Speech – Energielandschap Oost-Vlaanderen

Bedankt voor deze uitnodiging. Ik moet zeggen, ik ben al blij dat u mij vandaag gevraagd heeft in dit congrescentrum en niet in de buurt van een windmolen. U heeft het misschien op mijn Facebook gezien, maar op bezoek bij Mega Windy in Kalmthout ben ik bovenop zo’n windmolen gaan staan. Bedankt om me dat niet opnieuw aan te doen.

Windenergie wordt belangrijker en belangrijker voor Vlaanderen. U kent allemaal de doelstelling die Europa ons oplegt: 13 procent hernieuwbare energie in België tegen 2020. En daarvoor zullen we in Vlaanderen zeker 19 procent groene stroom in 2020 nodig hebben en 18 procent van groene stroom zal van windmolens komen (nu: 13 procent).

Stand van zaken:

  • Vandaag telt Vlaanderen om en bij de 250 windmolens.
  • Ze produceren wat 275.000 gezinnen aan elektriciteit verbruiken.
  • Dat moet VERDUBBELEN tegen 2020.
  • En dat zou ook ongeveer in de pijplijn zitten. Als ik de ambities van de provincie Oost-Vlaanderen mag geloven, dan is op termijn ruimte voor 300 windturbines in deze provincie.
  • De subdoelen die de vorige Vlaamse regering vaststelde, zullen bij uitvoering van wat in de pijplijn zit ook gehaald worden.

Dus, 250 zoals deze drie windmolens moeten er nog bij komen tegen 2020. En misschien halen we de doelstelling wel met minder windmolens. Windmolens worden immers performanter. Door innovatie: belangrijk voor ons om daar op in te zetten. Gaat snel: windmolens worden hoger, groter, groter rendement. Opbrengst wordt groter door grotere rotordiameter en de stijgende hoogte en de kosten dalen door leereffecten. En dus: windenergie wordt GOEDKOPER.

Belangrijk is daarbij dat de steun die de Vlaamse overheid geeft, deze evolutie volgt. Geen verhalen meer van oversubsidiëring. Het rendement stijgt, en dus neemt de ondersteuning af. Daarom ook vorige week nieuwe bandingfactor voor windmolens met startdatum in 2015. Turbines met startdatum in 2014 krijgen 74 euro per MWh. Turbines met startdatum in 2015 krijgen 63 euro per MWh. In de toekomst willen we het ondersteuningsmechanisme meer kostenefficiënt maken, transparanter, en vooral: minder complex.

Die meer dan 200 windmolens extra zullen Vlaanderen ook een nieuw gezicht geven. Daar is een DRAAGVLAK VOOR NODIG bij de bevolking. Net daarom ben ik blij om hier vandaag te zijn.

Energielandschap Oost-Vlaanderen geeft op dat vlak het goede voorbeeld. Recent mocht ik het windmolenpark van Storm in Wielsbeke opstarten, daar werd participatie op een goede manier aangepakt:

  • Iedereen uit Wielsbeke en omliggende gemeenten kreeg een brief voor een infovergadering.
  • Meer dan 500 mensen kwamen luisteren.
  • En ze kregen daar ook een aanbod: om te participeren, om aandelen te kopen.
  • Een investering met enig risico, ja, maar een rendement van om en bij de 6 procent.
  • Van de 9000 inwoners hebben 363 mensen ingetekend.
  • De coöperatieve heeft 6 procent van de totale investering van 9,9 miljoen euro ingebracht.

Een voorbeeld, zoals ik zei. Die participatiemogelijkheden van omwonenden vergroten duidelijk het draagvlak. Daarom ook veel aandacht voor hebben in de toekomst. Het project van het energielandschap is uniek in Vlaanderen. Er wordt gewerkt met rechtstreekse participatie. Dat is de meest verregaande vorm van participatie en zorgt voor een grote betrokkenheid van diegene die investeren in hernieuwbare energie. Ik heb met veel interesse gelezen over de rechtsteekse participatietrajecten die jullie hebben opgezet, alsook over het omgevingsfonds. Bij mijn weten is het de eerste keer dat op die manier gewerkt wordt, ik vond dit zeer interessant. Ik geloof zeer sterk dat participatie moet groeien vanuit de lokale context, een goede samenwerking tussen de lokale overheden, de projectontwikkelaars en de omwonenden. Communicatie en lokale betrokkenheid werkt om projecten te gaan realiseren.

Maar wat brengt de toekomst?

  • Ten eerste voor participatie.
  • Ik ben een groot voorstander van participatietrajecten, voor mij is dat een vorm van derdepartijfinanciering.
  • In mijn beleidsnota staat dat ik met een open vizier wil kijken naar deze projecten, deze moeten alle kansen krijgen.
  • De aandachtige lezers hebben gezien dat ik het project van het Energielandschap als 1 van de referenties opgegeven heb.
  • Wij gaan vanuit de Vlaamse overheid GEEN DOELSTELLINGEN opleggen aan initiatiefnemers of projectontwikkelaars, dat is onze taak niet.
  • Wij moeten projecten faciliteren.
  • Bovendien moet iedere burger kunnen kiezen voor welk type van participatie hij kiest, want het is die burger die investeert en het risico neemt.
  • Indien nodig zullen wij een decretale basis voorzien voor participatie, niet alleen voor wind, maar vooral alle types van hernieuwbare energieprojecten.
  • Maar hernieuwbare energieprojecten moeten alle kansen krijgen, ik geloof dat participatie kan helpen bij het vormen van een maatschappelijk draagvlak.
  • Dat is essentieel voor windmolenprojecten.

Ten tweede: ook belangrijk voor hernieuwbare energie: het vergunningenbeleid

  • Windturbineprojecten hebben een lange vergunningstermijn.
  • Dat moet korter.
  • Bovendien: vandaag heb je nog 2 vergunningen nodig: een stedenbouwkundige en een milieuvergunning. Dan krijg je rare situaties, bijvoorbeeld voor windturbineparken met 4 molens krijg je een bouwvergunning voor molen 1 en 3, een milieuvergunning voor molen 2 en 4. Dat kan niet, zo stimuleer je geen investeringen. Daarom werken we nu hard aan de eengemaakte vergunning, de omgevingsvergunning. Die moet projecten echt gaan faciliteren en procedures gaan vereenvoudigen. Bovendien vind ik dat er een uniform Vlaams vergunningenbeleid moet komen voor windturbines. Het zou dan ook best zijn dat de Vlaamse Overheid deze vergunningen zou toekennen.
Share on:

Leave a comment