Speech – Bezoek Expo Milano – Fevia Vlaanderen

Dames en heren,

Energiespecialisten,

vertegenwoordigers van de Vlaamse Overheid,

Ik sta hier voor u met veel plezier. Sinds ik minister van Energie ben geworden vorige zomer is een heel interessante nieuwe wereld voor mij opengegaan.

Ik ben zeer blij met de uitnodiging, mevrouw de secretaris generaal. Een uitnodiging van een heel belangrijke sector in Vlaanderen. Op basis van enkele kerncijfers die ik uit uw duurzaamheidsverslag, kunnen we concluderen dat Fevia een heel belangrijke sector is.

De voedingsindustrie vertegenwoordigt in België:

  • 4600 bedrijven vormen 27,8% van de bedrijven in België
  • 88 700 arbeidsplaatsen en vervult daarmee een aandeel van 18,3% in de industrie;
  • 48,2 miljard euro omzet vertegenwoordigt 17,1% van de Belgische economie.

Cijfers die duidelijk maken dat de voedingsindustrie heel belangrijk is voor Vlaanderen en België. Maar de voedingsindustrie is tevens een voorloper op het gebied van energie en klimaat:

  • Ten opzichte van het referentiejaar 1995 zakte de CO2 uitstoot met 29%
  • Als je dit verder verfijnt naar energie uitstoot, dan komt dit overeen met maar liefst 58% minder energienoodzaak tov 1990;
  • Het aantal installaties voor hernieuwbare energieproductie is ondertussen gestegen tot 101, waarvan 75 zonne-installaties en 23 biomassa en biogas installaties.

Al deze inspanningen zijn uitgemond in een studie om de volgende horde te nemen, met name een milieuneutrale voedingsindustrie. Dit zijn zeker ambitieuze doelstellingen om de uitstoot te verminderen, het waterverbruik naar beneden te halen en de afvalberg verder te reduceren.

Ambitieuze doelstellingen die een aangepast, maar dus ambitieus, en ondersteunend overheidsbeleid vereisen. Als minister van energie werk ik aan een visie , een langetermijnvisie. Het is niet alleen mijn ambitie om een beleid uit te voeren binnen de krijtlijnen van deze legislatuur. We moeten vandaag de basis leggen voor wat eraan komt in 2030, in 2050. Een energiebeleid heeft een projectie nodig op lange termijn. Een visie, met hoofdletter V, die ook gedragen wordt door de stakeholders.

Er zullen aanpassingen doorgevoerd moeten worden voor het hele energiesysteem: bij de energievraag, het energie-aanbod, de infrastructuur, het regelgevend kader, de markten, de steunmechanismen, enzovoort. Die aanpassingen moeten ons energiesysteem betrouwbaar houden, alsook milieuvriendelijker maken. Dit willen we realiseren op een sociaal-economisch verantwoorde manier.

Ik maak werk van een gezond, stabiel investeringsklimaat dat op kostenefficiënte wijze tot meer hernieuwbare energie zal leiden. Niet via oversubsidiëring, maar via een investeringssteun die nieuwe technologieën ondersteund. Een marktconforme ondersteuning, zodat we onze kinderen straks een nieuw energielandschap kunnen aanbieden..

Ik zal daar maar meteen op aansluiten met iets anders wat u ongetwijfeld al weet of is opgevallen. Ik ga voluit voor energie-efficiëntie. Op alle mogelijke manieren probeer ik mensen aan te zetten om energie te besparen. Zowel bedrijven als particulieren, voor iedereen geldt immers hetzelfde: de enige kilowattuur die gratis is, is die die je niet verbruikt. En ze zijn nog gigantisch in aantal, de kilowatturen die we kunnen besparen.

Energiebesparing is een essentieel onderdeel van de energietransitie waar Vlaanderen voor staat. We werken hard op de particuliere markt om mensen ertoe aan te zetten te isoleren, energiezuiniger en automatisch comfortabeler te leven, te werken…

Ik merk dat er heel wat mogelijk is op het gebied van energie-efficiëntie. Er zijn nog grote energiebesparingen mogelijk op vlak van gebouwen, processen en ook transport.

Bedrijven, in het bijzonder KMO’s, doen vandaag minder investeringen in energie-efficiëntie. Daar zijn goede redenen voor:

  • Investeringen in energie zijn meestal in concurrentie met investeringen in de core business van het bedrijf;
  • Ondernemers willen niet dat bestaande kredietlijnen bij hun banken worden ingenomen door investeringen in energie-efficiëntie;
  • Vooral; investeringen in energie-efficiëntie hebben terugverdientijden die hoger zijn dan 2 jaar, waardoor deze minder interessant worden voor het bedrijf.

Om deze redenen geloof ik heel sterk dat we moeten inzetten op ESCO financieringen. Door deze alternatieve financiering worden investeringen in energie-efficiëntie buiten de balans van het bedrijf gehouden, maar krijgt u als bedrijf een ingreep in uw energie-efficiëntie die:

  • gefinancierd wordt door een derde partij, niet uw kredietinstelling;
  • Vanaf dag 1 zorgt voor een energiebesparing die het bedrag van uw aflossing overstijgt, waardoor er bijkomende ruimte komt om andere investeringen te gaan doen
  • een grote impact heeft op onze energie-efficiëntie doelstellingen.

Voor de bedrijfswereld, grote en kleine ondernemingen, geloof ik rotsvast in de derdepartijfinanciering. ESCO’s kunnen de Vlaamse bedrijven helpen om energie-efficiënter te worden.

Daarom heb ik recent het initiatief genomen om een ESCO fonds op te richten voor ondernemingen. Het grootste probleem op vandaag is het vinden van financiering voor ESCO’s. Dat wil ik oplossen door in de schoot van PMV een ESCO fonds op te richten. Dit fonds moet een lichte structuur hebben en moet in de eerste fase investeringen met een terugverdientijd van 5 tot 7 jaar financieren.

De besparingsgaranties blijven een zaak tussen het bedrijf en de ESCO, daar komt het fonds niet in tussen. Maar het is wel de bedoeling dat het ESCO fonds energie-efficiënte investeringen zal financieren op basis van kapitaal dat verzameld zal worden bij PMV, private investeerders (die zeer geïnteresseerd zijn) en de banken. Op deze manier hoop ik de banken stukje bij beetje te overtuigen en vertrouwd te maken met de ESCO methodiek.

Op dit moment is de Participatie Maatschappij Vlaanderen bezig met de uitwerking van het ESCO fonds. Ik hoop de modaliteiten uiterlijk eind dit jaar te presenteren aan de Vlaamse Regering om in 2016 de eerste ESCO kredieten te kunnen verstrekken.

Nu, dit verhaal stopt niet aan de grenzen van Vlaanderen en België. Europa wil graag dat we investeren, en liefst in projecten waar verschillende landen baat bij hebben. Graag, zeg ik dan. Elke investering in energie is eigenlijk ten bate van heel Europa. En wat te zeggen van een interconnectie. Europa heeft genoeg energieproductie voor het hele continent. Meer dan genoeg. We moeten er voor zorgen dat het kan gedeeld worden.

Europa heeft zijn doelstellingen. Ambitieuze doelstellingen, op het vlak van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Naast de opportuniteiten houden die ook zeer significante uitdagingen in. Ook voor de energie-intensieve bedrijven.

Het moet absoluut de bedoeling zijn door een beleid uit te rollen dat inzet op energie-efficiëntie om de bedrijven in Vlaanderen te verankeren.

We moeten naar een beleid dat inzet op innovatie en economie en klimaat beleid samen opneemt. Innovatie gebeurt in de bedrijven, dus als we ze laten verdwijnen is de slagkracht van EU weg op het internationale niveau. België moet dit samen met Nederland, gelet op de relatief hoge aanwezigheid van energie-intensieve industrie in de economie in beide landen, op het Europese niveau aankaarten.

Hiermee moet in de eerste plaats de competitiviteit van onze bedrijven gevrijwaard worden.

 

Dames en heren,

Vlaanderen staat voor een energietransitie die ik samen met u wil realiseren.

Ik dank u.

Share on:

Leave a comment