Speech – Inhuldiging eerste ‘slimme’ windmolen

Ik moet zeggen dat ik de indruk krijg dat we in Vlaanderen op dreef aan het geraken zijn. Want het is nog niet zo heel lang geleden dat ik hier laatst was. In maart mocht ik aanwezig zijn bij de start van de bouw van de vijftien windturbines van Wind aan de Stroom in de Haven van Antwerpen. Dankzij dit project zullen 35.000 gezinnen straks groene stroom in de huiskamer krijgen. En daar stopt het niet. Het aantal gezinnen dat propere elektriciteit zal verbruiken loopt mogelijk op tot 90.000, dat is meer dan een derde van het aantal gezinnen dat in de stad Antwerpen woont.

Een van die vijftien windmolens huldigen we vandaag in. En dit is niet zomaar een windmolen. Het is de eerste windmolen in de Benelux die slim aangestuurd wordt. Zo’n flexibiliteit is precies wat we nodig hebben om steeds meer decentrale productie in het net te injecteren. Slimme windmolens hebben namelijk twee voordelen:

  • Windmolens moeten niet meer volledig afgeschakeld worden indien er te veel elektriciteit wordt geproduceerd. Ze kunnen dan bijvoorbeeld op halve kracht draaien als er heel veel zonne-energie is. Zo gaat er zo weinig mogelijk energie verloren.
  • En het net kan optimaal gebruikt worden. Op die manier wordt overbelasting makkelijk vermeden.

Het is dan ook een goede zaak dat er zo’n proefprojecten worden opgestart. Want er is nood aan onderzoeksprojecten als ontbrekende schakel tussen innovatie en de verdere uitrol van slimme netten. Ik zal dan ook werk maken van een regelgevend kader om dergelijke flexibele aansturing te ontwikkelen.

Onze netten moeten slimmer worden. Investeringen in het distributienet om de integratie van deze hernieuwbare energie optimaal te laten verlopen, zijn nodig. En ook op dat vlak blijft het project van Wind aan de Stroom niet achter. Integendeel. Deze slimme windmolen is niet de enige. Daarnaast worden nog vijf van de windturbines die nu worden gebouwd voorzien van mogelijkheden voor slimme aansturing. De injectie van die windturbines zal kunnen worden aangestuurd vanuit een centraal controlesysteem.

Met de bouw van deze vijftien windturbines nemen we een belangrijke stap richting de doelstellingen die Europa ons oplegt. Doelstellingen, waar we zelf ook achter staan, gewoonweg omdat ze de logische stap zijn in de richting van een nieuw, proper energielandschap. Tegen 2020 moet 10,5 procent van ons energieverbruik uit hernieuwbare bronnen komen, 19,5 procent van onze elektriciteit moet groene stroom worden. Vandaag zitten we aan 5,8 procent hernieuwbare energie, aan 9,9 procent groene stroom. We hebben dus nog een weg af te leggen, en daar zal dit project toe bijdragen.

Vlaanderen telt op dit moment zo’n driehonderd windturbines, goed voor het jaarverbruik van 250.000 gezinnen. Op termijn zullen dat er meer worden, moeten worden. In vergelijking met de rest van Europa moeten we nog wat onder doen. We zijn natuurlijk een kleinere, dichtbevolkte regio, maar toch is het mijn overtuiging dat we beter kunnen. Er is ruimte, er is wind, en er is ambitie.

Door een slimme inplanting van windturbines zoals hier in de haven van Antwerpen kunnen we onze ambities waarmaken. Slim, omdat ze weinig overlast veroorzaken en neergeplant worden in een havengebied. Er is draagvlak voor windturbines, zeker in havengebied. Slim ook, omdat ze op een plaats komen te staan waar nu eenmaal veel wind is. Als je naar de windkaarten kijkt, bezit de regio rond Antwerpen een heel interessante troef.

Als minister van Energie zie ik de wind als een partner. Samen met zonne-energie is windenergie vandaag de meest rendabele manier om die doelstelling te bereiken. Het zijn die twee technologieën die vandaag het verst staan in hun ontwikkeling, en die tegelijkertijd ook nog de grootste ontwikkeling kunnen doormaken. Windturbines worden hoger – ik kan het weten, want ik ben een tijdje geleden nog eens bovenop eentje gaan staan –, de diameter van de rotors wordt groter, en de rendementen stijgen uiteraard mee.

Enkele maanden geleden werden in Hoogstraten de plannen bekend gemaakt voor het hoogste windmolenpark van Vlaanderen. De rotordiameter in 1980 was gemiddeld 15 meter, deze slimme windmolen heeft een diameter van 113 meter, en we gaan soms zelfs al naar 160 meter. Dat is twee keer de spanwijdte van het grootste passagiersvliegtuig dat er bestaat, de Airbus A 380. Ik moet u niet zeggen wat dat betekent: hoge bomen vangen veel wind.

Vandaag betalen alle Vlamingen samen zo’n 90 miljoen per jaar voor windenergie. Dat is veel geld, maar we krijgen er heel veel voor terug. Door de technologische vooruitgang krijgen we ook steeds meer voor steeds minder. De minimumsteun voor windenergie zakt. In de periode 2010-2013 betaalden we nog een minimumsteun van 90 euro per MWh, elk jaar zakt dit. In 2013 was dat nog 83 euro, in 2014 74 euro, en vandaag 63 euro. Gezien de technologie nog matuurder wordt, zal dit voor nieuw aan te melden installaties vanaf 1 januari 2016 zakken tot onder de 60 euro per MWh.

Windenergie op land behoort samen met zonne-energie tot de goedkoopste toepassingen van hernieuwbare energie. Vandaar ook de bewuste keuze om in eerste instantie voluit in te zetten op deze twee technieken. En niet alleen omdat ze hernieuwbaar zijn.

In de UK bouwt men vandaag een nieuwe kerncentrale. Er staat nog niets en de steun is vandaag al 117 euro per MWh. Meer dan het dubbele dan onze steun voor windenergie. En je hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat het in de toekomst nog meer zal worden. Terwijl wij ervan uit gaan dat het met wind de andere kant op zal gaan.

Innovatie en ontwikkeling is daarin onze partner. Het energielandschap van morgen zal er anders uitzien dan dat van vandaag. En dit biedt opportuniteiten voor Vlaanderen. Een transitie zorgt voor welvaart, voor jobs. Uit een studie van het Federaal Planbureau van 2013 blijkt dat de omschakeling in België naar een volledig hernieuwbaar energiesysteem tegen 2030 tussen 21.000 en 65.000 voltijdse banen kan opleveren. En dit biedt kansen voor Vlaanderen. Kansen die we nog moeten grijpen en kansen die al gegrepen zijn. Zo is het grootste zonnepanelenpark van Nederland ‘made in Belgium’. Het werd gebouwd door Izen, een gespecialiseerd zonne-energiebedrijf uit Lille in de Antwerpse Kempen. We staan in Vlaanderen op het vlak van zonne-energie namelijk veel verder dan Nederland.

De energiewereld is in transitie. En dat vergt keuzes. Een aantal keuzes zijn gemaakt. De kerncentrales zullen sluiten, de Europese doelstellingen zijn bekend, en ze moeten gehaald worden. In de energiemix van morgen spelen hernieuwbare bronnen een substantiële rol. Vlaanderen is het pad richting 2020 ingeslagen. Onder de noemer ‘Stroomversnelling’ werken we aan een project dat die doelstellingen haalbaar moet maken. Een project ook dat de basis vormt van de toekomst, van dat nieuwe energielandschap. Daarbij staan we voor een aantal uitdagingen.

Misschien wel de grootste uitdaging is een gezond, stabiel investeringsklimaat dat op kostenefficiënte wijze tot meer hernieuwbare energie zal leiden. Dit is een moeilijke oefening, ik wens niet via oversubsidiëring de doelstelling inzake hernieuwbare energie te halen. Die fout uit het verleden willen we niet herhalen. Integendeel, ik wil via een marktconforme ondersteuning aan onze kinderen en kleinkinderen een nieuw, duurzaam en koolstofarm energielandschap kunnen aanbieden, zonder bijkomende factuur.

Vlaanderen heeft daarin de eerste stappen reeds gezet, en gaat verder op dat pad. Dat aan deze energietransitie een prijskaartje vasthangt, is evident. Maar de kostprijs moet zichtbaar zijn, en niet verdoken zitten in de factuur. Alleen zo werk je aan een draagvlak. Alleen zo kom je tot een positief verhaal. We zitten met een zware erfenis, ik weet het, maar ik wil erover stappen.

We gaan vooruit, heel snel. Als minister van Energie wil ik deze ontwikkelingen omarmen en ten volle benutten. We zijn het aan onszelf en aan de volgende generatie verplicht om de boot niet te missen. In de haven van Antwerpen is men niet anders gewend, en dat wordt bij deze opnieuw bewezen.

Share on:

Leave a comment