Speech – Infosessie EFSI

Ongetwijfeld hebben jullie interessante workshops achter de rug.

Ik zie sommigen al trappelen van ongeduld.

Ongeduldig om naar huis te gaan en met de deze namiddag opgedane inzichten uw investeringsplan bij te werken.

Zodat de slaagkansen van een EFSI-financiering voor uw investering toenemen.

Ik wens het u van harte toe, want Vlaanderen heeft u en uw investeringen nodig.

Zoals jullie weten heeft het Planbureau enkele dagen terug haar groeiprognoses voor 2015 en 2016 bekendgemaakt.

In 2015 zou onze economie groeien met 1,2% en in 2016 met 1,3%.

Na de zwakke groeipercentages van 2012 en 2013 van respectievelijk 0,1% en 0,3% en een matige groei van 1,1% in 2014, klimmen we dus uit het economische dal.

Dat is positief. En dat moeten we blijven benadrukken.

Want economie is ook in belangrijke mate psychologie.

Tegelijk mogen we toch niet tevreden zijn met groeipercentages die rond de 1% schommelen.

Bekijken we dit even in historisch perspectief. 

Neem de gemiddelde groeipercentages in ons land, opgedeeld in de voorbije 4 decennia:

    • gemiddeld groeipercentage in de jaren ’70: 3,4%
    • gemiddeld groeipercentage in de jaren ’80: 2%
    • gemiddeld groeipercentage jaren ’90, ook rond de 2%: 2,2% om precies te zijn
  • maar dan vertraagt het groeitempo -> gemiddeld groeipercentage jaren 2000: maar 1,5
  • en de eerste helft van dit decennium -> gemiddeld groeipercentage sinds 2010: slechts 1%

We moeten er dus alles aan doen om het groeitempo van onze economie op te krikken.

Dat vergt een ambitieus beleid.

Op alle niveaus.

Van Europees tot Vlaams.

Op Europees vlak is er vanuit de Europese Commissie het plan Junker en vanuit de Europese Centrale bank het soepel monetair beleid.

Op federaal niveau wordt ingezet op het versterken van de concurrentiekracht door onder meer een pakket aan lastenverlichtingen voor ondernemingen en burgers.

En ook de Vlaamse regering neemt haar verantwoordelijkheid.

Collega Muyters werkt in het arbeidsmarktbeleid hard aan de hervorming van het Vlaams doelgroepenbeleid en aan de activering van werkzoekenden.

En in het innovatiebeleid wordt een ondernemingsgedreven clusterbeleid uitgerold.

Collega Crevits zet gedreven verder in op de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Een nieuw geïntegreerd stelsel van duaal leren en werken wordt op poten gezet.

En ook binnen mijn eigen bevoegdheidsdomeinen – financiën, energie en begroting – staat groeibevordering centraal.

  • Zo verlaagden we de schenkingsrechten op onroerende goederen, met de bedoeling het slapend gebouwenpatrimonium te activeren. De verlaging zal een belangrijke steun geven aan de bouw- en renovatiesector. En wie daarbij de renovatie koppelt aan investeringen in energie-efficiëntie, geniet een extra verlaging van de schenkingsrechten.
  • Via het renovatiepact zetten we in op energetische renovaties, voor individuele woningen, maar ook op wijkniveau.
  • Voor KMO’s werken we een ESCO-financieringsvehikel uit, zodat energie-investeringen via derdepartijfinanciering mogelijk worden.

Maar ook mijn begrotingsbeleid staat in het teken van groeistimulering, door volop de kaart te trekken van investeringen.

Want investeringen zijn een belangrijke motor van groei.

Op korte termijn, omdat ze vraag in de economie stimuleren.

Maar vooral op middellange termijn, omdat ze het groeipotentieel van onze economie vergroten.

En als ik investeringen zeg, dan bedoel ik zowel private als publieke investeringen.

Het is niet toevallig dat EFSI beide types investeringen wil ondersteunen.

Laat me in het tijdsbestek dat me is toegemeten even ingaan op die publieke investeringen.

Daarbij moeten we allereerst voor ogen houden dat van alle overheidsinvesteringen in ons land, bijna 90% een verantwoordelijkheid is van de deelgebieden.

  • De federale overheid tekent maar voor 11% van alle overheidsinvesteringen.
  • De gemeenschappen en gewesten daarentegen voor 54%.
  • En de lokale overheden voor 35%.

De Vlaamse regering zet daarom volop in op de overheidsinvesteringen.

In de saneringsinspanning van bijna 1,5 mia € die we met de BO2015 en de BC2015 achter de rug hebben, werden de investeringen gevrijwaard.

In de begroting 2015 trekken we meer dan 4 mia € uit voor investeringen.

Want een verstandig begrotingsbeleid rust altijd op twee sporen:

  • enerzijds het spoor van een zuinig uitgavenbeleid
  • maar anderzijds ook het spoor van groeistimulering.

Want groei betekent meer overheidsinkomsten en maakt het zo eenvoudiger om de begroting op orde te krijgen.

In januari van dit jaar wees de SERV op een IMF-rapport voor Duitsland: een verhoging van de overheidsinvesteringen met 0,5% BBP gedurende 4 jaar zou leiden tot een blijvende verhoging van het Duitse BBP met 0,75%.

In maart benadrukte de bank Belfius, in een rapport over overheidsinvesteringen, een IMF-studie waarvan de conclusie luidde: een toename van de overheidsinvesteringen met 1% van het BBP doet na 1 jaar het BBP stijgen met 0,4% en na vier jaar met 1,5%.

En in het ‘landverslag België’ – dat de Europese Commissie publiceerde in het kader van het Europees Semester – stelde de Commissie dat een tijdige en resolute benadering om knelpunten in de infrastructuur weg te werken ’s lands productiviteit zou ten goede komen.

Ik citeer de Commissie:

‘de ruimte voor het opwaarderen of uitbreiden van de basisvervoersinfrastructuur lijkt groot, met name gezien de hoge concentratie economische activiteit rond de hoofdstad en de verschillende havens. Congestie en ontbrekende schakels zijn belangrijke punten van zorg voor de ringwegen van Brussel en Antwerpen’.

De Vlaamse regering zal dan ook de volgende jaren blijven inzetten op overheidsinvesteringen. Ook al maken de Europe begrotingsregels het ons niet gemakkelijk.

De verplichting de volledige investeringsuitgave in de begroting op te nemen in het jaar van realisatie van de investering, benadeelt immers kleine lidstaten. Een grote infrastructuurinvestering à la Oosterweel heeft immers een gigantische impact op de begroting van een klein land of regio.

‘Size matters’. Een infrastructuurinvestering zoals Oosterweel van 600 mio €/jaar betekent op een Vlaams overheidsbudget van 38 mia € ongeveer 1,6%. Maar op een Duits overheidsbudget van 1.316 mia € is dat slechts 0,05%…

Op de begroting van een groot land is dat dus verwaarloosbaar.

In onze gesprekken met Europa zal ik blijvend dit punt aankaarten.

Ik ben alvast verheugd dat de vice-voorzitter van de Europese Investeringsbank, dhr. Van Ballekom zich positief heeft uitgesproken over het Oosterweelproject en open staat voor een mogelijke EIB-medefinanciering van dit voor Vlaanderen zo belangrijke project.

Beste aanwezigen,

Laat me besluiten met zowel Vleva als de Permanente Vertegenwoordiging als de Europese Investeringsbank te feliciteren met dit initiatief en de wens uitdrukken dat jullie vlot de weg naar de gepaste financiering voor jullie investeringsplannen vinden.

De Vlaamse regering zal in elk geval alles doen binnen haar mogelijkheden om jullie daarin te ondersteunen.

Share on:

Leave a comment