Toespraak: Inhuldiging nieuw politiekantoor Sint-Genesius-Rode

Geachte genodigden,

Ik wil u bedanken voor de uitnodiging om hier aanwezig te zijn bij de inhuldiging van het nieuwe centrale politiegebouw van de politiezone Rode.

Vandaag is op vele vlakken een speciale dag: het is uiteraard 9/11, een dag van herdenking, maar het is ook Open Monumentendag. Uit de timing voor deze opening begrijp ik dat jullie als ambitieuze zone niet alleen een nieuw politiegebouw maar ook een monument wilden neerzetten. Of het dat zal worden is jammer genoeg niet aan mij om te bepalen, maar alvast alle lof voor het nieuwe gebouw.

Ik kom graag naar de opening van een nieuw politiegebouw omdat het me in contact brengt met nieuwe mensen, mensen van het terrein, mensen van wie ik dingen kan leren en meenemen in mijn beleid. Maar ook omdat een nieuw gebouw voor de politie toont dat gemeentebesturen willen investeren in hun politiekorps. En dat kan een minister van Binnenlandse Zaken alleen maar verheugen.

Een nieuw gebouw is in de eerste plaats belangrijk voor het personeel en het publiek. Voor het personeel is het een motiverende factor. Een nieuwbouw laat een betere werkorganisatie en meer comfort toe dan voorheen. Het maakt het de politiemensen mogelijk hun job met een grotere tevredenheid en betere onderlinge verstandhouding te doen. Dat zal ongetwijfeld voor dit gebouw het geval zijn, omdat het de verschillende diensten zoals de wijkdienst, interventiedienst, en verkeersdienst centraliseert.

Dit straalt ook af op de contacten met de bevolking en op de dienstverlening. Een nieuw gebouw geeft het publiek een betere service en een aangenamer omgeving om naar de politie te komen. En dat vind ik essentieel: als politie staan wij in de eerste plaats ten dienste van de burger.

Ik heb ook al herhaaldelijk gemerkt, en dat is hier niet anders, dat zo’n nieuw politiegebouw het orgelpunt is van de politiehervorming. Hier in deze politiezone, met ongeveer 28.000 inwoners, verspreid over drie gemeenten, is de samensmelting van de gemeentelijke politiekorpsen en rijkswachtbrigade begin 2002 tot stand gebracht. In 2004 is men beginnen plannen aan een nieuw gebouw, in 2008 werden de werken opgestart, en deze zomer werd het gebouw in gebruik genomen.

Doorheen zo’n veranderingsproces in structuren en gebouwen zie je ook de politie zelf veranderen. Een modern politiekorps is doordrongen van haar dienstverlenende taak aan de bevolking. Een politiekorps dekt voor onze burgers het risico af van criminaliteit, overlast, gevaarlijk verkeersgedrag en andere elementen van onveiligheid. Maar ze doet dat niet apart of naast de bevolking. Ze doet dat tussen de mensen en met onze mensen, tot in elke wijk, tot in elke straat. Daarom vind ik het ook goed dat de wijkcommissariaten blijven bestaan. Zo creëert de zone een combinatie van efficiëntie en rationalisatie enerzijds maar toch nabijheid en lokale verankering anderzijds. En die lokale verankering is volgens mij essentieel voor een efficiënte gemeenschapsgerichte, informatiegestuurde politiezorg.

Het is dus zeker te waarderen dat de lokale overheid bereid is te investeren in politie en belangrijke budgetten wil vrijmaken om een politiehuis als dit te realiseren. Het stemt me ook tevreden dat dit deel uitmaakt van een ruimere visie van excellente politiezorg die in dit korps consequent wordt doorgevoerd.

Ik voeg daar meteen aan toe, dat investeringen in de komende jaren steeds moeilijker zullen worden. De gevolgen van de economische crisis hebben hun weerslag op de begroting. De cijfers van het planbureau die vrijdag bekend werden schetsen ook geen al te hoopvol beeld. Er zal moeten bespaard worden. Als minister van Binnenlandse Zaken vind ik dat er niet kan bespaard worden op veiligheid. Het verheugt me dan ook in bepaalde onderhandelingsteksten te lezen dat anderen ook inzien dat op justitie en politie niet langer mag worden beknibbeld. In Engeland hebben ze hun les geleerd. De lineaire coupures op personeel moeten dus stoppen. Dat is het absolute minimum. Maar de budgettaire oefening zal moeilijk zijn en we zullen al onze creativiteit aan de dag moeten leggen. Dat hoeft niet per se negatief te zijn. Crisissen zijn uitdagingen en uitdagingen creëren opportuniteiten. De vraag is bv in welke mate opbrengsten van verbeurdverklaringen niet mogen en zelfs moeten worden aangewend om het politieapparaat te versterken : veiligheid en een correcte strafvervolging en –uitvoering zijn primaire behoeften van u en mij, van iedereen.

Laat me wel eerst zeggen dat de politiehervorming tien jaar na datum in grote lijnen geslaagd is. Ik denk dat niemand er aan twijfelt dat we op het terrein vandaag een betere politie hebben dan een decennium geleden.

Iedereen kan ook zien dat de politie in haar actie vele successen boekt, bijvoorbeeld in het oppakken van criminelen. Soms moet zij ook rechttrekken wat elders scheefloopt, maar ze doet dat professioneel en plichtsbewust. We hebben een politie die goed functioneert, maar ook een politie die voor belangrijke uitdagingen staat wil zij in de toekomst  opgewassen blijven tegen haar taak.

Eén van die uitdagingen, en dat is ook gebleken in onze evaluatie van tien jaar politiehervorming, is het aanpakken van de kostprijs, of iets preciezer: van de nog steeds snel oplopende kosten. De burgemeesters hier aanwezig gaan me zeker niet tegenspreken op dat punt. (Ik denk dat de vakbonden ons geen dienst bewijzen met hun blijvende betwisting over het vakantiegeld.) Verder is er de kost van de toenemende pensioneringen, niet in het minst in het politielandschap. Een stijging van de  patronale bijdragen, gekoppeld aan een hervorming van de “pools”, lijkt onvermijdelijk. En daarnaast zijn er ook nog de nodige werkings- en investeringmiddelen.

Versta me niet verkeerd: ik kom niet terug op gemaakte afspraken. Waar we wel op zullen moeten toekijken, scherper dan in het verleden, is de efficiëntie en de rendabiliteit van het geld dat we uitgeven. Ik geef een voorbeeld: Verkeerscontroles: uiteraard moeten we grootschalige operaties van verkeerscontroles blijven doen. Maar het mag geen alleszaligmakende tactiek zijn in functie van hogere controlestatistieken. Een groter gevoel van pakkans bij de burger is het echte doel. En dat kan je mee creëren door kleinschalige patrouilles op zeer onverwachte momenten. Bovendien kan moderner en efficiënter materiaal eerder dan het inzetten van extra capaciteit bijdragen tot het verhogen van het aantal controles. Daarom heb ik ook niet geaarzeld om mijn collega van justitie bij te springen toen de speekseltests dreigden op te geraken.

We zullen dus creatief en vernieuwend moeten zijn om de noden te lenigen. Ik denk bijvoorbeeld ook aan schaalvergroting. Ik zie dat op het terrein ook dit idee meer en meer opgepikt wordt. En waar het een middel kan zijn tot een efficiëntere werking ben ik een absolute voorstander hiervan.

Daarnaast moeten we er ons, als verantwoordelijken van de politie, de komende jaren van bewust zijn dat we geluk hebben gehad. We hebben onze politie kunnen hervormen in de jaren van ongewone hoogconjunctuur. Ik kan daar, als minister van Binnenlandse Zaken, aan toevoegen, dat andere hulpdiensten in moeilijkere omstandigheden hun hervorming tot stand brengen. Ook dat moet appeleren aan ons verantwoordelijkheidsgevoel als mensen die geld mobiliseren en uitgeven voor de politie.

Nu twijfel ik er niet aan dat ik met een vraag om meer efficiëntie aan het goede adres ben. De politie is geen instituut dat bij de eerste tegenwind verlamd geraakt. Integendeel: als het wat moeilijker wordt, gaat de klasse bovendrijven.

Daarbij zal ze zeker ook kunnen rekenen op dynamische gemeentebesturen van Sint-Genesius-Rode, Drogenbos en Linkebeek, die bewijzen dat ze hun politietaak ter harte nemen. Ik wil ze, samen met het politiekorps van de zone, van harte feliciteren en alle succes toewensen in het nieuwe gebouw.

Share on:

Leave a comment