Verjaring van strafvordering geschorst bij bijkomend onderzoek

Het parlement heeft een nieuwe wetsontwerp goedgekeurd, dat stelt om de verjaring van de strafvordering te schorsen tijdens de termijn waarbinnen  bijkomende onderzoekshandelingen worden uitgevoerd. “Slachtoffers en verdachten kunnen vóór de zitting van de raadkamer waar hun zaak behandeld wordt om bijkomende onderzoekshandelingen vragen. Dit heeft vaak als doel om de rechtspleging te vertragen en de zaak uit te stellen voor enkele maanden. Met deze nieuwe regeling willen we dat in de toekomst vermijden”, legt Minister van Justitie Annemie Turtelboom uit.

De nieuwe regeling geldt ook  als de onderzoeksrechter,  het onderzoeksgerecht, of het vonnisgerecht beslist om de behandeling van de zaak uit te stellen om bijkomend onderzoek te verrichten. De schorsing loopt vanaf de eerste rechtsdag voor de raadkamer met het oog op de regeling van de rechtspleging, hetzij in de procedure ten gronde vanaf de beslissing van het vonnisgerecht om de zaak uit te stellen,  tot op de dag vóór de eerste rechtsdag waarop de behandeling van de zaak wordt hervat.

De schorsing van de verjaring van de strafvordering kan maximaal één jaar duren . Dit geldt voor elke bijkomende onderzoeksdaad opnieuw en dus niet in totaal.  “Door dit wetsontwerp wordt vermeden dat de bijkomende onderzoeken nodeloos blijven duren. Straffeloosheid wordt ook vermeden, omdat er minder zaken zullen verjaren”, aldus de Minister.

 

Share on:

Leave a comment