Toespraak: Herdenkingsbedevaart Fort van Breendonk

Ik wil u allen hartelijk welkom heten op de herdenking van de 67ste  verjaardag van de bevrijding van het fort van Breendonk. In het bijzonder wil ik ook hén welkom heten voor wie dit fort niet alleen een plek is van herdenken maar ook van herinneren; de overlevenden van Breendonk die terugkomen naar de plaats die hun leven voor altijd veranderde.

Le fort de Breendonk est un nom qui résonne dans notre conscience collective. Le Mémorial est devenu au fil des années un lieu porteur de symboles. Symboles de la barbarie, des souffrances humaines, de la torture et de la mort, symbole des combattants et de la résistance à l’oppression, enfin le symbole de celles et ceux qui ont souffert physiquement et moralement, des victimes du racisme et du fanatisme aveugle. Je veux nommer tous les Anciens Combattants, tous les résistants, tous les prisonniers de guerre, tous les déportés de toute nature, tous les Juifs résistants et victimes de la Shoah, …

Officieel was het fort van Breendonk een ‘opvangkamp’, een Auffanglager, een doorgangsplaats voor zij die van hieruit op transport werden gezet naar de doodsfabrieken in het Oosten. In realiteit was deze tussenstop zelf een plek des doods, de grillige scherprechter van een amoreel overheidsgezag.

In vier jaar tijd, van 20 september 1940, toen de eerste gevangenen arriveerden, tot aan de ontruiming van het fort in de zomer van ’44, verbleven hier ongeveer 3600  gevangenen: joden , wat men noemde ‘asociale elementen’,  politieke gevangenen, verzetsstrijders, en gijzelaars. De meerderheid van hen Belgen, maar in totaal wel 15 nationaliteiten.

Niet meer dan ongeveer 1700 van de kleine vierduizend Breendonkse kampbewoners overleefden de oorlog. De omstandigheden waarin gevangenen hier leefden, werkten, en sliepen waren dan ook mensonwaardig. Maandelijks vielen er verschillende doden door dwangarbeid, honger, mishandeling, foltering en executie. Velen werden op transport gezet naar de moordfabrieken in het Oosten en kwamen nooit meer terug. De dodentol van Breendonk is nog steeds niet gekend.

La raison pour laquelle nous sommes réunis ici est de nous souvenir ces victimes ;  ceux qui ont eu le courage d’affronter le régime nazi et ceux qui ont eu la malchance d’être traqués par ce régime ; des personnes, des individus broyés et mutilés parce qu’ils ne pouvaient pas être ce qu’ils étaient, parce qu’ils ne pouvaient pas penser ce qu’ils pensaient, parfois parce qu’ils étaient juste au mauvais endroit au mauvais moment. Aujourd’hui, nous voulons rendre hommage à TOUS, à ceux qui ne sont plus parmi nous et aux survivants courageux qui se souviennent ici de leurs frères .

Le plus grand honneur que nous pouvons leur témoigner, c’est non seulement de nous souvenir d’eux – mais également de tirer les leçons de ce passé. Ce n’est qu’ainsi que nous pouvons éviter que l’histoire ne se répète, ce n’est que de cette manière que la mort de toutes ces personnes n’aurait pas été vaine. C’est également la raison d’être de ce Mémorial qui a été érigé en 1945 par les autorités, à savoir, “maintenir vivants les horreurs nazis, et nourrir et développer la conscience citoyenne des jeunes’, comme cela a été dit à l’époque.

A cet égard, une nouvelle ère s’annonce. Les premières générations d’après-guerre ont été élevées dans des familles marquées par la guerre, et elles ont été nourries des histoires de « ceux qui y étaient » et des nombreuses questions sur le sort de ceux qui n’ont pas survécus. Des générations entières sont ainsi marquées par le souvenir de cette guerre horrible et sont conscientes de horreur qui ne pouvait (ou ne peut) plus se produire.

Maintenant que les survivants de la guerre sont de moins en moins nombreux, ces histoires seront aussi de moins en moins (ra)contées. En même temps, ceux qui n’ont pas vécu la guerre, ont tendance à se détourner de ce passé douloureux et cruel. Le monde continue à tourner, nous devons regarder devant nous, etc. le risque existe que les générations futures, connaissent (ou veuillent connaître) de moins en moins de choses sur cette période sombre de notre histoire. 

Hier ligt een belangrijke taak weggelegd voor de overheid. Zij moet blijven investeren in herinneringseducatie, in goed onderwijs en in gedegen en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Daarom is het Fort van Breendonk vandaag belangrijker dan ooit. Het is één van de hoekstenen van de herinnering. Samen met Flanders Fields in Ieper, de Kazerne Dossin in Mechelen en het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) in Brussel moet het de komende generaties uitleggen waartoe discriminatie, uitsluiting, racisme en onderdrukking kunnen leiden.

Die herinneringseducatie moet gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek. Ze moet onze jeugd de feiten, nuances, en tegenstrijdigheden van de geschiedenis durven meegeven. De herinnering mag geen mythevorming worden, maar een aanzet tot een vollediger en niet door emoties vertroebeld  beeld van het verleden. Sine Ira et Studio (Tacitus).  Een beeld van het verleden dat toont dat er tussen zwart en wit ook nog veel verschillende tinten grijs waren.

Enkel hierdoor zullen zij die na ons komen ook gaan beseffen dat bijvoorbeeld het verhaal van Breendonk geen verhaal is van helden en monsters, maar het verhaal van gewone mensen, zoals u en ik. Mensen die in deze specifieke omstandigheden beul en slachtoffer werden; omstandigheden gecreëerd door een criminele staat gebaseerd op een waanzinnige ideologie, die het mogelijk maakte dat vaak gewone mensen misdadiger werden. Karl Sojka, een zigeuner uit Wenen, in 1943 naar Auschwitz gedeporteerd, verwoordde dit als volgt: “Niet Hitler, Göring, Goebbels, Himmler en hoe ze allemaal ook mogen heten, hebben me gedeporteerd en geslagen. Nee, het was de schoenmaker, de buurman, de melkboer. Die kregen opeens een uniform, een band om hun arm en een pet en toen waren ze het Herrenras.” Dat was hier in Breendonk niet anders:  Hitlers gewillige beulen waren niet alleen Duitse SS’ers maar ook hun Vlaamse handlangers: mensen als Fernand Wyss, worstelaar uit Antwerpen en verantwoordelijk voor 16 moorden, en Richard De Bodt, sluiswachter en wreedaard uit Wintam. Wat brengt zo’n mensen ertoe om zich zo te buiten te gaan in sadisme en wreedheid? Welke mechanismen maken het mogelijk dat men vanuit de overtuiging het recht aan zijn zijde te hebben zulk onrecht pleegt.

L’éducation du souvenir doit, en d’autres mots, dévoiler les mécanismes de l’horreur, afin que de semblables mécanismes soient démasqués aujourd’hui et dans le futur. Elle doit inciter les gens, les jeunes à s’interroger sur leur propre attitude et leur conception du monde. De cette introspection, une conscience sociale peut naître et faire en sorte que les jeunes soient mieux armés contre les dangers du radicalisme et de l’extrémisme.

Un lieu de souvenir comme Breendonk était et est un lieu unique à cet égard. Un moment du souvenir qui ne serait pas ce qu’il est sans le dévouement et l’investissement de beaucoup de personnes. Je saisis cette occasion pour exprimer notre reconnaissance envers toutes les personnes qui travaillent aujourd’hui pour la Mémoire du Fort de Breendonk, pour l’accueil qu’ils réservent aux milliers d’élèves en visite au Fort chaque année. C’est par là que passe la transmission du Souvenir.

In het bijzonder zou ik van deze gelegenheid ook gebruik willen maken om hulde te brengen aan de Voorzitter van het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk, professor emeritus Roger Coekelbergs. U bent niet alleen een ex-gevangene, en een gevierd lid van de weerstand, maar u was ook de laatste 40 jaar, waarvan 11 als voorzitter van de beheerraad , betrokken bij het bestuur ervan. Tijdens dit mandaat hebt u van het fort gemaakt wat het vandaag is : één van de best bewaarde gedenktekens van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog in gans Europa, dat per jaar 100 000 bezoekers telt.

Professor, u koestert nog vele plannen voor dit fort, maar één ervan zal binnenkort gerealiseerd worden. Ik verwijs naar de uitbouw van een gegevensbank over de 3500 gevangenen die hier werden opgesloten. Deze gegevensbank, de eerste in haar soort in ons land, zal trouwens volgend jaar gepubliceerd worden. Ik kan dit initiatief alleen maar toejuichen: het geeft de mensen die hier behandeld werden als nummer, terug een identiteit, een gezicht een verhaal. Het maakt hen terug meer mens.

Dit initiatief zal hopelijk navolging vinden en het illustreert ook dat het fort zijn rol in het wetenschappelijk onderzoek opneemt, onderzoek dat het fort met zijn zeer rijk archief in de toekomst ongetwijfeld nog verder zal uitbreiden.

Graag wil ik u, ook in naam van de regering en van allen hier aanwezig, danken voor uw goede werk.

En toch, hoe belangrijk ook de rol van plaatsen als Breendonk, Dossin of Auschwitz, het zou te makkelijk zijn om de taak van de herinnering te beperken tot Memorialen en herdenkingsplaatsen. Het is een opdracht die we iedere dag tot de onze moeten maken.  Dagelijks nog worden mensen gediscrimineerd omdat ze een donkere huidskleur hebben, homoseksueel zijn, een ander geloof of andere overtuigingen aanhangen. Het is onze taak hier waakzaam tegen te blijven en op te treden tegen racisme, uitsluiting, en intolerantie. Dat is ook iets wat ik als minister van Binnenlandse Zaken wil doen, door kordaat op te treden tegen radicalisering, racisme en haatpredikers.

We moeten ons ten allen prijze verzetten tegen dergelijke demonisering van andersdenkenden, we moeten vermijden dat ons wereldbeeld vernauwt tot een wij-zij, zwart-wit, goed-fout -tegenstelling. Want als we één les uit de Tweede Wereldoorlog onthouden is het dat een gesloten wereldbeeld de voedingsbodem was voor collectieve waan, en dat precies dit gesloten wereldbeeld de legitimatie was voor ondenkbare misdaden.

Nous, et surtout ceux qui nous suivront, devons être conscients de la fragilité de notre démocratie. Il faut que nous soyons imprégnés de l’idée – et cela vous le savez mieux que quiconque, – que la démocratie ne va pas de soi mais qu’elle s’acquiert, que la liberté dont nous jouissons, implique également des devoirs. Car beaucoup d’entre vous, anciens combattants courageux, avez souffert pour notre liberté, beaucoup de vos camarades sont morts pour notre avenir.  

Grâce à vous, nous vivons dans une société où on peut croire librement, parler et penser ce que l’on veut. Grâce à la démocratie, nous vivons dans une société qui ne persécute pas, qui n’opprime ou ne tue pas en raison du sexe d’une personne, de sa couleur de peau, de ses origines, de ses opinions politiques, de ses préférences sexuelles ou de son mode de vie. 

De mensen die hier meer dan 60 jaar geleden gevangen zaten, hebben meegemaakt wat het betekent als deze rechten je ontnomen worden. Zij die het kunnen navertellen moeten nog iedere dag leven met de littekens van toen. Zo zag ik onlangs een interview met een man, een overlevende van Breendonk die meer dan veertig jaar later zichzelf nog dagelijks erop betrapte dat hij, als hij over straat wandelde, constant de grond afzocht naar kruimels en sigarettenpeuken. Een gewoonte erin gebrand door de ontberingen in Breendonk.

Laten we deze schrijnende verhalen blijven vertellen aan onze kinderen en kleinkinderen, zodat zij niet vergeten en leren.

Ik zou willen eindigen met een citaat van Simon Wiesenthal: “The history of man is the history of crimes, and history can repeat. So information is a defence. Through this we can build, we must build, a defence against repetition.” Laat het Fort van Breendonk, dat vroeger de hoeksteen was van de Belgische verdedigingsgordel tegen vijandige invallen, vandaag de hoeksteen zijn van de verdediging tegen het herhalen van het verleden.

 Ik dank u

Share on:

Leave a comment