Speech – EVORA slotevent

Dit slotevent had slechter kunnen vallen. In Parijs discussiëren wereldleiders momenteel over hoe we de verdere strijd moeten aangaan met de klimaatopwarming. De reductie van broeikasgassen en CO2 in het bijzonder vormt daarbij het grootste aandachtspunt. Iedereen kijkt met veel verwachtingen naar de uitkomst van deze klimaattop.

We kunnen het ons echter niet permitteren om te wachten met actie te ondernemen tot de conclusies bekend zijn. De uitdagingen waren gisteren namelijk al even groot als vandaag. Wachten hebben we in Vlaanderen dan ook niet gedaan want, toeval of niet, heeft de Vlaamse Regering deze week zelf twee verdere stappen genomen in de strijd voor een beter klimaat en leefmilieu.

Ik heb het over “verdere stappen”. Beleid maken doe je namelijk idealiter niet aan de hand van de richting die de windhaan aangeeft. Je zet best doelen uit en vervolgens maak je een analyse van hoe je beleidsinstrumenten zó kunt inzetten zodat ze een routeplan vormen voor vernieuwing.

Dat heb we in een eerste beweging gedaan door de verkeersfiscaliteit te vergroenen. De krijtlijnen van die hervorming zijn de aanwezige stakeholders met kennis van zaken niet onbekend: Onguurder wordt duurder, proper wordt goedkoper. Concreet betekent dit dat we met deze Vlaamse Regering automobilisten bij de keuze van hun nieuwe wagen een duidelijke maar eerlijke keuze willen voorleggen. Vervuilende technologieën zoals dieselwagens zullen meer fiscale lasten met zich mee brengen, propere technologieën zoals onder meer waterstof en elektrische wagens zullen vrijgesteld worden van belasting op inverkeerstelling en de jaarlijkse verkeersbelasting.

Met die maatregelen werken we in op één van de determinerende factoren bij de keuze van een nieuwe of andere wagen: De Total Cost of Ownership oftewel de totale kost van eigendom van een wagen. Door die stevig te laten dalen voor milieuvriendelijke alternatieven geven we sterke prikkels aan de consument.

We weten uit het verleden dat verkeersfiscaliteit effectief sturend kan werken. Dat hebben we vastgesteld bij de vorige hervorming. We weten eveneens dat we toch nog wat achterlopen op andere landen. Daarmee komen we tot het eerste onderdeel van de beslissing van de Vlaamse Regering deze week. Door middel van een Zero Emissie Bonus gaan we de consument een strategische prikkel geven om de overslag in te zetten.

Het is aangewezen die Zero Emissie Bonus goed te kaderen en te verduidelijken wat we gaan doen, maar eveneens te verduidelijken wat we niet gaan doen.

De Zero Emissie Bonus varieert naargelang de cataloguswaarde van de auto. Wie in 2016 een wagen onder de 31.000 euro koopt kan éénmalig een bonus krijgen van 5000 euro. Dit bedrag zal tot 2019 dalen om dan uit te doven. Voor wagens boven de 61.000 euro ligt de bonus lager – 2500 euro – maar zal eveneens dalen tot 2019 en dan uitdoven. Door de bonus snel te laten afbouwen in de tijd moedigen we consumenten aan om de aankoop van een milieuvriendelijke wagen niet uit te stellen. Op die manier verdwijnen vervuilende wagens sneller van de baan om plaats te maken voor milieuvriendelijke alternatieven.

Wat we absoluut niet willen is marktverstorend optreden door te gaan oversubsidiëren. Het gaat daarom over een gesloten portefeuille van 5 miljoen. We gaan geen domme engagementen aan. Noch in de tijd, noch qua bedrag. Eerst gedaan en dan gedacht heeft immers al menig één in ’t leed gebracht. Als het maximumbedrag dreigt op te geraken, betekent dat dat het beleid werkt waarna vervolgens de bonus versneld kan dalen om toch iedereen een fair share te geven.

Let wel: Dit betreft zoals gezegd slechts één van de factoren. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt immers dat er vier factoren zijn die de keuze voor één van die milieuvriendelijke alternatieven mee bepalen. Een andere factor is de infrastructuur. Vragen die consument hebben zijn bijvoorbeeld: “Kan ik er op vertrouwen dat deze wagen mij brengt waar ik moet zijn en kan ik terugvallen op de nodige infrastructuur die dat garandeert.”

Uit dit onderzoek blijkt heel duidelijk de noodzaak de vicieuze cirkel rond het infrastructuurvraagstuk te doorbreken. Je kan niet eeuwig vast blijven zitten in de kip of het ei-discussie van de elektrische wagen of de laadpaal. Ik ben blij dat het EVORA-platform dit niet heeft gedaan en ik kan met trots zeggen dat we dat als Vlaamse Regering evenmin hebben gedaan.

Deze week heeft de Vlaamse Regering beslist in het kader van de Europese richtlijn Clean Power for Transport werk te maken van een uitgebreid infrastructuurnetwerk voor elektrische wagens. De ambitie is duidelijk en is meetbaar: Tegen 2020 willen we in Vlaanderen 5000 extra publieke laadpunten realiseren.

Dat betekent dat we over heel Vlaanderen laadpunten installeren met uiteraard extra aandacht voor die plaatsen waar de nood en de opportuniteit het grootst is. Dat steden zoals Antwerpen, Mechelen, Leuven, Hasselt en Sint-Truiden, tevens partners, als eerste laboratorium hebben gefungeerd voor EVORA mag dan ook niet verwonderen.

Wil je namelijk in een dichtbevolkt gebied als Vlaanderen mobiliteit verzoenen met leefbaarheid dan zijn steden de moeilijke horde die je moet nemen. Wanneer je daarin slaagt liggen de kaarten direct beter voor verdere implementatie. De uitdagingen zijn nu eenmaal het grootst waar de mobiliteitsdruk hoog en de ruimte schaars is. Dat betekent ook dat de marge voor verbetering het grootst is in de stad. Door extra laadcapaciteit te voorzien in steden kiezen we voluit voor minder fijn stof en meer zuurstof voor steden.

5000 extra laadpunten is veel, héél veel. Het is dan ook niet de bedoeling dat de Vlaamse overheid deze taak alleen volbrengt. Dat zou enorm inefficiënt zijn en vloeken met het idee van subsidiariteit.

We willen daarentegen deze doelstelling behalen door resultaatsverbintenissen met de distributienetbeheerders die daarvoor kunnen samenwerken met lokale besturen. Lokale besturen zijn het best geplaatst om in te schatten waar de noden moeten worden ingevuld. Voor de exploitatie werken distributienetbeheerders of steden en gemeenten die deze taak overnemen samen met private leveranciers. Op die manier laten we aan de markt over wat de markt best invult met weliswaar de verplichting aan marktconforme prijzen energie te leveren.

Dat de markt bediend zal worden door verschillende private spelers hoeft geen zorgen te baren als het gaat over hoe mensen zullen betalen voor die diensten. In de beslissing staat heel duidelijk opgenomen dat we een systeem willen van interoperabiliteit. Moderne technologie laat toe om met een universele laadkaart of app te werken. De concrete criteria daarvoor zullen we na verder onderzoek vastleggen in een ministerieel besluit.

Gebruiksvriendelijkheid gaat natuurlijk over meer dan een gemakkelijk betaalmiddel alleen. Gebruikers moeten op een eenvoudige en snelle manier laadpalen kunnen vinden. Daarom zal er ook een meldingsplicht zijn voor wie laadpalen plaatst. Die informatie kan dan in een kaart worden gegoten, die met elke nieuwe laadpaal maar ook nieuwe CNG-tankstations en waterstoftankstations wordt bijgewerkt. Ook dat kan via een app gebeuren.

Met deze beslissingen zetten we belangrijke stappen richting de vergroening van het wagenpark. Als beleidsmaker weet je maar al te best dat een beslissing op papier zetten niet voldoende is om de samenleving te veranderen. Het is daarom dat initiatieven als EVORA onontbeerlijk zijn voor een meer leefbaar Vlaanderen. Alleen door het delen van kennis en expertise kunnen we antwoorden bieden op de vragen die zich stellen, en de vragen die zich stellen in een stedelijke omgeving in het bijzonder.

Niet alleen heeft u het voorbije jaar de juiste analyses gemaakt, u hebt er met verschillende projecten werk van gemaakt om antwoorden te bieden op al die vragen. Ondanks dat we vandaag spreken van een slotevent, is het mijn diepste overtuiging dat we alleen nog maar aan het prille begin van een andere mobiliteit staan.

Ik ben blij dat ik hier vandaag met vele partners aan de startlijn sta. Niettegenstaande dat het werk nooit af zal zijn – de samenleving vindt zich immers elke dag opnieuw uit – zeg ik met goede moed: We gaan door tot aan de eindstreep.

 

Share on:

Leave a comment