Sinds 1888 komen veroordeelden in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidsstelling nadat ze een derde van hun straf hebben uitgezeten. Dankzij een aanpassing van deze eeuwenoude wet moeten zwaar veroordeelden voortaan minstens de helft van hun straf zullen uitzitten vooraleer ze in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Naast de wet, wordt ook de procedure verstrengd. Wanneer een zwaar veroordeelde persoon voorwaardelijk wil vrijkomen, zal de strafuitvoeringsrechtbank voortaan een beslissing moeten nemen bij unanimiteit. Tot nog toe volstond een gewone meerderheid. Bovendien zullen voortaan vijf rechters in plaats van drie rechters hierover moeten oordelen.

Zwaar veroordeelden blijven langer in de cel

Iemand de veroordeeld werd tot een straf van 30 jaar