Steden moeten weer trekken, en wegen

België is, van oudsher en zoals Italië, een land van steden. Steden, die de motor van economische en intellectuele ontwikkeling waren, en van welvaart. Maar we zijn dat, in het beleid alleszins, een beetje vergeten. Daarin zijn steden de jongste decennia vooral centra van armoede, die in de eerste plaats subsidie behoeven voor de opvang. In het vorige regeerakkoord, van 2007, stond daarover een zinnetje, in de nota van de huidige formateur staan wat passages over de overheveling van de bevoegdheid over het grootstedenbeleid naar de gewesten.

Het mag ditmaal iets meer zijn, zo heb ik zondag bepleit in een debat met Patrick Janssens op ATV. De steden in Vlaanderen zijn vandaag gebieden met de laagste economische groei van hun regio. In het komende decennium, waarin economische stagnatie van Europa het grootste risico is, moeten zij terug de motoren worden van de noodzakelijke groei. Daartoe zijn vele acties nodig: verbeterde mobiliteit, bestrijding van criminaliteit en overlast, een groter woonaanbod om de prijzen te drukken, betere cultuur en onderwijs, efficiënte administratie, en bovenal het stimuleren van business, handel, technologie, transport en productie, van oudsher de kernfuncties van een stad.

It’s the economy stupid moet het motto worden van het stedenbeleid voor de komende tien jaar. Nu het grootste deel van wat overbleef aan federaal grootstedenbeleid wordt overgeheveld naar de gewesten, kan dat binnen Vlaanderen gemakkelijker gaan – in symbiose met andere gewestelijke bevoegdheden die van belang zijn voor de stad zoals onderwijs, ruimtelijke ordening, mobiliteit en economisch beleid.

Op Europees niveau is men al een hele tijd bezig in die richting te denken en te werken. Een belangrijke hinderpaal daarbij blijken vaak de verouderde territoriale indelingen. De oude scherpe grens tussen stad en platteland is al lang ingeruild voor een heel breed gebied van half verstedelijkte gemeenten rond de steden. Bovendien kunnen steden zelf het al lang niet meer alleen aan. Dus is particularisme taboe, en samenwerken de boodschap. Ook omdat zoveel bevoegdheden op zoveel verschillende niveaus zitten, en je door constant overleg moet vermijden dat ze tegen elkaar gaan inwerken.

In Vlaanderen moeten de steden door samenwerken meer gaan wegen op het beleid. Ze moeten clusters vormen van steden met dezelfde belangen rond dezelfde thema’s. Voor havenbeleid ziet men gemakkelijk Antwerpen, Brugge, Gent en Oostende samenzitten en samen naar de Vlaamse regering stappen. Voor toerisme de drie eerste. Met Antwerpen, Gent, Mechelen, Sint-Niklaas en Genk kan het gaan over migratie. Met alle  centrumsteden over veiligheid. Steden met universiteiten en hogescholen kunnen een cluster vormen, of die met grote ziekenhuizen.

Het belangrijkste is dat het bewustzijn er terugkomt. Steden moeten wegen. Steden moeten samenwerken. Steden moeten eerst aan economie denken. Zo worden ze weer wat ze horen te zijn: de echte groeipolen van een vanouds verstedelijkt land.

Share on:

Leave a comment