Speech – Energiecongres Vlaamse Confederatie Bouw

Ik heb het programma van jullie energiecongres zonet nog even doorgenomen. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat jullie een boeiende dag hebben gehad. Nu, ik zag in dat programma een aantal grote lijnen terugkomen, die parallel lopen met het beleid dat ik wens uit te rollen.

En ik begin bij onszelf, de overheid.

Na de personeelskost, de vastgoed- en infrastructuurkost, is de energiekost waarschijnlijk de derde grootste uitgavepost van de Vlaamse overheid. De ruime Vlaamse overheid verbruikt jaarlijks ongeveer 10.000 GWh (of 15.000 GWh primaire energie). Dat komt overeen met een factuur van 700 miljoen euro en een uitstoot van 3.3 Megaton CO2. Hiermee is de Vlaamse overheid één van de grootste energieverbruikers in België.

En toch stel ik vast dat energie tot nu toe laag op het prioriteitenlijstje heeft gestaan. Dat er geen strategische aanpak is. Energie wordt beschouwd als een fatale kost die wel aangekocht en betaald moet worden, maar waar verder weinig aandacht aan wordt besteed.

Nu, elk nadeel heeft zijn voordeel. Wie achterstand heeft, heeft de mogelijkheid om snel grote stappen vooruit te zetten. Het is dan ook mijn overtuiging dat de Vlaamse overheid veel potentieel heeft om op korte termijn veel verbeteringen aan te brengen op alle aspecten van duurzaamheid in verband met energie: van minder verbruiken, minder vervuilen, minder betalen, tot meer leveringszekerheid. We hebben tenslotte een voorbeeldfunctie.

Zoals het regeerakkoord stelt, zal het Vlaams Energiebedrijf ingekanteld worden in de werking van PMV. Het VEB zal werk maken van drie zaken.

1. Het leveren van energie voor de Vlaamse overheidsinstellingen

2. Inzetten op energiebesparing.

3. En als laatste willen we ook de overheden sensibiliseren om bij te dragen aan het behalen van de doelstellingen rond hernieuwbare energie. Ik denk hierbij dan bijvoorbeeld aan het plaatsen van zonnepanelen of zonneboilers op de daken van de Vlaamse overheidsgebouwen, bijvoorbeeld sporthallen.

Voor het tweede gedeelte – het besparen op energie – wil ik volop gebruik maken van een nieuwe financieringstechniek. Derdepartijfinanciering of ESCO is voor mij de manier om voor overheidsgebouwen grote stappen vooruit te zetten op het vlak van energie-efficiëntie.

Als minister van Begroting kan ik u zeggen dat de Vlaamse overheid het de komende jaren niet erg zal vinden om ook op energie te besparen (op andere vlakken ook, maar soit). Ik ben er van overtuigd dat derdepartijfinanciering een oplossing kan bieden. En dat die derdepartijfinanciering tegelijk een nieuwe markt zal ontwikkelen in de bouwsector.

Maar er is meer dan de Vlaamse overheid alleen. Onze steden en gemeenten zijn verantwoordelijk voor 80 procent van het energieverbruik en de CO2-uitstoot. Initiatief van steden is dus cruciaal, want niet alleen vinden we er de oorzaken maar ook heel wat oplossingen.

Een “slimme stad” of “smart city” – een onderwerp dat ik ook in jullie programma zag staan – is een zeer ruim concept dat talloze domeinen inzake het beheer van steden omvat. Met het concept “Smart City” willen wij in de eerste plaats een antwoord bieden op problemen waarmee steden en gemeenten te maken krijgen op het vlak van energie, milieu, mobiliteit en economie, maar ook in verband met de ontwikkeling van het menselijk kapitaal.

Die projecten vormen eveneens een deel van het antwoord op de doelstellingen van Europa 2020, die mikken op een verminderde uitstoot van CO2 met minstens 20 %, de toename van het aandeel van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie tot minstens 20 %. Een “Smart City” is dus een stad of gemeente die de uitdagingen van vandaag en morgen aangaat door op een duurzame en slimme manier te investeren.

Ook daar ligt het potentieel voor het grijpen. Energie-efficiënte ingrepen uiteraard. Maar ook rond verlichting. Voor de openbare verlichting zien we dat LED verlichting steeds performanter en goedkoper wordt. Er komt dan ook steeds meer interesse en draagvlak om op Vlaams niveau na te denken over een masterplan openbare verlichting. Zo kunnen we de energiekost van de Vlaamse Overheid en de lokale besturen structureel verlagen.

Ook rond mobiliteit hebben we nog wel wat werk. Binnen de Vlaamse Regering ben ik aangeduid om het dossier van de vergroening van het Vlaamse wagenpark te trekken. En ook daar is de rol van de steden en gemeenten uiterst belangrijk.

Dames en heren,

Er is heel wat mogelijk, er ligt veel potentieel voor ons. Op zoveel vlakken.

Jullie hadden het vandaag bijvoorbeeld ook over renovatie en nieuwbouw. Uiteraard.

We kennen allemaal de status van het Vlaamse woningpatrimonium. Het kan beter, veel beter.

Daarom zal er bijvoorbeeld werk gemaakt worden van een BEN-definitie voor bestaande gebouwen. Omdat een grondige en snelle verbetering van de energieprestatie van het Vlaamse woningenbestand noodzakelijk is om het energieverbruik door de huishoudens substantieel te verminderen. Het verbeteren van deze energieprestatie heeft positieve gevolgen voor: het leefmilieu, de bescherming van de koopkracht van de gezinnen, de woonkwaliteit, de energiebevoorradingszekerheid, de strijd tegen energiearmoede ook. Maar ook en vooral: er zullen jobs gecreëerd worden.

Het substantieel verhogen van de renovatiegraad van ons woningpatrimonium zal de economische activiteit van de brede bouwsector stimuleren, met positieve gevolgen voor de werkgelegenheid en economische groei van Vlaanderen. De cijfers durven nog wel eens afwijken, maar uiteindelijk gaan ze allemaal in dezelfde richting: de opwaartse. Ik geef maar één voorbeeldje. Volgens een studie van KPMG kan een renovatieboost 17.000 jobs creëren.

Binnen het renovatiepact leggen we de laatste hand aan de BEN definitie. Dit moet duidelijkheid geven. Ik zie dat er stilaan convergentie groeit bij alle sectoren over de samenstelling van de BEN definitie. De definitie zal duidelijkheid geven aan alle kopers en kandidaat verbouwers hoe ze hun woning kunnen ombouwen tot een energiezuinige en comfortabele leefomgeving.

Er gaat warmte en dus geld vandaag letterlijk de lucht in, daar moeten we mee ophouden. En die warmte verdwijnt niet alleen via de daken of ramen van woningen, maar ook elders. De Vlaamse regering heeft in het Regeerakkoord en in de Beleidsnota Energie haar ambities op het vlak van warmtenetten duidelijk verwoord. Het creëren van een gunstig investeringsklimaat en de uitwerking van een beleidskader voor warmtenetten staan centraal.

Bij warmte denken we op de eerste plaats aan woningverwarming, maar ook kantoren, scholen, de industrie, de glastuinbouw, ziekenhuizen, zwembaden verbruiken veel warmte. In de industrie gaat het meestal om proceswarmte op hoge temperatuur. Naast warmte is ook koeling nodig, vooral in kantoren en verzorgingsinstellingen.

In het Vlaams gewest dient ongeveer 55% van het totale bruto finaal energieverbruik voor verwarming en koeling. Elektriciteit heeft een aandeel van 22%. Een doorsnee gezin verbruikt ongeveer 4000 kWh elektriciteit en 20 000 kWh warmte. Energiezuinige woningen komen toe met de helft van dit warmteverbruik.

Ik kijk zelf vooral uit naar de komst van het grootste warmtenet, in (de mooiste stad van Vlaanderen) Antwerpen.

De concessie voor het warmtenet Antwerpen Nieuw Zuid werd toegekend aan AWW, Indaver, Veolia en Infrax (onder de consortiumnaam Warmte@Zuid). De investeringen bedragen over de ganse looptijd minimaal 16 miljoen euro, maar zullen nog veel hoger zijn indien de aangrenzende gebieden ook worden aangesneden. Voor Infrax, die de volledige financiering voor zijn rekening neemt, is dit project vooral op financieel vlak een uitdaging. Het intern rendement is ongeveer 7% over de looptijd van 40 jaar.

Belangrijk in het kader van die warmtenetten is dat deze externe warmtelevering ook kan worden meegerekend in de EPB-aangifte. Op dit moment is er geen kader over hoe een stappenplan van warmteproductie moet of kan worden gevaloriseerd in de EPB-aangifte. We plannen hier stappen om dit mogelijk te maken.

Dames en heren,

We willen niet stilzitten. Omdat we merken dat anderen vooruit gaan. Maar vooral: omdat we zelf ook vooruit willen. En we kunnen vooruit, met rasse schreden. Iedereen weet dat we vandaag een economische groei aankijken die beter kan en moet. Iedereen weet ook dat de motor van de Vlaamse economie hier zit, de bouwsector. Ik zal er vanuit mijn bevoegdheid als minister van Energie dan ook alles aan doen om via jullie onze economie zoveel mogelijk duwen in de rug te geven.

U merkt het aan mijn betoog, en u heeft het ook vandaag besproken: er zijn veel werven in Vlaanderen. En waar werven zijn is werk, dat weten jullie beter dan ik.

Beste Marc, meneer Dillen

Bedankt voor de uitnodiging. Ik reken op de VCB om doorbraken te realiseren.

Share on:

Leave a comment