Speech – CNG-event

Ik wil jullie van harte bedanken voor jullie komst. Een aantal van jullie heb ik het voorbije jaar al mogen begroeten. Samen doopten we nieuwe CNG-wagenparken en openden we CNG-tankstations. We zagen elkaar op allerlei events rond nieuwe technologieën en duurzame mobiliteit. Dit is niet zo verwonderlijk. Er is het laatste jaar veel veranderd voor het autolandschap en voor CNG-wagens in het bijzonder.

We zien dat er zich duidelijk eerste signalen van een grote omwenteling beginnen af te tekenen. De technologische evolutie van de voorbije jaren krijgt waarneembare gevolgen. Het jaarlijks aantal inschrijvingen van groene wagens is exponentieel gestegen op enkele jaren tijd. Hoewel het totale aantal groene wagens nog veel te beperkt is, moeten we deze signalen ook niet onderschatten. Ik heb in het verleden benadrukt dat een samenleving nood heeft aan pioniers om verandering in te zetten. Welnu, vandaag zien we dat er zich een voorhoede van verandering aan het vormen is.

Het mag hier uiteraard niet bij blijven. Om deze ommekeer te doen slagen was het duidelijk dat aan de zijde van de overheid ook één en ander moest veranderen. De regels, die overheden maken, moeten nieuwe spelers en technologieën in de economie alle kansen bieden en innovatie stimuleren, niet tegenhouden.

De Europese richtlijn Clean Power for Transport is daar een goed voorbeeld van. Het komt er voor de Europese lidstaten nu op aan om werk te maken van concrete actieplannen die de ambities van deze richtlijn zullen verzilveren. De Vlaamse Regering heeft alvast de eerste, belangrijke stappen genomen.

In het Vlaams actieplan stellen we duidelijke doelen voorop. Tegen 2020 moeten er 100.000 propere wagens rondrijden op Vlaamse wegen. Een groot aantal daarvan zullen CNG-wagens zijn. Die doelstelling zullen we alleen maar kunnen halen als de infrastructuur mee zal groeien. Als we tenminste niet eindeloos blijven discussiëren over het kip of het ei, wat er nu eerst nodig is om verandering in te zetten. Ik ben blij dat ik vandaag partners kan begroeten die dat alvast niet doen en ruime ambities hebben geformuleerd als het gaat over bijkomende CNG-tankstations.

De Vlaamse Regering deelt die ambitie. Wij willen in totaal tegen 2020 niet minder dan 5.000 laadpunten voor elektrische wagens, 20 waterstoftankstations en 300 CNG-tankstations in Vlaanderen. Dat laatste komt ongeveer overeen met één CNG-tankstation per gemeente. Net zoals dat bij dieselwagens een evidentie is willen ook voor CNG-wagens langsheen snelwegen aangepaste infrastructuur.

We willen in dit infrastructuurverhaal onze focus niet beperken tot particulier personenvervoer. Ook nichevloten in een stedelijke omgeving zoals taxi’s, openbaar vervoer maar ook stadsdistributie moeten betrokken worden bij het waarmaken van die ambitie. Samen met deze sectoren zullen we bekijken hoe we de noden qua infrastructuur juist kunnen aanpakken.

Wat voor belemmerende al dan niet stimulerende regels telt, geldt des te meer voor belastingen.

Over enkele dagen, vanaf 1 januari 2016, treedt daarom de hervormde verkeersfiscaliteit in werking. De krijtlijnen van deze hervorming zijn u wellicht niet onbekend meer. In de beide componenten van de verkeersfiscaliteit worden groene parameters opgenomen. De euronormen werden bijgesteld in de belasting op inverkeersstelling. Volledig nieuw is dat vanaf 2016 de jaarlijkse verkeersbelasting een bonus of malus zal toekennen op basis van de euronorm en de CO2-uitstoot. Daarnaast worden in beide belastingen innovatieve en milieuvriendelijke technologieën vrijgesteld. Concreet betekent dit dat de consument een duidelijke en eerlijke keuze krijgt voorgeschoteld: Wie in de toekomst kiest voor een vervuilende dieselwagen zal meer lasten betalen, wie een zuinige benzinewagen kiest minder en wie voor een CNG- of Plug-in Hybride wagen kiest, is vrijgesteld tot 2020. Zero emission wagens zoals elektrische of waterstof wagens zijn eveneens vrijgesteld.

De gerichte vrijstelling voor CNG-wagens is een bewuste en weloverwogen keuze. We kunnen het daarbij hebben over cijfers en percentages. 30% minder CO2, 95% minder fijn stof en nog eens 30% goedkoper dan een dieselwagen.

Je zou op basis daarvan kunnen zeggen dat dit volstaat als verantwoording om een vrijstelling te geven aan CNG-wagens. Het past daarnaast voor elke ondernemer binnen een goede bedrijfsvoering. De beperkte meerprijs bij de aankoop is door het tarief aan de pomp zo weer terugverdiend. De investering gaat ook langer mee omdat de slijtage beperkt is. Toch, met zo’n cijfers alleen zullen we niet de ganse samenleving kunnen overtuigen om de overstap te maken naar een groener wagenpark.

Klopt het dan niet dat we de vervuiler verantwoordelijk maken en voor zijn vervuiling laten betalen? Dat is inderdaad wat er voortvloeit uit de berekeningen die in de vergroende verkeersfiscaliteit zijn opgenomen. Maar meer dan te spreken over percentages of hoeveelheden fijn stof en CO2 willen we de mens zelf op zijn verantwoordelijkheid wijzen voor de keuzes die hij maakt.

Ooit vonden we het als samenleving normaal dat we afval op straten of in rivieren dumpten. In Vlaanderen waren we kampioen in huisvuil opstoken en bouwafval begraven in de tuin. Vandaag spreken we iemand er op aan wanneer die iets – hoe klein ook – op straat werpt. Met andere woorden: onze normen en waarden over het gebruiken en behandelen van de publieke ruimte zijn verstrengd. Dat is maar goed ook.

Met de hervorming van de verkeersfiscaliteit willen we hetzelfde bereiken als het gaat over luchtkwaliteit. In haar vorige vorm was de verkeersfiscaliteit grotendeels blind voor wie naar goeddunken de luchtkwaliteit vervuilde. Dat is een houding die niet past bij een moderne en morele samenleving. Voor wie leeft naar het aloude Vlaams principe “mijn auto, mijn vrijheid” mag dat in de toekomst ook nog doen, maar niet zonder rekenschap te geven en niet zonder de vrijheid te respecteren van diegenen die zich nu ongewild blootstellen aan vervuilende emissies. Lage emissiezones zijn daarbij de logische beleidskeuze voor plaatsen waar vandaag veel verkeer en veel mensen bijeenkomen.

We zouden als overheid in gebreke zijn wanneer we de negatieve externaliteiten niet zouden beperken, wanneer we de instrumenten hebben om dat wel te doen. We krijgen vandaag een steeds beter beeld van wat die negatieve externaliteiten inhouden: Een verminderde levensduur en levenskwaliteit, wat zich vertaalt naar een slechtere conditie, slechtere gezondheid en voortijdig sterven.

Wanneer er dan alternatieve technologieën beschikbaar zijn zoals CNG, die zoals gezegd 95% minder fijn stof uitstoten, moet dat zich ook vertalen in de fiscaliteit.

U weet uiteraard als geen ander dat infrastructuren en fiscaliteit niet de enige factoren zijn die het ene of het andere automodel interessanter maken. Er zijn nog veel meer factoren die de keuze voor een milieuvriendelijke wagen bepalen, zoals ook de aankoopprijs van de wagen. U heeft dat duidelijk begrepen.

Vandaag verschilt die aankoopprijs gemiddeld nog 2.000 euro met klassieke verbrandingsmotoren. Dat is niet veel als je het terugverdieneffect in rekening brengt, maar soms nog wel te veel om een gemiddeld gezin te overtuigen om voor een CNG-wagen te kiezen. Met de premie van 1.000 euro die de Natural Gas Vehicle Association gedurende de twee eerste maanden van de vergroende verkeersfiscaliteit zal uitreiken wordt deze prijskloof aanzienlijk verkleind. Daarnaast bewijst het dat het geloof in milieuvriendelijke technologieën in navolging van de vergroening steeds blijft groeien en de markt in volle ontwikkeling is.

Ik heb het voorbije jaar mogen vaststellen hoeveel partners klaar stonden om deze nieuwe opportuniteit met twee handen vast te grijpen. Mede dankzij deze premie zal vanaf 1 januari ook de consument als nooit tevoren kennis kunnen maken met de opportuniteiten en voordelen van een milieuvriendelijke wagen. Ik ben alle partners dankbaar voor het traject dat we samen hebben afgelegd en heb er het volle vertrouwen in dat we in 2020 onze eerste mijlpalen zullen kunnen vieren.

Share on:

Leave a comment