Speech – Eerste steenlegging Wind aan de Stroom

Ik zal meteen heel eerlijk zijn: ik ben blij dat ik hier sta. Als minister van Energie uiteraard, maar evengoed als inwoner van de stad Antwerpen, als Vlaming, als Belg, als Europeaan, maar misschien nog het meest van al als grote believer in de toekomst van hernieuwbare energie.

Dankzij de bouw van de eerste 15 windmolens van dit project Wind aan de Stroom zullen 35.000 gezinnen straks groene stroom in de huiskamer krijgen. En daar stopt het niet. Dankzij Wind aan de Stroom zal dat aantal gezinnen dat propere elektriciteit zal verbruiken mogelijk oplopen tot 90.000, dat is meer dan een derde van het aantal gezinnen dat in de stad Antwerpen woont.

We nemen daarmee een belangrijke stap richting de doelstellingen die Europa ons oplegt. Doelstellingen, waar we zelf ook achter staan, gewoonweg omdat ze de logische stap zijn in de richting van een nieuw, proper energielandschap. Tegen 2020 moet 10,5 procent van ons energieverbruik uit hernieuwbare bronnen komen, 19,5 procent van onze elektriciteit moet groene stroom worden. Vandaag zitten we aan 5,8 procent hernieuwbare energie, aan 9,9 procent groene stroom. We hebben dus nog een weg af te leggen, en daar zal dit project toe bijdragen.

Vlaanderen telt op dit moment zo’n driehonderd windturbines, goed voor het jaarverbruik van 250.000 gezinnen. Op termijn zullen dat er meer worden, moeten worden. In vergelijking met de rest van Europa moeten we nog wat onder doen. We zijn natuurlijk een kleiner, dichtbevolkte regio, maar toch is het mijn overtuiging dat we beter kunnen. Er is ruimte, er is wind, en er is ambitie.

Vlaanderen behoort tot de dichtsbevolkte gebieden van Europa, met meer dan 450 inwoners per vierkante meter. Maar er is nog plaats op de Vlaamse 13.682 vierkante meter. Het Vlaams Gewest bezit zelf behoorlijk wat percelen. Ik refereer naar de Vastgoedwijzer. Het grootste aantal percelen – 21.256 in totaal – ligt in Oost-Vlaanderen. De grootste oppervlakte – 148 km² – situeert zich in Antwerpen. Het overzicht van de gronden legt perspectieven bloot om naast elkaar liggende gebieden te detecteren. Dat biedt kansen voor het ontwikkelen van windmolenparken… We zullen dat bekijken. En er is veel meer ruimte, dan de ruimte waar het Vlaams Gewest eigenaar van is.

Door een slimme inplanting van windturbines zoals hier in de haven van Antwerpen kunnen we onze ambities waarmaken. Slim, omdat ze weinig overlast veroorzaken en neer geplant worden in een havengebied. Er is draagvlak voor windturbines, zeker in havengebied. Slim ook, omdat ze op een plaats komen te staan waar nu eenmaal veel wind is. Als je naar de windkaarten kijkt, bezit de regio rond Antwerpen een heel interessante troef.

Wind, stormen, hebben Vlaanderen en Antwerpen wel eens pijn gedaan. Lang geleden, zoals de stormvloed in 1682. Of de zware storm van 29 november 1836: schepen zijn toen vergaan in Antwerpen, huizen ingestort, mensen gestorven. De strijd tegen water en wind is nooit helemaal gewonnen, zoals de laatste grote overstroming, die van 1 februari 1953, bewees. Een krachtige noordweststorm van 11 beaufort bovenop springtij heeft toen vernieling gezaaid. Maar recent ook nog hebben stormen een aantal keren lelijk huis gehouden (denk aan Pukkelpop).

Nu, de wind heeft ook een andere rol gespeeld, hier in deze regio.

Antwerpen is gebouwd op de gevolgen van de wind, is gegroeid toen de mens zich ging verdedigen tegen zee en wind, en groot geworden dankzij de exploitatie van de wind.

Vanaf de achtste en negende eeuw is men beginnen dijken bouwen, te beginnen in Saint-Omer in Noord-Frankrijk en zo via het graafschap Vlaanderen later het hertogdom Brabant en tenslotte in Holland en Zeeland, waar het proces nog steeds bezig is.

Zo is ook Antwerpen een stabiele nederzetting kunnen worden, zodra het ingedekt werd tegen het water en de wind via dijken.

De stad is ondertussen beter beschermd, en de wind kan ons ook dienen. Zoals in de vorige eeuwen, toen de wind zeilen opvulde, deed bol staan, en zo schepen en welvaart de stad binnen blies via de Schelde, onze Stroom. Antwerpen was anno 1550 de grootste haven van Europa, en het spreekt voor zich dat zeilschepen daar een hoofdrol in speelden.

Als minister van Energie zie ik de wind opnieuw als een partner. Samen met zonne-energie is windenergie vandaag de meest rendabele manier om die doelstelling te bereiken. Het zijn die twee technologieën die vandaag het verst staan in hun ontwikkeling, en die tegelijkertijd ook nog de grootste ontwikkeling kunnen doormaken. Windturbines worden hoger – ik kan het weten, want ik ben onlangs nog eens bovenop eentje gaan staan -, de diameter van de rotors wordt groter, en de rendementen stijgen uiteraard mee.

Deze week nog werden in Hoogstraten de plannen bekend gemaakt voor het hoogste windmolenpark van Vlaanderen. De rotordiameter in 1980 was gemiddeld 15 meter, vandaag gaan we soms naar 160 meter. Dat is twee keer de spanwijdte van het grootste passagiersvliegtuig dat er bestaat, de Airbus A 380. Ik moet u niet zeggen wat dat betekent: hoge bomen vangen veel wind.

Vandaag betalen alle Vlamingen samen zo’n 90 miljoen per jaar voor windenergie. Dat is veel geld, maar we krijgen er heel veel voor terug. Door de technologische vooruitgang krijgen we ook steeds meer voor steeds minder. De minimumsteun voor windenergie zakt. In de periode 2010-2013 betaalden we nog een minimumsteun van 90 euro per MWh, elk jaar zakt dit. In 2013 was dat nog 83 euro, in 2014 74 euro, en vandaag 63 euro.

Windenergie op land behoort samen met zonne-energie tot de goedkoopste toepassingen van hernieuwbare energie. Vandaar ook de bewuste keuze om in eerste instantie voluit in te zetten op deze twee technieken. En niet alleen omdat ze hernieuwbaar zijn.

In de UK bouwt men vandaag een nieuwe kerncentrale. Er staat nog niets en de steun is vandaag al 117 euro per MWh. Meer dan het dubbele dan onze steun voor windenergie. En je hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat het in de toekomst nog meer zal worden. Terwijl wij ervan uit gaan dat het met wind de andere kant op zal gaan.

Innovatie en ontwikkeling is daarin onze partner. Ik ben dan ook heel bewust deze week gaan spreken op een congres waar vertegenwoordigers van onze kenniscentra samenzaten. Ik reken op hen om mee werk te maken van wat ik een ‘Stroomversnelling’ noem. Ik heb hen dat ook gezegd.

Het energielandschap van morgen zal er anders uitzien dan dat van vandaag. Een aantal keuzes zijn gemaakt. De kerncentrales zullen sluiten, de Europese doelstellingen zijn bekend, en ze moeten gehaald worden. In de energiemix van morgen spelen hernieuwbare bronnen een substantiële rol. Vlaanderen is het pad richting 2020 ingeslagen. Onder de noemer ‘Stroomversnelling’ werken we aan een project dat die doelstellingen haalbaar moet maken. Een project ook dat de basis vormt van de toekomst, van dat nieuwe energielandschap. Daarbij staan we voor een aantal uitdagingen.

Misschien wel de grootste uitdaging is een gezond, stabiel investeringsklimaat dat op kostenefficiënte wijze tot meer hernieuwbare energie zal leiden. Dit is een moeilijke oefening, ik wens niet via oversubsidiëring de doelstelling inzake hernieuwbare energie halen. Die fout uit het verleden willen we niet herhalen. Integendeel, ik wil via een marktconforme ondersteuning aan onze kinderen en kleinkinderen een nieuw, duurzaam en koolstofarm energielandschap kunnen aanbieden, zonder bijkomende factuur.

Vlaanderen heeft daarin de eerste stappen reeds gezet, en gaat verder op dat pad. Dat aan deze energietransitie een prijskaartje vasthangt, is evident. Maar de kostprijs moet zichtbaar zijn, en niet verdoken zitten in de factuur. Alleen zo werk je aan een draagvlak. Alleen zo kom je tot een positief verhaal. We zitten met een zware erfenis, ik weet het, maar ik wil erover stappen.

Onze netten moeten ook slimmer worden. Investeringen in het distributienet om de integratie van deze hernieuwbare energie optimaal te laten verlopen, zijn nodig. En ook op dat vlak blijft dit project niet achter. Integendeel. Zes van de windturbines die nu worden gebouwd worden voorzien van mogelijkheden voor slimme aansturing. De injectie van die windturbines zal kunnen worden aangestuurd vanuit een centraal controlesysteem. Dat moet overbelasting van het net vermijden, en er tegelijk voor zorgen dat zo weinig mogelijk energie verloren gaat.

Verloren energie, is gewoon verspilling. Nog nooit in het verleden heeft een minister van Energie meer de nadruk gelegd op energie-efficiëntie, en dat inzicht wordt ook duidelijk hier gedeeld.

Het Havenbedrijf investeert zijn deel van de opbrengst van de windenergieprojecten opnieuw in de haven via het lokaal energiefonds. Dat fonds staat in voor het co-financieren van innovatieve energieconcepten binnen het havengebied, maar ook voor investeren in energiebesparing. Op die manier wil het Havenbedrijf niet-energie intensieve bedrijven maximaal tegemoet komen voor de realisatie van energie efficiëntie trajecten in de eigen bedrijfsvoering. Dankzij het energiefonds kunnen bedrijven steun krijgen voor het uitvoeren van energie-audits, de opmaak van strategische energieplannen of het uitwerken van gedetailleerde verlichtingsstudies.

Een uitgespaarde kWh is de groenste en goedkoopste kWh. Meer zelfs, hij is gratis. Ik noem het wel eens de onzichtbare energie. Als we met z’n allen er voor kunnen zorgen dat we minder verbruiken, komen onze doelstellingen ook weer dichterbij.

We gaan vooruit, heel snel. Als minister van Energie wil ik deze ontwikkelingen omarmen en ten volle benutten. We zijn het aan onszelf en aan de volgende generatie verplicht om de boot niet te missen. In de haven van Antwerpen is men niet anders gewend, en dat wordt bij deze opnieuw bewezen.

Share on:

Leave a comment