Speech – Opendeurdagen Essenscia & BASF Antwerpen

In 1861 werden de eerste veertig vaten petroleum op de Antwerpse kaaimuren gelost. Amper 2 jaar later was Antwerpen de grootste petroleuminvoerder  in Europa. De stad, haar haven en haar inwoners delen een belangrijke eigenschap, een rode lijn door haar geschiedenis en haar toekomst: wij zijn niet in de wieg gelegd voor het middelmatige. We hebben de ambitie om pioniers te zijn in hetgeen wat we doen, dat was in de 19de eeuw niet anders dan in de eeuw ervoor als de eeuw erna.

De petroleumsector was toen – letterlijk-  de brandstof van wat we vandaag als de 2de industriële revolutie beschouwen. Die 2de industriële revolutie was meer dan de loutere overstap van steenkool naar olie. Niet zonder reden wordt deze periode ook de technologische revolutie genoemd. Petroleum was namelijk de katalysator van technologische evoluties op vele vlakken, onder meer op het vlak van chemie.

De vernielende gevolgen van de 2de wereldoorlog en de oliecrisis van de jaren 70 brachten het economisch klimaat van de Haven uit balans. Net zoals de stad heeft de haven echter de kracht om elke keer terug de rug te rechten en zich opnieuw uit te vinden, zoals bijvoorbeeld door de aanleg van de Rotterdam Antwerpen pijpleiding, zonder dewelke Antwerpen wellicht zich niet als chemiecluster had kunnen handhaven.

Dat maakt dat ook vandaag nog de Haven van Antwerpen de meest  diverse maritieme geïntegreerde chemiecluster in Europa is geworden en gebleven. Niet toevallig hebben 7 van de 10 belangrijkste chemiebedrijven ter wereld hier een productiesite.

De Antwerpenaar is verbonden met de Schelde en al wat errond ligt. Het is de levensader voor alle economische activiteit. Die activiteit biedt aan Antwerpen en de rest van Vlaanderen ongeziene opportuniteiten, met de chemiecluster op kop. De chemiesector is immers niet alleen groot in Europa, ook binnen de haven zelf zorgt het voor het leeuwendeel aan industriële activiteit.

87.800 mensen werken in de chemie, kunststoffen en life sciences, van wie 11.000 specifiek in de chemische cluster van de haven van Antwerpen. Daarbovenop komen de ontelbare indirecte jobs die hier uit voortvloeien.

Wanneer we het over toegevoegde waarde van de Antwerpse chemische cluster hebben, is er meer te vermelden dan de jaarlijkse 3 miljard. Economische vooruitgang, werk en inkomen hebben heeft meer dan alleen maar materiële meerwaarde. Een economie die kansen biedt en mogelijkheden creëert  geeft ademruimte aan mensen.

De komende tien jaar zullen binnen de sector chemie en life sciences zo’n 20.000 werknemers vervangen worden.  Een afgestudeerde die hard wil werken kan hier in de Antwerpse haven, in onze chemische cluster zijn eerste job te pakken krijgen, de eerste stap zetten om zijn verdere leven uit te bouwen.

Het gaat hier niet over uitsluitend universitairen, nee, wil men de kruisbestuiving tussen stad en haven in stand houden, zal men ook in de stedelijke technische scholen de lat hoog moeten blijven leggen zoniet hoger leggen. Sterkere samenwerking tussen ondernemingen en scholen is daarbij een must om de juiste profielen warm te maken voor een carrière in de haven en de chemie.

Wie tracht het belang van iets in kaart te brengen, hoort gaandeweg te beseffen dat niets op deze aarde gegeven is voor de eeuwigheid. Het is gemakkelijk maar even zeer gevaarlijk om te berusten in de plaats die de chemiesector vandaag inneemt in rangordes naar grootte en omzet.

Ik hoor soms mensen beweren dat we ons blindstaren op groei. Ik ben het hier niet mee eens. De haven en de economie is zoals de natuur: wanneer iets de natuur stopt met groeien, bereikt het een keerpunt, vanaf dan begint het af te sterven. We hebben groei nodig om de komende generaties te voorzien in de kansen die we zelf destijds hebben gekregen.

We moeten er ons van bewust zijn dat de realiteit rondom ons niet stilstaat. Alleen door inzet, investeringen en innovatie kunnen we onze hoofdrol blijven spelen op wereldvlak. Dit impliceert keuzes maken en  dus ook soms risico’s durven nemen. Een schip is veilig in de haven, maar daar worden schepen niet voor gebouwd.

De Vlaamse regering gaat deze uitdagingen met veel goede moed aan. De aanwezigheid van de cluster van de chemie en de life sciences heeft haar plaats in deze haven en moet verder versterkt worden. Grootschalige industriële activiteit heeft wél een plaats binnen ons Vlaams economisch bestel. De verbondenheid van onderwijs, onderzoek, ontwikkeling en industrie maakt dat industrie hier een toekomst heeft. Ze zijn zo verweven dat ze niet zonder elkaar kunnen.

We hebben in Vlaanderen de opportuniteit en het momentum om die verwevenheid  in te zetten om op nog andere gebieden de leiding te nemen in Europa. Deze sector kan een enorme rol spelen in het zuiniger en duurzamer omgaan met energie om leider te worden in energie-efficiëntie.

De Antwerpse haven is de motor van de Vlaamse economie, de chemiesector is met een aandeel van 60% de motor van de industrie binnen die haven. De stad en haar haven, tot slot, zijn één en ondeelbaar, ze kunnen enkel groeien als ze samen groeien. De richting die we uit willen is duidelijk: vooruit.

Want voor wie niet weet naar welke haven hij moet varen, is geen enkele wind gunstig.

Share on:

Leave a comment