Speech – Zomerforum Agoria

Ik denk dat ik het volgende mag zeggen: hier zitten veel mensen in de zaal die mee met mij naar de toekomst willen en durven kijken. Ik heb dat vorige week nog gemerkt, toen we onze ambitie bekend maakten om in Vlaanderen eindelijk werk te maken van de slimme meter als onderdeel van een nieuw energielandschap. Als ik me niet vergis, was Agoria snel met haar reactie. En ook positief. Ik merk dat jullie meewillen, en dat boezemt me vertrouwen in.

Die slimme meter is inderdaad de toekomst, maar slechts een klein onderdeel. Vlaanderen staat voor een heel boeiend energietijdperk. We zijn het erover eens: er moet iets gebeuren, het stof moet eraf. We hebben wat achterstand opgelopen, dat heeft zijn nadelen, maar ook zijn voordelen. We moeten niet te beroerd zijn om ons licht op te steken in het buitenland. Dat deed ik dan ook in Italië, waar vandaag in elke huis, in elk gebouw een slimme meter hangt. We kunnen leren van hen: uit hun ervaringen, en ook uit hun fouten. Een studie die de administratie heeft besteld moet uitmaken wat de te kiezen weg is voor die slimme meter: wie die moet uitrollen, wat het toestel moet kunnen en ook niet moet kunnen, hoe we die moeten uitrollen, en ook bijvoorbeeld hoe die kan gebruikt worden als budgetmeter. De energiewereld gaat razendsnel vooruit, en deze studie moet kijken hoe die budgetmeter past in het systeem van de toekomst. Niet in dat van het verleden.

 

Dames en heren,

Ik wil vooruit. Ik probeer mijn visie op energie samen te vatten onder de noemer stroomversnelling, want dat hebben we nodig, een stroomversnelling. Er is veel werken, maar er is ook een mooi toekomstbeeld om naartoe te werken. Steden bijvoorbeeld zullen hierin een cruciale rol gaan spelen. Dit wordt de eeuw van de stad. Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in steden. Voor het eerst in de geschiedenis leven er meer mensen in een stad dan op het platteland. Tegen 2040 zal ongeveer twee derde van de mensheid in steden leven. En die steden, dat worden smart cities.

Smart city is een begrip dat mij alleszins enorm triggert. Het roept allerlei andere begrippen bij mij op: innovatie, vernieuwing, vooruitgang, flexibiliteit, creativiteit, toekomst… Smart Cities lijkt op het eerste zicht een buzzwoord, maar dat is het eigenlijk niet. Smart Cities verwijst naar het antwoord dat steden kunnen geven op de noodzaak om duurzaam met energie te kunnen omgaan. En dat is een uitdaging, laat ons eerlijk zijn. Eigenlijk is de uitkomst een wirwar van zaken. Maar om van mijn speech geen wirwar-verhaal te maken, heb ik een aantal vragen opgeschreven, om mijn gedachten te ordenen.

Laat ons beginnen bij het begin: Waarom zouden we steden inschakelen in de oplossing voor het energievraagstuk?

We staan voor grote uitdagingen in het energiebeleid: we moeten veel zuiniger met energie omgaan en we moeten koolstofarmere energiebronnen gebruiken. Die energie-uitdagingen stellen zich nog scherper in steden met hun grotere bevolkingsdichtheid en hun grote energievraag.

Een antwoord formuleren op die uitdagingen is helemaal niet zo eenvoudig. Een paar voorbeelden. Energiebesparende maatregelen verdienen zich vaak vanzelf terug, maar worden omwille van een aantal hardnekkige hinderpalen dikwijls niet genomen. Wind- en zonne-energie bieden grote opportuniteiten maar doordat ze geen constant karakter hebben moet ons logge energiesysteem ineens flexibel gaan werken. Een raadgeefster op mijn kabinet verwoordde het onlangs op een vergadering nog zo: we moeten een olifant laten dansen, en dat is niet zo eenvoudig.

Onze aanpak moet slimmer, gedifferentieerder, flexibeler … en laat ons eerlijk in eigen boezem kijken: we zijn dat op Vlaams niveau nog aan het leren.

En daar bieden steden bijzondere opportuniteiten om deze uitdagingen vernieuwend aan te pakken. Ze hebben hiervoor een ideale schaal. En die schaal sluit enorm goed aan bij de tendens van een centrale energievoorziening naar een meer decentrale energievoorziening, met meer lokale productie-eenheden.

Ook sluit de schaal van de steden heel goed aan bij de tendens naar collectieve oplossingen. Waar het energiebeleid in het verleden vaak focuste op de verbetering van de energieprestaties van individuele huizen en individuele bedrijven of de plaatsing van individuele productie-installaties voor hernieuwbare energie, moet de komende jaren de focus ongetwijfeld ook meer gaan naar collectieve voorzieningen en collectieve aanpak. Denk maar aan wijkrenovaties die extra mobiliserend kunnen werken en kostenbesparend kunnen zijn, bijvoorbeeld. Denk maar aan collectieve verwarmingssystemen zoals warmtenetten.

Niet alleen hebben steden de ideale schaal om op lokaal niveau ‘stroomversnellingkjes’ in gang te zetten, de wil om dat te doen is bij de meeste steden ook uitdrukkelijk aanwezig. Veel steden hebben al de ambitie geuit om klimaatneutraal te worden. Veel steden zijn ook al toegetreden tot de burgemeestersconvenant waarin Europese steden zich engageren tot een verregaande vermindering van de CO2-emissies via energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.

Veel ambitie dus, maar wat zijn dat nu eigenlijk echt, die Slimme Steden?

In ieder geval staat vast dat duurzame steden ook slimme steden zullen moeten zijn. Want wil men meer hernieuwbare energie, dan is ook een slim energiesysteem nodig dat flexibel kan inspelen op het fluctuerende karakter van wind- en zonne-energie. Slimme energiesystemen in steden zijn bovendien niet alleen nodig als antwoord op meer hernieuwbare energie. Meer smartness is ook nodig omdat energiemarkten veranderen, tarificatie verandert,…, enzovoort…

Zo’n slim energiesysteem gaat veel verder dan de introductie van slimme meters en slimme netten met bv. dynamische transformatoren. We moeten flexibiliteit inbouwen in alle componenten van het energiesysteem: flexibele backup zoals gascentrales die snel aan- en af kunnen schakelen bijvoorbeeld, maar ook, demand side management ook, interconnectie en ook opslag van energie: batterijen, buffers, power to heat, power to gas, enzovoort.

En een slim energiesysteem is niet alleen een slim en flexibel elektriciteitssysteem, maar gaat ook over de warmtevoorzieningen en de interferentie tussen het elektriciteits- en het warmtesysteem. Warmtenetten dienen zich aan, net zoals warmtebuffers, etc. …Ook zal er geboord worden naar tot nog toe weinig in Vlaanderen aangeboorde energiebronnen, zoals geothermie.

Daarnaast is het mobiliteitssysteem een grote energievrager waar zich systeemveranderingen aandienen. Meer voertuigen op alternatieve bronnen, waaronder meer elektrische voertuigen, dat vraagt bv. om een aangepaste net- en laadinfrastructuur.

Nu, het is goed om te weten wat een slimme stad is, maar dat brengt me natuurlijk snel bij mijn derde vraag: hoe word je slim, als stad?

Je moet ten eerste natuurlijk veel weten. De drie meest cruciale begrippen in de komende jaren zijn data, data en nog eens data. Data over verbruikers en hun verbruiken, data over aanbieders, data over voorspelde producties, data over netten, data over nieuwe technieken en toepassingen, sturingen, nieuwe governancemodellen. ICT en energie gaan hand in hand.

Ten tweede zijn er ook heel wat investeringen nodig. Steden moeten daarin de juiste keuzes maken, die toekomstgericht zijn en die nieuwe evoluties niet blokkeren. Dat is beslissen in onzekerheid, liefst met een open geest. Maar dat is ook een gigantische financiële uitdaging die concurreert met andere investeringen die nodig zijn. Een integrale aanpak is hier nodig want ook investeringen in schoolinfrastructuur, wegen, bedrijventerreinen hebben allemaal direct of indirect een impact op het energievraagstuk.

Ten derde om een slimme stad te worden zal ook je beleid anders durven organiseren: je gaat anders om met stakeholders, je hanteert andere beleidsinstrumenten, je communiceert anders, je werkt anders samen en met meer actoren, je organiseert je anders en je zoekt andere financieringsvormen, je denkt op een langere termijn, je gaat anders om met nieuwe evoluties,…

  • Contacten met netbeheerders bijvoorbeeld om de uitbouw van hun netten zoveel mogelijk af te stemmen op de gewenste stedelijke ontwikkelingen en om de flexibiliteit op die netten goed vorm te kunnen geven
  • Vernieuwende financieringsconstructies zoals esco’s helpen opzetten
  • Meewerken aan groepsaankopen en daarbij waken over kwaliteit en dienstverlening,
  • Contacten met buurtbewoners in goede banen leiden bij bv. nieuwe windturbines op een zo optimaal mogelijke manier in de plannen,

In de praktijk zijn onze steden eigenlijk nu al vaak voortrekkers als het gaat om energie- en klimaatbeleid. En die dynamieken moeten we zeker koesteren.

Er gebeurt bottom-up in onze steden en provincies inzake energie bijzonder veel. Ze nemen tal van initiatieven rond klimaatneutraliteit, duurzame wijken tot groepsaankopen voor energie, sensibiliserende initiatieven, ontwikkeling van warmtenetten, car to go initiatieven,  …

En het gebeurt ook vaak op een goede manier: Ze spelen het vaak klaar om snel en flexibel op nieuwe uitdagingen in te spelen. Van steden gaat dus een bijzondere dynamiek uit. En die moeten we koesteren, maar ook faciliteren en coördineren. Kennis en informatie moeten gedeeld worden.

Zodat steden niet elke keer opnieuw het warm water moeten uitvinden, zodat ze van elkaar kunnen leren, zodat hun activiteiten goed afgestemd zijn met het beleid op andere niveaus, zodat hun kennis ook doorstroomt naar hogere beleidsniveau.

Uitdagingen genoeg met andere woorden. En er is maar één manier om te timmeren aan de weg: door kennis te delen, en samen aan de weg te timmeren. Ik hoop alvast dat jullie mee willen in de Stroomversnelling die er sowieso zit aan te komen voor Vlaanderen.

Share on:

Leave a comment