Speech – Stibbe Client Seminar – Energies for Smart Cities

Ik moet zeggen: ik was getriggerd door het thema van jullie seminarie. Smart Cities. Ik zie er veel in. Ik ben ervan overtuigd dat we er ook naartoe moeten. En het roept begrippen bij mij op die mij altijd wel triggeren: innovatie, vernieuwing, vooruitgang, flexibiliteit, creativiteit, toekomst, de stad,… Smart Cities lijkt op het eerste zicht een buzzwoord, maar dat is het eigenlijk niet. Smart Cities verwijst naar het antwoord dat steden kunnen geven op de noodzaak om duurzaam met energie te kunnen omgaan. En dat is een uitdaging, laat ons eerlijk zijn. Eigenlijk is de uitkomst een wirwar van zaken. Maar om van mijn speech geen wirwar-verhaal te maken, heb ik een aantal vragen opgeschreven, om mijn gedachten te ordenen.

  1. Waarom bieden steden zo’n mooie opportuniteiten in de aanpak van het energievraagstuk?
  2. Wat zijn slimme steden?
  3. Hoe kunnen steden smart worden?
  4. Hoe kunnen we die stedelijke dynamieken koesteren?

Laat ons beginnen bij het begin: Waarom zouden we steden inschakelen in de oplossing voor het energievraagstuk?

We staan voor grote uitdagingen in het energiebeleid: we moeten veel zuiniger met energie omgaan en we moeten koolstofarmere energiebronnen gebruiken. Die energie-uitdagingen stellen zich nog scherper in steden met hun grotere bevolkingsdichtheid en hun grote energievraag.

Een antwoord formuleren op die uitdagingen is helemaal niet zo eenvoudig. Een paar voorbeelden. Energiebesparende maatregelen verdienen zich vaak vanzelf terug, maar worden omwille van een aantal hardnekkige hinderpalen dikwijls niet genomen. Wind- en zonne-energie bieden grote opportuniteiten maar doordat ze geen constant karakter hebben moet ons logge energiesysteem ineens flexibel gaan werken. Een raadgeefster op mijn kabinet verwoordde het vorige week op een vergadering nog zo: we moeten een olifant laten dansen, en dat is niet zo eenvoudig.

Onze aanpak moet slimmer, gedifferentieerder, flexibeler … en laat ons eerlijk in eigen boezem kijken: we zijn dat op Vlaams niveau nog aan het leren.

En daar bieden steden bijzondere opportuniteiten om deze uitdagingen vernieuwend aan te pakken. Ze hebben hiervoor een ideale schaal.

  • Groot genoeg om daadkrachtig te werk te kunnen gaan, klein genoeg om maatwerk te kunnen leveren.
  • Groot genoeg om schaalvoordelen te realiseren, klein genoeg om betrokkenheid en draagvlak in de praktijk te kunnen brengen.
  • Groot genoeg om diverse types energieverbruikers te bundelen, klein genoeg om heel mobiliserend te kunnen werken.
  • Groot genoeg om dingen beter te kunnen testen dan op labo schaal, klein genoeg om als proefprojecten als living lab op te kunnen zetten.

De schaal van de steden sluit enorm goed aan bij de tendens van een centrale energievoorziening naar een meer decentrale energievoorziening, met meer lokale productie-eenheden.

Ook sluit de schaal van de steden heel goed aan bij de tendens naar collectieve oplossingen. Waar het energiebeleid in het verleden vaak focuste op de verbetering van de energieprestaties van individuele huizen en individuele bedrijven of de plaatsing van individuele productie-installaties voor hernieuwbare energie, moet de komende jaren de focus ongetwijfeld ook meer gaan naar collectieve voorzieningen en collectieve aanpak.

  • Denk maar aan wijkrenovaties die extra mobiliserend kunnen werken en kostenbesparend kunnen zijn.
  • Denk maar aan collectieve verwarmingssystemen en warmtenetten, die nog grote efficiëntiewinsten kunnen opleveren.
  • Denk maar aan slim ontworpen bedrijventerreinen waar synergieën ontwikkeld kunnen worden.

Niet alleen hebben steden de ideale schaal om op lokaal niveau ‘stroomversnellingkjes’ in gang te zetten, de wil om dat te doen is bij de meeste steden ook uitdrukkelijk aanwezig.

  • Veel steden hebben al de ambitie geuit om klimaatneutraal te worden.
  • Veel steden zijn ook al toegetreden tot de burgemeestersconvenant waarin Europese steden zich engageren tot een verregaande vermindering van de CO2-emissies via energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.

Veel ambitie dus, maar wat zijn dat nu eigenlijk echt Slimme Steden (mijn tweede vraag)

In ieder geval staat vast dat duurzame steden ook slimme steden zullen moeten zijn. Want wil men meer hernieuwbare energie, dan is ook een slim energiesysteem nodig dat flexibel kan inspelen op het fluctuerende karakter van wind- en zonne-energie. Slimme energiesystemen in steden zijn bovendien niet alleen nodig als antwoord op meer hernieuwbare energie. Meer smartness is ook nodig omdat energiemarkten veranderen, tarificatie verandert,…, enzovoort…

Zo’n slim energiesysteem gaat veel verder dan de introductie van slimme meters en slimme netten met bv. dynamische transformatoren. We moeten flexibiliteit inbouwen in alle componenten van het energiesysteem.

  • Naast het fluctuerend hernieuwbaar energieaanbod, hebben we flexibele backup nodig. Bv. gascentrales die snel aan- en af kunnen schakelen. Zo’n afdoend flexibel aanbod komt er niet vanzelf.
  • Maar niet alleen het aanbod moet flexibeler worden, ook de vraag. Aan de vraagzijde moeten we niet alleen energie besparen maar ook verbruiken verschuiven in de tijd. Hoe flexibeler de vraag, hoe lager de piekvraag en hoe minder backupvermogen voorzien moet worden. Dat kan via afschakeling, peakshaving, via Demand side management met bv. slimme sturingssystemen, dynamische tarifering, slimme toestellen, enz. En hoe slimmer en hoe meer automatisch het systeem werkt (dus zonder actieve tussenkomst), hoe beter.
  • Naast slimmere netten kan ook interconnectie met andere regio’s helpen om met fluctuerende energiebronnen om te gaan.
  • Verder is ook opslag van energie een beloftevolle piste om flexibiliteit in te brengen in het systeem. Batterijen, buffers, power to heat, power to gas, etc. Maar ook elektrische voertuigen hebben hier wellicht een rol te spelen, net zoals elektrische verwarmingssystemen zoals warmtepompen.

En een slim energiesysteem is niet alleen een slim en flexibel elektriciteitssysteem, maar gaat ook over de warmtevoorzieningen en de interferentie tussen het elektriciteits- en het warmtesysteem. Warmtenetten dienen zich aan, net zoals warmtebuffers, etc. …Ook zal er geboord worden naar tot nog toe weinig in Vlaanderen aangeboorde energiebronnen, zoals geothermie.

Daarnaast is het mobiliteitssysteem een grote energievrager waar zich systeemveranderingen aandienen. Meer voertuigen op alternatieve bronnen, waaronder meer elektrische voertuigen, dat vraagt bv. om een aangepaste net- en laadinfrastructuur.

Nu, het is goed om te weten wat een slimme stad is, maar dat brengt me natuurlijk snel bij mijn derde vraag: hoe word je slim, als stad?

Je moet ten eerste natuurlijk veel weten. De drie meest cruciale begrippen in de komende jaren zijn data, data en nog eens data. Data over verbruikers en hun verbruiken, data over aanbieders, data over voorspelde producties, data over netten, data over nieuwe technieken en toepassingen, sturingen, nieuwe governancemodellen. ICT en energie gaan hand in hand.

Ten tweede zijn er ook heel wat investeringen nodig. Steden moeten daarin de juiste keuzes maken, die toekomstgericht zijn en die nieuwe evoluties niet blokkeren. Dat is beslissen in onzekerheid, liefst met een open geest. Maar dat is ook een gigantische financiële uitdaging die concurreert met andere investeringen die nodig zijn. Een integrale aanpak is hier nodig want ook investeringen in schoolinfrastructuur, wegen, bedrijventerreinen hebben allemaal direct of indirect een impact op het energievraagstuk.

Ten derde om een slimme stad te worden zal ook je beleid anders durven organiseren: je gaat anders om met stakeholders, je hanteert andere beleidsinstrumenten, je communiceert anders, je werkt anders samen en met meer actoren, je organiseert je anders en je zoekt andere financieringsvormen, je denkt op een langere termijn, je gaat anders om met nieuwe evoluties,…

  • Contacten met netbeheerders bijvoorbeeld om de uitbouw van hun netten zoveel mogelijk af te stemmen op de gewenste stedelijke ontwikkelingen en om de flexibiliteit op die netten goed vorm te kunnen geven
  • Vernieuwende financieringsconstructies zoals esco’s helpen opzetten
  • Meewerken aan groepsaankopen en daarbij waken over kwaliteit en dienstverlening,
  • Contacten met buurtbewoners in goede banen leiden bij bv. nieuwe windturbines op een zo optimaal mogelijke manier in de plannen,

In de praktijk zijn onze steden eigenlijk nu al vaak voortrekkers als het gaat om energie- en klimaatbeleid. En die dynamieken moeten we zeker koesteren.

Er gebeurt bottom-up in onze steden en provincies inzake energie bijzonder veel. Ze nemen tal van initiatieven rond klimaatneutraliteit, duurzame wijken tot groepsaankopen voor energie, sensibiliserende initiatieven, ontwikkeling van warmtenetten, car to go initiatieven,  …

En het gebeurt ook vaak op een goede manier: Ze spelen het vaak klaar om snel en flexibel op nieuwe uitdagingen in te spelen. Van steden gaat dus een bijzondere dynamiek uit. En die moeten we koesteren, maar ook faciliteren en coördineren. Kennis en informatie moeten gedeeld worden.

Zodat steden niet elke keer opnieuw het warm water moeten uitvinden, zodat ze van elkaar kunnen leren, zodat hun activiteiten goed afgestemd zijn met het beleid op andere niveaus, zodat hun kennis ook doorstroomt naar hogere beleidsniveau, etc.

Hoe kunnen we dat doen?

  • Door hulpmiddelen voor steden te ontwikkelen: zoals Energyville die werkt aan intelligente en energie-efficiënte steden
  • Door steden daadwerkelijk te ondersteunen in hun activiteiten, zoals VITO bijvoorbeeld doet bij de ontwikkeling van energiekaarten of warmtekaarten.
  • Dat kan ook door steden met elkaar verbinden. Nu al zijn er initiatieven zoals het netwerk Vlaamse Smart Energy Cities dat kadert in een Europees project waarin de steden hun knowhow kunnen bundelen en uitwisselen en waaraan bijvoorbeeld heel wat Vlaamse centrumsteden deelnemen.

Er gebeurt dus al veel, maar de uitdagingen blijven groot om van steden duurzame slimme steden te maken. Technisch, financieel, organisatorisch én ook juridisch:

– omdat het regelgevend kader zich continu moet aanpassen aan nieuwe evoluties die zorgen voor nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe risico’s, nieuwe marktmodellen, nieuwe actorrollen, nieuwe diensten, …

– omdat ook actoren zich in die wijzigende omstandigheden op andere manieren zullen willen verzekeren en financieren, op andere manieren onderling afspraken willen maken, etc.

– omdat nieuwe problemen zullen opduiken die juridisch uitgeklaard zullen moeten worden.

Voer genoeg om nog heel wat seminaries over te vullen, om ervaringen over uit te wisselen en om zo de Stroomversnelling die Vlaanderen nodig heeft nog wat extra vaart te geven.

Share on:

Leave a comment