer hernieuwbare energie zal leiden. Dit is een moeilijke oefening, ik wens niet via oversubsidiëring de doelstelling inzake hernieuwbare energie te halen. Die fout uit het verleden willen we niet herhalen. Integendeel, ik wil via een marktconforme ondersteuning aan onze kinderen en kleinkinderen een nieuw, duurzaam en koolstofarm energielandschap kunnen aanbieden, zonder bijkomende factuur.

Vlaanderen heeft daarin de eerste stappen reeds gezet, en gaat met deze bijkomende daling van financiële steun verder op dat pad. Dat aan deze energietransitie een prijskaartje vasthangt, is evident. Maar de kostprijs moet zichtbaar zijn, en niet verdoken zitten in de factuur. Alleen zo werk je aan een draagvlak. Alleen zo kom je tot een positief verhaal. We zitten met een zware erfenis, ik weet het, maar ik wil erover stappen.

Ik wil met jullie even de vergelijking maken. In de UK bouwt men vandaag een nieuwe kerncentrale. Er staat nog niets en de steun is vandaag al 117 euro per MWh. Meer dan het dubbele dan onze steun voor windenergie. En je hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat het in de toekomst nog meer zal worden. Terwijl wij ervan uit gaan dat het met wind de andere kant op zal gaan.

Waar het ook de andere kant mee opgaat is het draagvlak voor windenergie. Dat neemt toe. En sterk. Dat blijkt uit een studie van de VREG in het kader van de Marktmonitor. Op vraag van het VEA polsten zij bij 100 huishoudens naar de toekomst en de acceptatie van windturbines in Vlaanderen. En de resultaten zijn duidelijk: in Vlaanderen is er een draagvlak voor windenergie.

Bijna 3 op 4 geeft aan een voorkeur te hebben voor hernieuwbare energie als doelstelling in onze energievoorziening. Ook al gaat dit vandaag gepaard met extra kosten. Het weegt niet op tegen de nadelen voor het milieu bij fossiele energie of de veiligheidsrisico’s bij nucleaire energie.

70 procent van de gezinnen is pro de plaatsing van windmolens. En zelfs 78 procent van de Vlaamse huishoudens ziet geen graten in de plaatsing van een windturbine binnen een straal van 5 kilometer. Hoe komt dit? Door windturbines op de gepaste plek te plaatsen en door de omwonenden voldoende te informeren en betrekken in het project. Zo creëer je draagvlak. Hier moeten we op blijven inzetten en dit mee ondersteunen.

Ik bezoek als minister van Energie regelmatig nieuwe windmolenparken. Op een rode knop drukken en de machine zet zich in werking. Meer dan regelmatig zie ik tijdens die bezoeken dat er wordt nagedacht over draagvlak creëren.

Bij Storm in Wielsbeke werd geen enkel bezwaarschrift ingediend, was er geen enkele actiegroep en een maximaal draagvlak. Bij Ecopower in Asse, een zuiver coöperatieve vennootschap, zijn alle projecten volledig in handen van de participerende burgers. Bij EDF Luminus in Olen was er geen enkele klacht tegen de bouw van zes windturbines. En volgende week staat een bezoek aan Wase Wind in Kruibeke op het programma. Opnieuw een coöperatieve. Het zijn stuk voor stuk plaatsen waar ze een mooi project opstarten, belang hechten aan samenwerking, en participatie op een goede manier aanpakken.

En dat blijkt ook uit de studie van de VREG. 1 op 2 wenst zowel geïnformeerd als actief betrokken te worden bij de zoektocht naar de ideale locatie voor de windturbine. Goede communicatie en het creëren van lokale betrokkenheid werkt. Zoveel is duidelijk. Communicatie en betrokkenheid werkt om projecten te realiseren.

6 op 10 van de gezinnen zou waarschijnlijk tot zeker financieel willen bijdragen in windturbineprojecten. Hoe komt dit? Mensen krijgen een aanbod. Niet alleen een aanbod om te participeren, maar ook de mogelijkheid om aandelen te kopen. Iedere geïnteresseerde kan mee in het project stappen en zo meester worden van zijn eigen energievoorziening. Waar het op neerkomt is dat participatiemogelijkheden van omwonenden duidelijk het draagvlak vergroten. Dat is belangrijk en daar moeten we aandacht voor hebben in de toekomst.

Ik ben als minister zeer ambitieus. En ik ben ervan overtuigd dat we ook ambitieus moeten durven zijn in ons beleid. Ik ben een groot voorstander van participatieprojecten, voor mij is dat een vorm van derdepartijfinanciering. Ik geloof ook zeer sterk dat participatie moet groeien vanuit de lokale context, een goede samenwerking tussen de lokale overheden, de projectontwikkelaars en de omwonenden. In mijn beleidsnota staat dat ik met een open vizier wil kijken naar deze projecten, deze moeten alle kansen krijgen. Hernieuwbare energieprojecten moeten alle kansen krijgen. Ik geloof dat participatie kan helpen bij het vormen van een maatschappelijk draagvlak. Dat is essentieel voor windmolenprojecten.

Ook deze XANT-turbine op de gronden van DEME is een participatieproject. Alle partners, en dat zijn er veel, die ertoe hebben bijgedragen dat deze windturbine staat waar hij nu staat, hebben efficiënt samengewerkt om dit project uit de grond te stampen. En het bedrijf waar we vandaag te gast zijn, DEME, participeert ook. Aan de toekomst van de middelgrote windturbine, aan de Vlaamse windtechnologie, en aan de toekomst van XANT.

Het doel van DEME is ambitieus. Zij willen deze site in Zwijndrecht zo van energie voorzien dat ze off grid kunnen gaan. Met een windmolen, zonnepanelen en een powerwall. Voor het plaatsen van de windmolen hebben ze XANT onder de arm genomen. En dit zorgt voor een win-win-win. 1) De XANT-windmolens zijn gemaakt om off grid te gaan. En daarom hebben ze deze grootte. 2) De turbines zijn zeer makkelijk in het energiesysteem te integreren. 3) De kost voor de eigenaars is zeer laag.

Een mooi project waar ik volledig achter sta. Een project ook, dat bewijst dat we vooruitgaan, heel snel. Als minister van Energie wil ik deze ontwikkelingen omarmen en ten volle benutten. We zijn het aan onszelf en aan de volgende generatie verplicht om de boot niet te missen. In de haven van Antwerpen is men niet anders gewend, en dat wordt bij deze opnieuw bewezen.

 

Share on:

Leave a comment