Speech – Mobiliteitskampioen

Geachte aanwezigen, beste partners en genomineerden voor de Mobiliteitskampioen,

Allereerst: Hartelijk dank voor de uitnodiging om deze prijs te komen uitreiken. Het is immers altijd leuker om zaken te kunnen geven als beleidsmaker dan zaken te moeten nemen.

Prijsuitreikingen zijn momenten om één of meerdere ambitieuze mensen, bedrijven, instellingen of verenigingen te lauweren voor hun inzet en de maatschappelijke meerwaarde die ze gecreëerd hebben.

Prijzen winnen doe je door te excelleren. Het staat buiten kijf dat de vier genomineerden uitzonderlijke verwezenlijkingen neer hebben gezet wanneer het gaat over duurzame mobiliteit.

Toch is er hier iets vreemd aan de hand…

Er is me iets opgevallen bij het bekijken van de voorstelling van de kandidaten op de website van deze wedstrijd. Het meest uitzonderlijke vanavond is dat de vier genomineerden zelf nergens, noch in het filmfragment, noch in het begeleidende interview, de indruk geven dat ze wat ze doen zelf zo uitzonderlijk vinden.

Meer nog, uit hun relaas blijkt dat ze hun initiatieven rond duurzame mobiliteit zelfs gewoon normaal vinden. Je zou dan de vraag kunnen stellen of men wel de juiste kandidaten heeft genomineerd voor deze prijs. Ik kan u op dat vlak geruststellen: De genomineerden vanavond zijn het wel degelijk waard om dit jaar mobiliteitskampioen te worden, in zoverre dat ze dat niet al zijn.

Dat ze hun manier van werken niet abnormaal of uitzonderlijk vinden, heeft namelijk niets te maken met een eventueel gebrek aan ambitie, concrete verwezenlijkingen of maatschappelijke meerwaarde. Het toont integendeel aan dat het verhaal rond duurzaamheid zélf een nieuwe wending neemt. De manier waarop de genomineerden duurzaamheid interpreteren en integreren in hun bedrijfsmodel luidt een nieuw tijdperk in.

Een tijdperk waar duurzaamheid tot de volwassenheid komt. Een tijdperk waar duurzaamheid loskomt van de ambtelijke taal in politieke actieplannen en binnentreedt in het dagdagelijks leven van mensen. Het begint deel uit te maken van de normale en goede bedrijfsvoering van kleine zelfstandigen, KMO’s en multinationals.

Dat laatste blijkt heel duidelijk uit de voorstelling van de genomineerden. Duurzaamheid is voor hen geen fetisj. Het is zelfs geen doel op zich. Het is gewoon een basisprincipe geworden en duurzame mobiliteit is in dat denkkader – en dan parafraseer ik één van de genomineerden – gewoon normaal.

Elk van de genomineerden ziet duurzaamheid niet als een last maar als een middel en opportuniteit om de uitdagingen die ze als ondernemer kennen aan te gaan en te beantwoorden met moderne, ecologische en vooruitstrevende oplossingen.

Dat blijkt uit het traject dat elk van jullie heeft doorlopen. De keuze voor duurzame mobiliteit is een keuze voor een betere en vlottere mobiliteit. Vlaanderen groeit in bevolkingsaantal en in bebouwde oppervlakte. Wie daar nog eens bijtelt dat we een transitregio zijn in het hart van Europa beseft dat je niet onbeperkt capaciteit kan bijcreëren. Je kan evenmin in de file blijven staan.

We zullen met andere woorden voor een stuk anders mobiel moeten zijn. Dat hebben deze vier genomineerden heel duidelijk gedaan. Dat kan door op het vlak van mobiliteit het geweer van schouder te veranderen. Door een andere modus te zoeken om de economische noden te vervullen. Ik denk bijvoorbeeld aan het overschakelen op watertransport van zowel personeel als goederen, zoals Dumoulin Bricks en Umicore hebben gedaan. Ik denk ook aan de bedeling van goederen in een stedelijke omgeving van Bubblepost en Solidariteit voor het Gezin door middel van milieuvriendelijke, wendbare en snelle voertuigen zoals fietsen en hybride, aardgas- of elektrische wagens.

Met zo’n aanpak worden dromen over een leefbaar Vlaanderen, zowel op het vlak van milieu als van economie, weer een stukje realiteit. Dat is nodig. Ik had graag gehad dat de winnaar van vandaag, gisteren al als maatstaf had gegolden. Dat is helaas niet zo. De reden waarom de vier aspirant-mobiliteitskampioenen hier vandaag aanwezig zijn is omdat ze een voortrekkersrol spelen en zullen moeten blijven spelen in een Vlaanderen dat met een aantal belangrijke uitdagingen op het vlak van mobiliteit, leefbaarheid en duurzaamheid te maken heeft.

Wat zijn zoal die uitdagingen?

Wel je kan er moeilijk naast kijken: Wie een kaart van Europa met de fijn stof emissies erbij neemt ziet in het hart van Europa één grote zwarte vlek. U mag één keer raden, inderdaad, Vlaanderen.

Fijn stof is een aanslag op de levenskwaliteit en de gezondheid van elke inwoner en – zo bleek recentelijk uit een studie van de Universiteit Antwerpen – kinderen in het bijzonder. Onder de gevolgen rekent men verminderde conditie, fysieke veroudering, meer kans op astma en nog vele andere kwalen.

Dat heeft een heel specifieke oorzaak: Vlaanderen, en België bij uitbreiding, is een dieselland. 2,5 miljoen dieselwagens rijden hier rond, 1,5 miljoen benzinewagens. Slechts 4.630 wagens in Vlaanderen zijn elektrisch. Die verhouding zit compleet scheef.

Als beleidsmaker moet je jezelf dan afvragen hoe je hier iets aan wil doen. Op zo’n moment helpt het echt niet als je vervalt in een klassieke benaderingswijze van je bevoegdheden waarbij je ze als afzonderlijke en afgescheiden thema’s behandelt. Wat je dan moet doen is een integrale analyse maken van de instrumenten die je hebt en bekijken hoe je ze kan herinterpreteren naar hefbomen voor verandering. Ik heb dat een eerste keer gedaan met de hervorming van de schenkbelasting door ze te verlagen en extra incentives in te bouwen voor wie zijn huis energiezuinig wil maken door het te renoveren.

In oktober van dit jaar heb ik een tweede keer die oefening gemaakt. De Vlaamse Regering heeft toen de belangrijke beslissing genomen om de verkeersfiscaliteit te vergroenen. Waar de oude parameters eigenlijk grosso modo het status quo in stand hielden, hebben we ervoor gekozen om van zowel de belasting op inverkeersstelling als de jaarlijkse verkeersbelasting sterk sturende instrumenten te maken.

Wie vanaf 2016 een nieuwe of andere wagen aankoopt krijgt daarbij een heel duidelijke en eerlijke keuze. Wie voor een vervuilende dieselwagen kiest zal meer betalen, wie voor een zuinige benzinewagen kiest zal minder lasten betalen, wie voor elektrisch, cng, waterstof of plug-in hybride kiest zal helemaal niets betalen.

Met die maatregelen werken we in op één van de determinerende factoren bij de keuze van een nieuwe of andere wagen: De Total Cost of Ownership oftewel de totale kost van eigendom van een wagen. Door die stevig te laten dalen voor milieuvriendelijke alternatieven geven we sterke prikkels aan de consument.

We weten uit het verleden dat verkeersfiscaliteit effectief sturend kan werken. Toch hebben we nood aan een strategische prikkel voor de consument die een grote omwenteling in gang kan zetten. Dat wil de Vlaamse Regering doen door middel van een Zero Emissie Bonus.

Deze bonus varieert naargelang de cataloguswaarde van de auto. Wie in 2016 een wagen onder de 31.000 euro koopt kan éénmalig een bonus krijgen van 5000 euro. Dit bedrag zal tot 2019 dalen om dan uit te doven. Voor wagens boven de 61.000 euro ligt de bonus lager – 2500 euro – maar zal eveneens dalen tot 2019 en dan uitdoven. Door de bonus snel te laten afbouwen in de tijd moedigen we consumenten aan om de aankoop van een milieuvriendelijke wagen niet uit te stellen. Op die manier verdwijnen vervuilende wagens sneller van de baan om plaats te maken voor milieuvriendelijke alternatieven.

Wat we absoluut niet willen is marktverstorend optreden door te gaan oversubsidiëren. Het gaat daarom over een gesloten portefeuille van 5 miljoen. We gaan geen domme engagementen aan. Noch in de tijd, noch qua bedrag. Als het maximumbedrag dreigt op te geraken, betekent dit dat het beleid werkt waarna vervolgens de bonus versneld kan dalen om toch iedereen een fair share te geven.

Let wel: Dit betreft zoals gezegd slechts één van de factoren die de keuze voor één van die milieuvriendelijke alternatieven mee bepalen. Een andere factor is de infrastructuur. Vragen die de consument heeft zijn bijvoorbeeld: “Kan ik er op vertrouwen dat deze wagen mij brengt waar ik moet zijn en kan ik terugvallen op de nodige infrastructuur die dat garandeert.”

Uit dit onderzoek blijkt heel duidelijk de noodzaak de vicieuze cirkel rond het infrastructuurvraagstuk te doorbreken. Je kan niet eeuwig vast blijven zitten in de kip of het ei-discussie van de elektrische wagen of de laadpaal.

Daarom heeft de Vlaamse Regering beslist in het kader van de Europese richtlijn Clean Power for Transport werk te maken van een uitgebreid infrastructuurnetwerk voor elektrische wagens. De ambitie is duidelijk en is meetbaar: Tegen 2020 willen we in Vlaanderen 5000 extra publieke laadpunten realiseren.

5000 extra laadpunten is veel, héél veel. Het is dan ook niet de bedoeling dat de Vlaamse overheid deze taak alleen volbrengt. Dat zou enorm inefficiënt zijn en vloeken met het idee van subsidiariteit.

We willen daarentegen deze doelstelling behalen door resultaatsverbintenissen met de distributienetbeheerders die daarvoor kunnen samenwerken met lokale besturen, die het best geplaatst zijn om de noden in te schatten. Voor de exploitatie werken distributienetbeheerders of steden en gemeenten die deze taak overnemen samen met private leveranciers. Op die manier laten we aan de markt over wat de markt het best invult met weliswaar de verplichting aan marktconforme prijzen energie te leveren.

Met deze beslissingen zetten we belangrijke stappen richting een duurzame mobiliteit. Als beleidsmaker weet je maar al te best dat een beslissing op papier zetten niet voldoende is om de samenleving te veranderen.

Het is daarom ontzettend belangrijk dat we voortrekkers zoals Dumoulin Bricks, Solidariteit voor het Gezin, Bubble Post en Umicore blijven toejuichen. Enkel wanneer burgers en ondernemingen zelf de mind shift maken die onze genomineerden hebben gemaakt, krijg je een andere mobiliteit.

Dames en Heren,

Als burger droom ik ervan en als beleidsmaker maak ik er dagelijks werk van: Een Vlaanderen waar iedereen zich mobiliteitskampioen kan noemen. Vandaag kan er slechts één bedrijf die titel mee naar huis nemen. Dat neemt niet weg dat ik iedereen wil aanmoedigen en vragen om te blijven inzetten op een nieuwe mobiliteit. Als het gaat over leefbaarheid en duurzaamheid van onze economie en milieu is meedoen belangrijker dan winnen. Voor mij zijn jullie alvast allemaal kampioenen.

Share on:

Leave a comment